De zingende loodgieter

Harrie Jekkers en Koos Meinderts hebben, om het in hun eigen gespierde stijl te zeggen, een goed stel ogen in d'rlui kop. Ze bedrijven een genre dat in het angelsaksisch taalgebied een bloeiend bestaan leidt, maar in Nederland nauwelijks bestaat: dat van de satirische roman. Zo wordt het althans door de uitgever genoemd. Zelf kies ik liever voor de aanduiding cabaretesk. Tejo, hun succesdebuut uit 1983, ging over een huisman, Uit de school geklapt over het onderwijs, Kunst met peren over culturele kringen en de nieuwste, De zingende zwanehals over een loodgieter, die per ongeluk in het wereldje van het Nederlandse hitbedrijf verzeilt raakt. Hoogst leesbare boekjes zonder de vlijmscherpe kracht van de satire, maar met de ironie van de betere cabaret-sketch.

Als auteurs van ongepolijste, maar kernachtig geformuleerde liedjes (het door Jekkers gezongen Over de muur werd een hit, die bij het neerhalen van de Berlijnse muur een tweede leven kreeg) zijn ze grondig op de hoogte van de listen, die door slimme platenproducers worden uitgehaald met naieve beginnelingen in de populair-vocale sector. Hun weergave van dat milieu is even waarheidsgetrouw als het beeld dat ze schetsen van de jongens van de gestampte pot in de loodgieterij. Vooral de dialogen zijn raak en zitten vol grappen en slapstick-effecten; het zou me niet verbazen als dit duo er nog eens in slaagt een vaardige comedy-serie af te leveren. Alleen de gesprekken in het buurtcafe halen af en toe de vaart uit het verhaal; kroeggeklets blijft kroeggeklets. Verder werken ze hun plot met verve uit, tot en met de wondermooie pointe in de laatste zin.

Ergens onder de oppervlakte schuilt ook nog iets anders. De loodgieter, die onder de naam De Zingende Zwanehals zanger wordt, begint zijn carriere met teksten uit een schriftje van een zekere meneer Hoofdakker, die gedichtjes schrijft. Het eerste lied heet Tranen verdunnen verdriet. Het aardige is, dat in het oeuvre van Rutger Kopland een gedicht voorkomt waarin iemand boven de wastafel staat te schreien en die tranen vloeien samen 'in het lood van de zwanenhals, niet meer te scheiden van de druppels uit het koperen kraantje met cold.'

Maar wie had gedacht dat ook de Nederlandse dichtkunst onderwerp van hun spot zou worden, komt bedrogen uit. Het blijft bij deze twee achteloos gedebiteerde grapjes, waar de lezer net zo goed overheen kan lezen. Al snel in het verhaal overlijdt de heer Hoofdakker, waarna alleen zijn bejaarde zuster nog een rol speelt. Ik vermoed dat de poezie een veel te onherkenbaar thema is voor dit genre boeken, dat overduidelijk voor een groot publiek wordt geschreven.

    • Koos Meinderts
    • Henk van Gelderharrie Jekkers
    • de Zingende Zwanehals. Uitg. de Harmonie