Een eekhoorn in de grote stad; Sleutelroman van Julia Kristeva over links Parijs

Het marxisme was lange tijd het ware geloof voor veel Parijse intellectuelen. Eerst waren zij in de ban van de Sovjet-Unie, later werd het maoistische China hun ideaal. Julia Kristeva schreef een sleutelroman over het linkse Parijse milieu. 'Dat al die intellectuelen zich zo lang lieten misleiden vormt achteraf bezien een bron van vermaak of verontwaardiging.' Les Samourais, het romandebuut van de Franse literatuurtheoretica Julia Kristeva, tracht een beeld te geven van het Parijse intellectuele leven van de afgelopen vijfentwintig jaar. Het is een interessante periode, vanwege Mei '68 in de eerste plaats, maar ook omdat er, nadat het mislukken van de studentenrevolte aanvankelijk tot een radicalisering van politiek links had geleid, omstreeks 1974 opnieuw een kentering kwam. In dat jaar verscheen de Franse vertaling van de Goelag Archipel van Solzjenitsyn, die maakte dat de Franse intelligentsia massaal het geloof in de communistische heilstaat verloor. Een nogal trage reactie wanneer je beseft dat iemand als Camus de wrange werkelijkheid van Stalins arbeidersparadijs al in 1949 had ontdekt.

Dat al die intellectuelen zich zo lang lieten misleiden, vormt achteraf bezien hoogstens een bron van vermaak of verontwaardiging. Veel interessanter is de vraag waarom nu net deze groep zo hardnekkig vasthield aan de utopie van het marxisme. De meeste historici verklaren dit verschijnsel als een reactie op de verminderde invloed van kerk en religie en uit onvrede met de consumptiemaatschappij. Toch blijft het raadselachtig, zoals H. M. van den Brink onlangs over het enthousiasme van westerse intellectuelen voor de Cubaanse revolutie terecht opmerkte (CS 8-6-'90), waarom er juist bij intellectuelen, erfgenamen van de Verlichting, de behoefte bestond om het gemis aan een geloof te compenseren. Julia Kristeva lijkt de aangewezen persoon om enig licht te verschaffen in deze zaak. Enerzijds omdat zij behoort tot de fervente marxisten in de jaren zestig, die zich via het maoisme ontpopten tot aanhangers van nota bene Giscard d'Estaing, anderzijds omdat zij door haar Bulgaarse achtergrond toch altijd, tot op zekere hoogte althans, een buitenstaanster is gebleven. Zo is het alleszins geloofwaardig dat zij, evenals Olga Morena, de hoofdpersoon uit Les Samourais, het verlangen van haar marxistische medestudenten in Parijs om van Frankrijk 'het meest geavanceerde Oostblokland' te maken, met enige scepsis bezag.

De avonturen van Olga Morena komen in grote lijnen overeen met Kristeva's persoonlijke geschiedenis, zoals ze die enige jaren geleden in een autobiografisch essay, getiteld Memoire beschreef. De roman begint op het moment dat Olga, dank zij een beurs van de regering De Gaulle, per Tupolev in Parijs arriveert. Een landgenoot (de linguist Tsvetan Todorov) brengt haar in contact met de marxistische denker Edelman (Lucien Goldman) die zijn dagen grotendeels taartjes etend doorbrengt onder het motto dat je de bourgeoisie het beste met haar eigen wapens kunt bestrijden. Al snel is Olga opgenomen in het Parijse intellectuele leven. Ze volgt in bomvolle zalen het beroemde 'seminaire' van Roland Barthes, loopt colleges antropologie bij Levi-Strauss en raakt in een hartstochtelijke affaire gewikkeld met Sinteuil, de libertijnse hoofdredacteur van het avant-garde tijdschrift Maintenant, in wie de enigszins ingevoerde lezer zonder veel moeite de schrijver Philippe Sollers en diens geesteskind TelQuel herkent.

