Het bewegende bos

Lang geleden was ik op een feest. Er werd gelachen, gepraat, gedronken en er was zelfs een klein orkest. De gasten dansten op de muziek van een klarinettist, een pianist, een bassist en een drummer. De klarinettist zong er af en toe bij.

Sommige gasten hadden hun kinderen meegenomen. Zo was er een jongen van een jaar of vijf die Emiel heette. Hij hielp met het afruimen van de glazen. Dan drong hij zich door de feestende menigte. Steeds weer zocht hij een opening tussen de pratende en dansende mensen om de weg naar de keuken te vinden.

Ik raakte met Emiel in gesprek, vroeg hem hoe hij het feest vond. 'Het is een bewegend bos', zei hij. Eerst begreep ik hem niet. Toen legde hij uit wat hij bedoelde.

Emiel was nog maar klein. Als hij door de kamer liep zag hij steeds al die benen. Benen in broeken, benen in kousen of blote benen. Het waren net boomstammen die geen ogenblik op hun plaats bleven.

Ik keek naar een meisje dat in een hoek van de kamer op de grond speelde. Zelfs de benen van de gasten die op een bank zaten torenden hoog boven haar uit.

Zou ik dit bos in mijn jeugd ook hebben gezien? Natuurlijk, dag in, dag uit. Maar ik kon mij er niets meer van herinneren.

    • K. Schippers