Frankrijk nu ondubbelzinnig in anti-Iraaks kamp

PARIJS, 7 sept. Over vredeskansen in het Midden-Oosten is de Franse president zeer somber. Francois Mitterrand zei gisteravond op een persconferentie, in zijn paleis, het Elysee: 'Men mag constateren dat de kansen op onderhandelingen niet groter zijn geworden'.

De president herhaalde een frase uit een vorige verklaring: 'We zitten gevangen in een logica van oorlog'.

Dat betekent: we stevenen onafwendbaar af op een conflict. De logische vraag aan de Franse president was gisteren uiteraard: wat doet Frankrijk in geval van oorlog? Mitterrand bedrijft al een halve eeuw politiek en hij liet uiteraard maar een paar van zijn kaarten zien. Een kaart is zeker: als Irak begint, vindt het Frankrijk tegenover zich, vastberaden aan de zijde van Amerika. Voor het geval Amerika begint behoudt Mitterrand zich het recht voor dat naar gelang de situatie te beoordelen. Als president Bush een verrassingsaanval begint, zo suggereerde Mitterrand, zullen de Fransen toekijken. Maar mocht Bush eerst zijn bondgenoten consulteren dan liggen de zaken subtieler. Centraal in de Franse politiek ten aanzien van het conflict in de Golf staan de Veiligheidsraad en de strikte uitvoering van het embargo. 'Alleen van het welslagen van het embargo kan men een regeling van deze zaak verwachten. Het is een grote kans op vrede'.

Herhaaldelijk kwam de Franse president terug op de eminente rol van de Veiligheidsraad, waarvan Frankrijk permanent lid is.

Anders

De analyse en de woordkeuze van de Franse president tijdens zijn persconferentie, die hij overigens liever aanduidde als 'een conversatie bedoeld om de Fransen op de hoogte te houden', wijzen erop dat de Franse regering consequent voor het anti-Irak kamp heeft gekozen. Dat was afgelopen maand wel eens anders. Frankrijk vormde met Engeland en Amerika het eerste groepje landen dat op 2 augustus snel maatregelen nam tegen Irak en de Iraakse en Koeweitse banktegoeden bevroor. Op 9 augustus verklaarde Mitterrand echter dat de Arabieren zelf maar moesten proberen het conflict op te lossen. Daarmee kritiseerde hij impliciet de Amerikanen, die hadden besloten de Arabieren met die oplossing te helpen door (vanaf 7 augustus) grondtroepen naar Soedi-Arabie te sturen. In tegenstelling tot de Britten lieten de Fransen op 9 augustus weten dat de Franse vloot die naar de Golf werd gestuurd niet zou vallen onder de 'internationale macht' die de Amerikanen wensten te formeren. De Fransen verwijderden zich nog verder van de Amerikanen door, op maandag 13 augustus, eventueel militair optreden tegen schepen die het embargo doorbraken als een 'blokkade' te betitelen, een zaak waarover de Verenigde Naties Naties niet hadden gestemd. Duidelijk was dat Frankrijk probeerde te manoeuvreren tussen twee kwaden, tussen de wraak van de Iraakse president Saddam Hussein op Franse gijzelaars en de ontstemming van de Amerikanen die solidariteit vroegen. Mitterrand zond dezelfde maandag 12 boodschappers weg naar 24 Arabische landen, om, naar het heette, het Franse standpunt toe te lichten. Frankrijks bondgenoten vermoedden eerder dat de Fransen op eigen houtje probeerden Franse gijzelaars los te peuteren. Dit vermoeden van gebrek aan Franse solidariteit werd versterkt door verklaringen van een van deze boodschappers, oud-minister van buitenlandse zaken Claude Cheysson, die bij terugkeer zei 'Frankrijk is niet Amerika en evenmin Europa'.

Ondubbelzinnig

Saddam maakte ondanks de boodschappers geen verschil tussen Fransen en andere Westerlingen en begon ook hen naar militaire doelen te transporteren. Vanaf dat moment is de Franse politiek ondubbelzinnig. De Franse vloot kreeg op 19 augustus het bevel 'het embargo streng toe te passen'.