Na de Mei-revolutie raakt de redactie van Maintenant, waartoe inmiddels ook Olga zelf behoort, in de ban van maoistisch China. Een hoofdstuk uit de roman beschrijft het bezoek aan dit land, dat in werkelijkheid plaats vond in de zomer van 1974. Behalve de redactieleden Sollers, Kristeva en Marcelin Pleynet, maakten ook Roland Barthes en Francois Wahl van de Editions du Seuil, uitgeefster van TelQuel, deel uit van het gezelschap. Helaas liet de ster, de psychoanalyticus Lacan, op het laatste ogenblik verstek gaan. Zijn vriendin wilde niet mee, omdat, zoals later bleek, zij behalve Lacan ook een van diens discipelen in het geheim beminde. Dit pikante detail, dat overigens door Elisabeth Roudinesco in haar Geschiedenis van de Franse psychoanalytische school bevestigd wordt, inspireerde Julia Kristeva tot een slapstick-achtige scene, waarin Lacan, tegen beter weten in, zijn medeminnaar voor een insluiper wenst aan te zien die het voorwerp van zijn liefde naar het leven staat. Voor het prestige van Sollers en TelQuel betekende Lacans weigering om hen naar China te vergezellen, een gevoelige klap. Temeer daar een van de klemmendste vragen waarmee de redactie op dat moment worstelde ('hebben Chinezen een onderbewustzijn?') nu onbeantwoord bleef.

Met de dood van Mao in 1976 eindigde het Chinese avontuur van TelQuel, dat daarmee definitief afscheid nam van het marxisme. Olga, in Les Samourais, gaat naar Amerika, waar zij lezingen houdt op universiteiten en verliefd wordt op een professor die niet alleen een uitstekend minnaar is, maar ook nog Celine uit het hoofd citeert met een onweerstaanbaar Amerikaans accent. Deze episode ('Algonquin') vertoont een zo grote overeenkomst met de geschiedenis van Anne en Lewis uit Les mandarins van Simone de Beauvoir, dat toeval uitgesloten lijkt. Er zitten in Les Samourais trouwens meer verwijzingen naar Beauvoir. Zo wordt Olga door Sinteuil eekhoorntje genoemd, een koosnaampje dat spontaan de associatie oproept met bever, Sartre's bijnaam voor Simone de Beauvoir.

In een recent interview in L'infini (zomer '90), de opvolger van TelQuel, ontkent Julia Kristeva, dat zij met Les Samourais een vervolg op Les mandarins heeft willen geven, waarin Simone de Beauvoir het Parijse intellectuele klimaat van de jaren vijftig beschreef. Kristeva voegt hier aan toe dat Simone de Beauvoir als persoon haar weinig aanspreekt. Haar bewondering heeft vooral betrekking op de wijze waarop Beauvoir haar verhouding met Sartre gestalte wist te geven, waarbij de ontplooiing van de een die van de ander geenszins in de weg stond.

Zwijgzame echtgenoot

De vraag of binnen een relatie tussen man en vrouw ooit gelijkwaardigheid kan bestaan, houdt Julia Kristeva al heel lang bezig. In Des Chinoises (1974) doet ze verslag van haar ontmoeting met een vooraanstaande Chinese wetenschapster, Bai Qixian, die haar echtgenoot, een ongeletterde boer, aanprijst als iemand die 'niet praat en hard werkt'. Kristeva maakt er geen geheim van dat een dergelijke omdraaiing van rollen (de man van Bai Qixian bestiert het huishouden) haar met scepsis vervult, omdat dit aan de ongelijkheid tussen de seksen natuurlijk niets verandert. Bovendien hecht Kristeva als psychoanalytica uit de Freudiaanse school aan een duidelijke onderscheid voor kinderen tussen de rol van de vader en die van de moeder. Het is overigens niet ondenkbaar dat het idee van een zwijgzame echtgenoot haar voorstellingsvermogen eenvoudigweg te boven ging, omdat Parijse intellectuelen, zoals Philippe Sollers, hun reputatie voor een belangrijk deel aan hun welbespraaktheid ontlenen.

