De charme van chaos; Het denken van Jurgen Habermas

In 1985 kenschetste de Duitse filosoof Jurgen Habermas de huidige stand van zaken in filosofie en cultuur als de 'Nieuwe onoverzichtelijkheid'. Tot enige decennia geleden kon nog worden aangegeven waarom het ging in de filosofie. Er bestond nog een algemeen idee waarheen onze cultuur op weg was er was vooruitgang, op basis van redelijkheid en vrijheid. Tegenwoordig bestaat er geen consensus meer. Er bestaat een veelheid van ideeen die weinig met elkaar gemeen lijken te hebben. Talrijke richtingen dienen zich aan, maar geen is richtinggevend. Nieuwe onoverzichtelijkheid, zegt Habermas. Anderen spreken van postmodernisme.

De kiem van deze wildgroei is volgens Habermas gelegd in de vorige eeuw en wel met het optreden van Nietzsche. Centraal in Nietzsche's filosofie staat de kritiek op de rede. Nietzsche valt de hegemonie van het menselijk verstand aan. Deze kritiek zal, in navolging van Nietzsche, in de twintigste eeuw steeds luider gaan klinken. Ten slotte leidt zij tot de verwarrende situatie waarin we ons nu bevinden.

Habermas onderscheidt twee soorten kritiek bij Nietzsche. We vinden ze terug in het hedendaagse gedachtengoed, zowel in het academisch-filosofische als in het meer populaire. Aan de ene kant voert Nietzsche een pleidooi voor andere vormen van redelijkheid dan die van het menselijk verstand waaraan volgens hem dit verstand zelf ondergeschikt is: de rationaliteit van het lijf bijvoorbeeld, van de natuur, de aarde, het leven, of in de formule van zijn latere denken: de wil tot macht. Aan de andere kant doet hij een vurig appel op het Andere van de rede, het irrationele: de mythe, het ritueel, de extase, de roes, dat wat hij het dionysische noemt in zijn eerste boek De geboorte van de tragedie.

In de hedendaagse filosofie vinden we deze twee kanten van Nietzsche's denken terug bij enerzijds filosofen als Bataille, Lacan, Foucault (de andere rede) en anderzijds bij Heidegger en Derrida (het Andere van de rede). Als we kijken naar de meer populaire gedachtenstromingen dan maken de holistische beweging, de humanistische psychologie en sommige vormen van het ecologische denken zich sterk voor een alternatieve rationaliteit, terwijl het Alternatief voor de rede het Leitmotiv vormt van vele neo-religieuze en neo-mystieke bewegingen. Habermas heeft weinig op met dit soort hedendaags denken. Hij beschouwt de onoverzichtelijkheid, waarvan het een symptoom is, als een gevaar. De rede was gedurende enkele eeuwen het fundament waarop het gebouw van de westerse cultuur stevig rustte. Redelijkheid staat garant voor gemeenschappelijkheid. Kritiek op de rede op de manier zoals zojuist omschreven moet leiden tot verval.

Plato

In de teksten die zijn verzameld in de bundel Na-metafysisch denken stelt Habermas zich daarom tot taak doorzicht te creeren in de onoverzichtelijkheid. Hij gebruikt daarbij een tweetal strategieen. In dit boek het belangrijkst is de strategie van de omweg over de historie. In een lang essay plaatst Habermas de huidige situatie in het perspectief van een geschiedenis die al begint bij Plato en de Neoplatonisten. Zo slaagt hij erin duidelijk te maken dat wat op het ogenblik een verwarrende veelheid lijkt, niettemin samenhang vertoont. Tenminste, als we maar verder kijken dan het moment en ons verdiepen in hoe het zover gekomen is.

Zijn tweede strategie is een poging tot integratie van de verschillende motieven van het hedendaagse denken met behulp van de Theorie van het communicatieve handelen, door hem ontwikkeld en in 1981 in een boek met die titel uiteengezet. Deze theorie maakt het mogelijk, meent hij, de rede te kritiseren, terwijl deze intact blijft. Zijn theorie streeft naar een transformatie van de rede van binnenuit, zonder de rede te vervangen door een andere rede of hem te passeren ten gunste van iets volstrekt anders. Na-metafysisch denken bevat een essay dat een beknopte en leesbare samenvatting is van Habermas' grote theorie.

De gedachten van Habermas zijn niet eenvoudig. Wie de moeite neemt om erin door te dringen wordt beslist beloond met nieuwe inzichten. Maar of die inzichten ook het beloofde doorzicht leveren, daarover heb ik mijn twijfels. Het hangt er maar vanaf, denk ik, hoe graag je een dergelijk doorzicht wilt.

Ik voel niet zo die behoefte aan overzicht. De huidige onoverzichtelijkheid heeft ook goede kanten. Zij impliceert een bescheidenheid ten aanzien van de mogelijkheden van het menselijk denken en doen die mij sympathiek is. Juist die bescheidenheid mis ik in Habermas' onderneming. Daarin lijkt hij naar mijn mening op de pleiters voor de andere rede die hij, terecht, aanvalt (waarbij het overigens de vraag is of iemand als Foucault in dit kamp thuishoort). Ik geloof niet dat het grootste gevaar voor onze cultuur schuilt in een gebrek aan overzicht. Voorlopig acht ik het overmatig streven naar zo'n overzicht een groter probleem. Wanneer samenhang alleen geforceerd tot stand gebracht kan worden, dan gaat er iets kapot bij die krachttoer. Je creeert misschien in theorie harmonieuze verhoudingen tussen de mens en de natuur en tussen de mensen onderling, maar waarom zouden dat de juiste verhoudingen zijn?