De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker belde collega Roland Dumas in diens buitenhuis in de Dordogne en de irritante diplomatieke danspassen die Frankrijks onafhankelijkheid moesten demonstreren werden gestaakt. De Franse lijn ligt nu wel vast: strikte toepassing van het embargo Dumas wil zelfs een luchtblokkade en voorkeur voor een diplomatieke oplossing van het conflict. De Fransen proberen zich niet meer te distantieren van de Amerikanen, al geven zij hun vaste gewoonten natuurlijk niet op. Fransen willen verschillen van hun bondgenoten. Dus Saddams bondgenoot koning Hussein wordt door Mitterrand ontvangen en PLO-leider Arafat door premier Rocard. En de president excuseert zich door te stellen: 'Je stem laten horen is niet hetzelfde als gebrek aan solidariteit'.

De Franse houding wordt tegenwoordig uit onverdachte hoek geprezen. Margaret Thatcher, die geen bewonderaarster van Mitterrand en de Fransen is, zei vorige week in Helsinki dat 'alle Europese landen behalve de Fransen een minimale inspanning in de Golf leveren'. De Franse behoefte aan een origineel standpunt vertaalt zich uiteraard ook op het toneel van de militaire actie. Generaal Germanos van de voorlichtingsdienst van de strijdkrachten, de Sirpa, bleef deze week tijdens een ontmoeting met de pers onderstrepen dat coordinatie van de vlootactiviteit in de Golf niet betekent dat Frankrijk zich ondergeschikt heeft gemaakt aan de bondgenoten. 'De coordinatie met de Amerikanen en met onze Europese bondgenoten binnen het kader van de Westeuropese Unie verloopt goed, maar het uiteindelijke bevel over onze strijdmacht ligt bij de president'.

De positie van Frankrijk was vanaf het begin van het conflict uiterst pijnlijk. De Fransen hebben vanaf 1972 Irak tot de tanden bewapend. Mitterrand excuseerde zich op 9 augustus door te verklaren dat de Mirages, Exocets, lichte tanks enz. enz. voor Saddam nodig waren als tegenwicht tegen het Iran van Khomeiny. Maar dat is een zwak argument, want al ver voor de oorlog tussen Iran en Irak uitbrak begon de Franse wapenexport en leverde de toenmalige premier Chirac een kerncentrale. In 1975 ontving Chirac Saddam met de woorden: 'U bent mijn persoonlijke vriend. U kunt zich verzekeren van mijn achting en sympathie'. Deze vriend van Frankrijk mocht in hetzelfde jaar rustig aan een Arabisch weekblad verklaren: 'Het akkoord met Frankrijk is de eerste stap naar een Arabische atoombom'.

Frankrijk reageerde niet. Frankrijk ziet zich graag als verdediger van mensenrechten, maar Saddam mocht tegen zijn eigen Koerdische bevolking chemische wapens gebruiken, ondanks het Geneefse verbod. Saddam mocht terroristen steunen, Frankrijk liet geen protest horen, omdat de Franse wapenindustrie er prima aan verdiende. De schuld van Irak aan Frankrijk bedraagt op dit moment dan ook 8 miljard gulden.

Niet alleen Chirac was dik bevriend met Saddam, ook de huidige socialistische minister van defensie, Jean-Pierre Chevenement, voelt sympathie voor de Iraakse president. Tijdens een officieel bezoek in februari zei de minister: 'President Saddam heeft een heldere en interessante kijk op de wereld die hem in staat stelt zijn volk naar de vrede te voeren'.

Chevenement is nog altijd lid van de Vriendschapsvereniging Irak-Frankrijk. Hij verklaarde naar aanleiding van de VN-resoluties: 'Zij vormen geen juridische basis voor een militaire interventie tegen Irak. We mogen ons niet laten leiden door wilde ideeen'. Hij is nu vertrokken om de Franse troepen in de Golf te inspecteren, die in geval van conflict zich moeten verdedigen tegen raketten van eigen makelij. Mitterrand stelt dat Frankrijk Koeweit steunt om dezelfde redenen als het Irak bewapende: wegens het tegenwicht, nu tegen Irak. Een ingewikkelde politiek, die ongetwijfeld de kas kan spekken, maar ook leidt tot een kwaad geweten en constant geschipper.

    • Peter van Dijk