Ook al is Les Samourais niet geschreven met de bedoeling een vervolg op de Mandarijnen te geven, toch vertoont het uiteindelijke resultaat alle kenmerken van een remake van Beauvoirs succesroman, met Sinteuil/Sollers in de rol van Sartre en Kristeva/Morena in de rol van Beauvoir. Het scenario is aangepast aan de tijd; de vrouwelijke hoofdpersoon uit Les Samourais doet zeer gedetailleerd verslag van haar seksuele leven, iets dat in de jaren vijftig, zelfs voor iemand als Simone de Beauvoir, ondenkbaar was. Bovendien ziet Olga Morena, als rechtgeaard vertegenwoordigster van het feminisme van de tweede generatie, haar wetenschappelijke carriere uiteindelijk bekroond met een kind. Het moederschap verlost haar van de dwang, 'altijd bezig te zijn om meer te weten, meer te hebben, meer te bereiken'. Het intellectuele avontuur van de Parijse samoerai eindigt bij de speelvijver van het Luxembourg. De grote voorbeelden, Barthes, Foucault en Benveniste, de linguist, zijn dood, de revolutie is voorbij en het spookbeeld van Aids doet de vijanden van vroeger (het kapitalisme; de bourgeoisie) verbleken.

Les Samourais is een sleutelroman. Hij zou uitstekend dienst kunnen doen als een soort 'bluff your way into the Rive Gauche', al mist hij het handzame formaat dat kenmerkend is voor de werkjes in het genre.

Toch werpt de recente geschiedenis een aantal vragen op die slechts gedeeltelijk in het boek worden beantwoord. Zoals de vraag waarom radicaal links in Frankrijk nooit tot terroristische actie overging, terwijl dat in Duitsland en Italie in de jaren zeventig wel gebeurde. In Les Samourais komt dit weliswaar heel even ter sprake, maar Kristeva's benadering is zo zweverig, dat zij meer vragen oproept dan beantwoordt: 'Waarom zijn wij geen terroristen geworden? Misschien omdat ze in Parijs woonden, met dat licht van eeuwigheid dat, afkomstig van de oceaan, op de Seine drijft. Of omdat hier de gargouilles van de Notre-Dame aan iedere vorm van geloof iets carnavalesks geven.'

Verdraaiing

Niet alleen blijft Julia Kristeva het antwoord op bepaalde, toch wel erg voor de hand liggende vragen schuldig, ze heeft bovendien de geschiedenis op een aantal cruciale punten verfraaid. Zo wekt Les Samourais de indruk dat de redactie van het tijdschrift TelQuel nauw betrokken was bij de revolte van mei '68. In werkelijkheid zat op het moment dat de revolutie uitbrak, TelQuel nog geheel op de lijn van de communistische partij, wat betekende dat de redactie de anarchistisch getinte studentenbeweging met enige reserve bezag. Pas nadat zij in 1971 openlijk met de partij hadden gebroken, kwam er in TelQuel een ware cultus van mei '68 op gang, alsof het tijdschrift zijn gebrek aan revolutionair elan achteraf alsnog wilde compenseren. Deze behoefte om het verleden als het ware op te poetsen, spreekt het duidelijkst uit de manier waarop het maoisme van TelQuel in Les Samourais gestalte kreeg. Natuurlijk heeft degene die een roman schrijft de vrijheid om de feiten te verdraaien, maar wanneer een auteur met zoveel gretigheid de minder prettige kanten van zijn tijdgenoten etaleert Foucault was een perverse griezel; de dames van de Editions des Femmes een toonbeeld van bekrompenheid; Roland Barthes een verveeld, pruilend kind doet het toch enigszins merkwaardig aan, dat zijzelf en het groepje waartoe zij behoorde, zo zorgvuldig buiten schot blijven.

