Fusie verandert nog weinig in middelbaar beroepsonderwijs:

ROTTERDAM, 6 sept. Salarisverhoging hebben de drie niet gekregen, nieuwe visitekaartjes wel. Daarop prijkt de nieuwe functie die P. Boekhoud, F. J. A. Spruit en drs. A. Venus sinds 1 augustus hebben. Volgens de kaartjes mogen ze zich leden van de centrale directie noemen van het nieuwe christelijke college Rotterdam voor middelbaar en cursorisch beroepsonderwijs.

Deze mond vol is de naam van de instelling waarin drie christelijke, twee oecumenische en een rooms-katholieke MBO-school vorige maand zijn samengegaan. Het is een van de 123 nieuwe MBO-instellingen zijn ontstaan na een grootscheepse fusie-operatie die drie jaar heeft geduurd. Vandaag is in Arnhem hun start gevierd met een feestelijke opening van het nieuwe schooljaar.

Concreet is er voor de meeste scholen nog maar weinig veranderd. In Rotterdam moeten ongeveer 100 van de 4.000 leerlingen naar een ander gebouw gaan reizen omdat enkele afdelingen zijn samengevoegd. Van de 21 gebouwen van de zes scholen worden er nu nog zestien betrokken. De verhuisoperatie geschiedde op eigen kosten. De opbrengst van het gebruik van minder gebouwen gaat naar de overheid.

Door deze omstandigheden trokken velen in het MBO de conclusie dat de scholen, door te fuseren, niet veel meer deden dan 150 miljoen aan bezuinigingen voor Zoetermeer binnenhalen. Toch geloven de drie directeuren in Rotterdam nog steeds in het onderwijskundige doel dat met deze zoveelste vernieuwingsoperatie in het onderwijs is gepredikt. Er zijn nu te veel leerlingen die MTS, MEAO of MDGO voortijdig verlaten, beaamt Boekhoud. Dat terwijl het bedrijfsleven kampt met een steeds groter tekort aan gediplomeerden. Door allerlei soorten opleidingen samen te brengen komen er meer mogelijkheden om potentiele drop-outs op te vangen met 'onderwijs op maat', een van de leuzen in de huidige onderwijspolitiek.

Boekhoud benadrukt echter dat dit onderwijskundig voordeel maar moeizaam valt te realiseren in zestien aparte gebouwen. Een gemeenschappelijke orientatie op de diverse sectoren is nog onmogelijk, onderlinge verwijzing van leerlingen nog moeilijk. Docenten van het kort middelbaar beroepsonderwijs krijgen nu nauwelijks de kans hun ervaringen met modulair onderwijs over te brengen op hun collega's van de lange opleiding. Het gebruik van elkaars apparatuur is sinds 1 augustus alleen bij de schilders- en houtbewerkersopleiding mogelijk. Die zitten sinds die datum in een gebouw.

Alleen met een grote bouwkundige sprong voorwaarts kan de belofte van onderwijsvernieuwing worden nagekomen, aldus de drie directeuren. Ze hebben dan ook een claim bij het ministerie ingediend voor een groot gebouw in Rotterdam-Zuid.

De fusies waren volgens het departement ook noodzakelijk om straks de grotere eigen financiele verantwoordelijkheden aan te kunnen. Wat dat onder meer betekent, merkte drs. Venus, verantwoordelijk voor het personeelsbeleid in de centrale directie, al meteen na terugkeer van zijn vakantie. Of hij maar even wilde voorspellen hoeveel leerlingen de school in het schooljaar 1992/93 zou hebben, vroeg het ministerie in een brief. Op grond daarvan zou dan een eerste schatting van de 'lump sum' worden gemaakt, het bedrag ineens dat de school voor personeel en materieel krijgt uitgekeerd. 'Dat was wel even schrikken' zegt Venus. 'Ik was gewend niet veel verder te kijken dan het komend jaar. Zo'n schatting is zeer moeilijk. Hoe kun je de keuzes voor technisch of gezondheidsonderwijs voorspellen? Het ministerie kan zelf niet eens goed ramen.' De consequenties van een verkeerde schatting kunnen groot zijn als het nieuwe systeem in 1991 wordt ingevoerd. Blijkt Venus straks te optimistisch te zijn geweest en zijn er minder leerlingen dan verwacht, dan heeft zijn school leerkrachten over. Vroeger kregen die gewoon wachtgeld van het ministerie. Straks moet de school echter zelf voor die kosten opdraaien. In het bedrag ineens is weliswaar geld voor dit soort tegenvallers gereserveerd. Niemand weet echter nog of dat genoeg is. De bedragen in de berekeningen zijn dan ook nog voor aanpassing vatbaar, laat het ministerie in de begeleidende post geruststellend weten.

Als Venus' schatting te pessimistisch blijkt en er straks meer leerlingen zijn, zit zijn school met een ander probleem. Ze hebben de docenten van wie ze hadden verwacht dat deze overtollig waren bijvoorbeeld al omgeschoold. Dan moeten er weer nieuwe docenten worden aangenomen. 'Het dwingt ons veel meer dan vroeger na te gaan wat de kwaliteiten van ons lerarencorps zijn en wat voor kwaliteiten we in de toekomst nodig hebben', verwacht Boekhoud.

Hoewel de voorzitter deze overgang positief waardeert, voorziet hij ook negatieve effecten van de komst van het nieuwe financieringssysteem. Verantwoordelijk voor hun eigen reilen en zeilen, zullen scholen meer op de kleintjes moeten gaan letten. De al bestaande neiging om jonge leerkrachten goedkoop en flexibel in de bijscholing aan te nemen op niet al te verbindende basis zal ermee worden versterkt, verwacht Boekhoud.

En wat gebeurt er als de neerwaartse trend in de leerlingenaantallen weer ombuigt in een opwaartse? Scholen krijgen het dan voor het kiezen en zullen wellicht alleen kansrijke leerlingen selecteren. In de nieuwe bekostigingsformule leveren leerlingen die doubleren namelijk minder geld op. Boekhoud concludeert dan ook dat om mogelijke ongewenste effecten voor arbeidsmarkt en gelijkheid van kansen te voorkomen, de overheid, ook in een tijdperk van deregulering, duidelijke eigen taken zal blijven houden.