Koeweit is economisch nog springlevend

ROTTERDAM, 7 sept. Koeweit mag dan voorlopig niet meer bestaan als natie, als multinationale onderneming met bezittingen over de hele wereld ter waarde van een slordige 100 miljard dollar is het vooralsnog springlevend.

De inheemse geld- en goederenmarkten zijn door Saddam Husseins expansiedrift geruineerd, de Koeweitse dinar is een wereldvreemde munt geworden en 's lands oliebronnen vallen nu onder de hoede van Bagdad. Maar Koeweit alias 'Koeweit International Inc.' met een regering in ballingschap in het Saoedische al Hada die functioneert als een raad van bestuur verdiende vorig jaar met 8,8 miljard dollar meer aan zijn buitenlandse bezittingen dan aan zijn olieproduktie die 7,7 miljard opleverde. 'Er zijn weinig landen met zo'n gevarieerde en geografisch gespreide economie, wat betekent dat er altijd leven is na de invasie van Koeweit', aldus een deskundige van een Londense bank. Sinds het Al-Sabah-bewind na de oliecrisis van de jaren zeventig werd overspoeld met meer rijkdommen dan het thuis kon besteden, stak het zijn petrodollars over de hele wereld in een verbijsterende verzameling waardepapieren, onroerend goed en respectabele ondernemingen.

Dat was bedoeld als garantie voor de dag dat 's lands oliebronnen zouden zijn opgedroogd. Nu lijkt het een verzekering te worden tegen buitenlandse agressie. Al liet een Koeweitse balling onlangs met recht weten: 'Bezit is natuurlijk belangrijk, maar we hebben ook een nationale bodem nodig.' Het exact inventariseren van Koeweits buitenlandse belangen is geen sinecure. Het vermogen van de Al-Sabah-familie om slim te beleggen wordt immers geevenaard door de geheimhouding waarmee zij haar investeringsbeleid pleegt te omringen.

Toch komt uit recente lectuur wel een min of meer omlijnd beeld naar voren. Koeweits buitenlandse bezit wordt geschat op 100 miljard dollar, een bedrag dat varieert met de situatie op de wereldwijde olie- en financiele markten. Van die 100 miljard dollar ligt naar schatting veertig procent vast in een niet-liquide 'algemene reserve', waaronder tien miljard dollar aan oorlogsleningen aan Irak en overheidssteun aan het binnenlandse bankwezen dat in 1982 bijna werd meegesleurd met de ineenstorting van de Koeweitse beurs.

Dan is er het 'Reservefonds voor toekomstige generaties' (RFFG) dat bij statuut recht had op tien procent van de olierevenuen van het Emiraat en tot het jaar 2001 onaangetast moest blijven. Dit vooruitstrevende fonds wordt samen met andere fondsen beheerd door het Koeweit Investment Office (KIO) in Londen, waarvan de portefeuille op vijftig miljard dollar wordt getaxeerd. Dit 'office', dat met hulp van de Bank of England in opperste geheimhouding kan opereren, wordt goeddeels geleid door Britse en Amerikaanse managers, maar de Al-Sabah-familie controleert de uiteindelijke kasstromen.

Tot de voornaamste belangen van het KIO behoren behalve waardepapier en goederen ook bedrijven als British Petroleum (9,8 procent), Midland Bank (10,5 procent), Hoechst (25 procent), Daimler Benz (14 procent), Metallgesellschaft (15 procent), het Spaanse Torras Hostench (72 procent), het Japanse Arabian Oil (10,3 procent) en de Amerikaanse oliefirma Santa Fe (100 procent). Verder is er het Koeweitse Instituut voor sociale zekerheid dat na Gianni Agnelli met tien procent de grootste aandeelhouder is in diens familie-holding IFI. En wat te denken van Koeweit Petroleum Company met 6.500 benzinestations en andere verkoopactiviteiten in Europa. Dit bedrijf verloor weliswaar drie raffinaderijen in Koeweit en natuurlijk de olie die daar onder de grond schuilt, maar beschikt in Europa nog altijd over drie raffinaderijen die in zestig procent van de behoeften van de duizenden Q-8-benzinestations kunnen voorzien. De rest van de geraffineerde produkten moet nu elders worden gekocht.

De kas van Koeweits Centrale Bank met daarin 1,6 miljard dollar werd door de binnenvallende Irakezen weliswaar geplunderd, maar volgens bankpresident Sjeik Salem heeft de bank heel wat buitenlandse hulpbronnen, alsmede garanties van het KIO om het hoofd boven water te houden.

De National Bank of Koeweit, 's lands grootste commerciele bank, staat er redelijk voor. De helft van haar bezittingen en het gros van haar staf vielen begin augustus buiten Saddam Husseins grijpgrage handen en volgens bankdirecteur Ibrahim Dabdoub zal het werk voorlopig vanuit Londen worden voortgezet. De United Bank of Koeweit in Londen is ook in betrekkelijk goede conditie en profiteert van het feit dat zij formeel een Britse bank is.

De toekomst van de resterende zes of zeven kleinere Koeweitse banken, die de laatste jaren ondanks garanties van de Centrale Bank al een moeizaam bestaan leidden, is veel neveliger, ook al handhaaft de Al-Sabah-familie haar oude garanties.

De hamvraag blijft intussen of de Koeweitse economie-in-ballingschap kan overleven, terwijl veel tegoeden en activiteiten na de invasie werden bevroren om ze buiten het bereik van Saddam Hussein te houden. De vooruitzichten zijn volgens financiele deskundigen niet slecht. Zo kreeg het Koeweit Investment Office (KIO) al vijf dagen na de Iraakse inval toestemming zijn activiteiten in Londen voort te zetten, zij het voorlopig onder toezicht van de Bank of England. En Sjeik Salem, behalve directeur van de centrale bank ook lid van de raad van bestuur van het KIO, verzekerde deze week dat de organisatie een gretige lange-termijn-investeerder op Westerse markten wil blijven, hoewel het KIO na het wegvallen van de olierevenuen voorlopig alleen kan putten uit winsten op buitenlandse beleggingen.

De Koeweitse banken in Londen hebben ook weer de nodige speelruimte gekregen om Koeweiti's in ballingschap uit de eerste zorgen te helpen, gedupeerde klanten schadeloos te stellen en het geschokte vertrouwen in Koeweits financiele systeem te herstellen. De Amerikaanse fondsen van Koeweit, die voornamelijk worden beheerd door Citibank en Morgan Stanley, mogen weer verhandeld worden, mits de winsten terechtkomen op bevroren rekeningen onder Washingtons controle.

Directeur F. de Pryck van Koeweit Petroleum Benelux zei in een recent interview: 'Wij doen 'business as usual'. Wij kunnen vrij beschikken over gelden mits wij geen cent overmaken aan iemand in Koeweit of Irak.'

De Pryck: 'Die garantie hebben wij gegeven, verder mogen wij alles.'

Met andere woorden: 'Koeweit International Inc.' heeft alle kans Iraks bezetting van Koeweit te overleven.

    • Ferry Versteeg