De wijze waarop het Chinese avontuur van TelQuel in Les Samourais gestalte krijgt, verschilt op een paar essentiele punten van de toedracht zoals die uit de oude jaargangen van het tijdschrift valt op te maken. Opvallend is daarbij dat de personages uit de roman met de nodige ironie spreken over gebeurtenissen, die het tijdschrift in de jaren tussen 1971 en 1976 wel degelijk ernstig nam. Zo opent het speciale Chinanummer (herfst 1974) met een foto, waarvan het onderschrift luidt: 'De Xinhua-drukkerij in Peking. Op het schoolbord, links, staat te lezen: 'een welkom voor onze Franse vrienden van het tijdschrift TelQuel'.'

De suggestie is dat TelQuel in China door arbeiders werd gelezen, terwijl het lezerspubliek in het Westen uit een zeer selecte kring van voornamelijk literatuurwetenschappers bestond, van wie overigens niet valt na te gaan, of ze het blad werkelijk lazen, of dat het voornamelijk de functie van accessoire vervulde, zoals een ander een hoed draagt, of een sjaal. De redactie van TelQuel was echter bezield van de gedachte dat zij door radicale vernieuwing van de literatuur de maatschappelijke orde omver zou kunnen werpen, waarbij de arbeidersklasse een cruciale rol was toebedeeld. In Mao's culturele revolutie zagen zij de verwezenlijking van hun ideaal zonder te beseffen, dat dictators zoals Mao, en Stalin voor hem, wel een zeer persoonlijke interpretatie gaven van het begrip cultuur.

In Les Samorais valt niets te bespeuren van de ernst waarmee de redactie van TelQuel de ontvangst die hen in China ten deel viel, destijds registreerde. Niets van de boosheid ook, nadat het meest kritische lid van het reisgezelschap, Francois Wahl, het gewaagd had om in Le Monde het moderne bouwen in China te veroordelen als een typisch produkt van stalinistische wansmaak. 'Alsof, ' zo luidde het redactionele commentaar van TelQuel, 'er in Frankrijk geen lelijke gebouwen bestonden.'

Lik op stuk

Het opmerkelijkste verschil tussen de roman en de geschiedenis van TelQuel heeft betrekking op de positie van de intellectuelen in China onder het regime van Mao. De personages uit Les Samourais spreken nadrukkelijk hun bezorgdheid uit over de heropvoedingskampen, de repressie en de slachtingen waarvan zij het bestaan vermoeden. In de oude jaargangen van TelQuel echter, vind je van deze vrees niets terug. Sterker nog, wie het waagde aan het begin van de jaren zeventig iets onaardigs over China en zijn leiders te zeggen, kreeg van TelQuel direct lik op stuk. Geen behoorlijk boek te krijgen in Peking? 'Typisch het vooroordeel van een westerling, ' luidt het commentaar van TelQuel, 'alsof de aanwezigheid van boeken iets zegt over het niveau van een cultuur.'

Sinologen bezorgd om de verschraling van het culturele leven in de Volksrepubliek? 'Sinologen hebben alleen verstand van dode dingen, Mao schept een cultuur die leeft!' Het is jammer dat Julia Kristeva zich kennelijk zozeer liet leiden door de behoefte om het verleden glad te strijken dat er voor de vraag naar het 'waarom' van de dingen, geen ruimte overbleef. Als motto voor haar roman koos ze een citaat van Stendhal: Het geheugen is als krijgsmoed, het laat geen ruimte voor hypocrisie. Zonder Les Samourais nu direct als een onwaarachtig boek te veroordelen, moet toch worden opgemerkt dat het geheugen van Julia Kristeva op zijn minst een paar hinderlijke gaten vertoont. De uiterlijke beschrijving van Olga Morena, de eekhoorn met het paardestaartje, laat niets te wensen over, maar het blijft gissen naar hoe ze voelde, hoe zij, of de vrouw die haar creeerde, als twintigjarige over het leven en de revolutie dacht.

Julia Kristeva: Les Samourais. Uitg. Fayard, 460 blz. Prijs fl.55,05