De Klerk of Mandela, dat is de vraag

PRETORIA, 7 sept. Moet Nederland de bestaande economische, politieke en culturele sancties tegen Zuid-Afrika opheffen of niet? De vraag vliegt als een soort papegaai mee met de delegatie van zeven Tweede-Kamerleden die anderhalve week door Zuid-Afrika reist. De beantwoording ervan vormt de kern van de reis van de twee CDA'ers, twee PvdA'ers en drie leden van VVD, D66 en Groen Links.

Al na enkele gesprekken met direct betrokkenen in het land wordt duidelijk dat de kwestie kan worden teruggebracht tot de vraag: wil men De Klerk helpen of Mandela? De gedachte om president De Klerk door het opheffen van sancties te belonen en hem daarmee tot verdere hervormingen te stimuleren botst met de politiek van ANC-leider Mandela om druk op de regering te blijven uitoefenen.

Mandela wordt in zijn pleidooi voor verdere sancties niet alleen gesteund door het Afrikaans Nationaal Congres, dat volgens recente peilingen op de steun van 53 procent van de bevolking mag rekenen, maar ook door zeer veel 'verligte' blanken. Dominee Beyers Naude bijvoorbeeld vroeg de Kamerleden nadrukkelijk de sancties te handhaven. De Klerk, zei hij, kondigt veel aan, maar veel concreets voor de zwarte bevolking is er nog niet gebeurd.

Ook een prominente blanke als Zach de Beer, een van de leiders van de Democratische Partij die een deel van de meer verlichte en engelstalige zakenlieden en industrielen vertegenwoordigt, vindt dat de sancties moeten blijven bestaan. 'Wij zijn tegenstanders van boycots, maar nu ze er eenmaal zijn, moet Europa zorgvuldig het tijdstip kiezen waarop ze ze opheft.'

Er kan ook een moment komen, zegt hij, dat Europa juist wel De Klerk te hulp moet komen, om te voorkomen dat hij binnen zijn eigen Nationale Partij te veel steun verliest. 'We hebben hem nodig om van apartheid af te komen.' Op het ANC-kantoor in Johannesburg ziet men het op dit moment opheffen van sancties door Europa als een keuze voor De Klerk. 'Europa moet niet voor een partij kiezen in dit vraagstuk, maar voor de bevolking van heel Zuid-Afrika', is een standaard-opmerking van Mandela.

Het probleem van de sancties zag er eerder dit jaar vanuit Haags perspectief veel eenvoudiger uit. De Klerk was begonnen aan het proces tot opheffing van apartheid, de Kamer besloot daarop geen sancties meer aan de bestaande toe te voegen en Buitenlandse Zaken legde bij de Twaalf een plan op tafel om in fasen de sancties op te heffen. Dat plan is inmiddels door de andere EG-landen overgenomen, maar de komst van Mandela naar Nederland leidde ertoe dat het idee door de Nederlandse regering zelf weer werd genuanceerd: Mandela's oproep in Den Haag en Amsterdam om de sancties te handhaven deden PvdA-leider Kok, gevolgd door premier Lubbers en vervolgens ook door minister Van den Broek van buitenlandse zaken besluiten om pas op de plaats te maken.

In het ANC-kantoor herhaalde Mandela gistermiddag zijn oproep tegenover de Kamerleden: geen opheffing van sancties voordat het one-man-one-vote-systeem in Zuid-Afrika is ingevoerd en daarmee de onomkeerbaarheid van de huidige ontwikkeling formeel vastligt. Frederik van Zijl Slabbert, directeur van het Instituut voor een Democratisch Alternatief voor Zuid-Afrika en onvermoeibaar lobbyist van het 'andere' blanke Zuid-Afrika, zet uiteen dat Mandela na zijn vrijlating twee sterke punten in het onderhandelingsproces kon inbrengen. Het ene was de gewapende strijd. Die optie heeft hij opgegeven. Het andere was (en is) sancties. Die optie moet hij houden, aldus Van Zijl Slabbert. 'Ik ben er zeker van dat hij direct aan invloed binnen de hele zwarte gemeenschap zal inboeten als hij in het buitenland het opheffen van sancties niet kan tegenhouden.'

'Hoe kan Mandela nog tegen zijn mensen in de townships zeggen dat ze zich rustig moeten houden, geen geweld moeten gebruiken en op de politie moeten vertrouwen, als ze vervolgens door het leger worden beschoten? Zijn positie wordt daardoor wankel, mensen luisteren niet meer naar hem', zegt een hoge Zuidafrikaanse ambtenaar. De positie van Mandela in het ANC is nog sterk, maar veel jonge zwarten vinden het al zeer ver gaan dat Mandela zelfs maar met De Klerk praat. 'Niemand moet vergeten dat het ANC een geweldig moeilijk proces doormaakt van aanpassing aan de nieuwe situatie: van bevrijdingsbeweging moet ze ineens onderhandelingspartij worden en vervolgens politieke partij in een systeem waarin ze nooit parlementaire ervaring heeft kunnen opdoen', zegt Van Zijl Slabbert.

Van regeringszijde wordt inmiddels tegenover de Nederlandse parlementariers de indruk gewekt dat de vele sancties toch geen effect hebben en dat ze dus net zo goed achterwege kunnen blijven. Minister Botha van buitenlandse zaken openbaarde die gedachte gisteren, naderhand gesteund door minister Du Plessis van financien. Uit het oogpunt van diversificatie van de economie was de boycot zelfs een voordeel geweest, aldus Botha. Slechts een sanctie was werkzaam geweest, zei Du Plessis: het stopzetten sinds 1985 van leningen door het Internationale Monetaire Fonds. Daardoor was de economische groei in Zuid-Afrika gedaald van 4,1 procent naar minder dan 2 procent en waren inflatie en rentevoet zeer sterk gestegen. De sancties zijn ook op andere wijze werkzaam, zoals vele Zuid-Afrikanen bevestigen. 'Psychologisch hebben de sancties een enorme uitwerking gehad: de blanken voelden zich uitgestoten uit de Westerse gemeenschap en dat was zeer onaangenaam', zegt een diplomaat.

Er bestaat nu een situatie van: wie beweegt het eerst, zegt Van Zijl Slabbert. 'In Nederland en in Europa moet men zich realiseren dat Mandela het op dit moment moeilijker heeft dan De Klerk. Totdat hij op het ANC-congres op 16 december zijn positie definitief heeft gevestigd, kan hij zich nauwelijks bewegen.'

    • Rob Meines