Globe

Er was eens een heel mooi meisje, mooier dan alle andere meisjes. Ze had hazelnootbruine ogen, haar knieen waren rond en glad als een kalebas, haar borsten torentjes en als ze lachte kringelden er duizend fijne lijntjes van lip tot oor. Haar vader was het opperhoofd van het dorp. Uit alle windstreken komen mannen het meisje bezoeken en ze vroegen allemaal om haar hand.

De een was lief, de ander mooi, maar het meisje kon niet kiezen. Een python die in een groot meer woonde, hoorde ook over de schoonheid van het meisje. Hij nam zich voor met haar te trouwen en ging naar het dorp, onderweg veranderde hij zich in een man. Toen het meisje hem zag, werd ze op slag verliefd. Iedereen was blij. Nog diezelfde nacht mocht ze met hem op het dak slapen. In haar dorp hadden alle huizen platte daken. Voor een man en een vrouw gingen trouwen moesten ze eerst de nacht op het dak doorbrengen. De slang likte het meisje van neus tot tenen. Toen de maan achter een wolk verdween, kroop hij weer in zijn oude huid en slikte het meisje in. Hij nam haar in zijn buik mee naar zijn vertrouwde meer.

De volgende morgen riepen de ouders van het mooie meisje of ze naar beneden wilde komen. Ook de dorpelingen waren nieuwsgierig hoe gelukkig ze nu was. Er kwam geen antwoord van het dak. Haar vader klom naar boven en zag dat zijn dochter en haar geliefde verdwenen waren. Het opperhoofd was zo boos dat hij al zijn onderdanen opriep het meisje te gaan zoeken. Maar elk spoor ontbrak. Dus riepen ze de man met de beste neus er bij. Hij ving haar geur op en snoof en snoof, tot hij bij het grote meer kwam. Daar kon hij niet verder. Haar vader was nog steeds ziedend. Dus haalden ze de man met de grootste dorst er bij. Hij dronk het meer tot op de bodem leeg, maar ook daar zag niemand een teken van leven. De man die het hardst kon werken, moest alle modder weg scheppen. Zo gezegd, zo gedaan, het enige wat hij op de rotsbodem vond, was een smal, diep gat. Een oude vrouw herinnerde zich nog een man met een arm zolang als vijf giraffes op elkaar. Hij moest zijn arm in het gat steken en greep de python in zijn nek. De slang werd met een kei doodgeslagen en voorzichtig opengeknipt. Het meisje zat gekruld in zijn maag. Dood. Gelukkig kende het opperhoofd nog een man die zei alle kwalen te kunnen genezen, zelfs doden blies hij nieuw leven in. De man kwam en wekte het meisje tot leven. Ze ontwaakte met een rimpellach. De vijf helpers vroegen naar haar hand. Haar vader zei: 'Neem de beste.'

Maar het meisje kon niet kiezen. Ze wachtte lang, lang, lang en dit vernam een andere slang. Hij nam zich voor met haar te trouwen en ging naar haar dorp, onderweg veranderde hij zich in een man... ... ... .

    • Adriaan van Dis