Boete 6,5 mln voor betalen concierges

NIJMEGEN, 7 sept. Het Werkvoorzieningsschap Nijmegen en Omgeving (WNO) moet waarschijnlijk nog voor het eind van dit jaar een boete van ruim 6,5 miljoen gulden betalen aan het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid.

Het ministerie beweert inkomsten ter hoogte van dat bedrag te hebben gederfd doordat het WNO zich sinds 1981 niet aan de regels heeft gehouden die gelden voor het plaatsen van concierges op basisscholen. In 1981 werden de werkvoorzieningsschappen, waar werk wordt geboden aan licht-gehandicapten, van rijkswege verzocht de regeling die gold voor het plaatsen van concierges op basisscholen langzaam af te bouwen. Tot op dat moment betaalden de werkvoorzieningsschappen de salarissen van de concierges. Na juli 1986 moesten de scholen dat zelf gaan doen of de concierge ontslaan. De honderd Nijmeegse scholen met concierges deelden mee zelf geen geld te hebben voor deze personeelsleden. Het bestuur van het Nijmeegse WNO besloot daarop door te gaan met betalen. De 6,7 miljoen gulden die sinds juli 1986 op deze manier naar de scholen is gegaan eist het ministerie nu terug, omdat het dit bedrag als gemist inkomen beschouwt. Voor de jaren 1986-1988 berekent het ministerie 4,2 miljoen, voor een navordering van 1988-1990 2,5 miljoen.

'We hebben alleen maar te goeder trouw gehandeld, uit sociaal oogpunt', verklaart WNO-directeur J. A. P. van den Berg. 'Dit bericht heeft ons geschokt. De negen gemeenten in de WNO-regio zullen deze gigantisch hoge bedragen moeten ophoesten. Dat past namelijk binnen de financieringsregeling zoals die sinds 1989 geldt: als er geld tekort is staat niet meer het rijk garant, maar de gemeente'. Het WNO is inmiddels begonnen het beleid af te bouwen. Dit jaar vraagt het voor het eerst geringe bijdragen van de scholen: dertig procent van het concierge-salaris. Het volgend jaar wordt dat zeventig procent en in 1992 moeten de scholen honderd procent gaan betalen. 'Het gekke is dat we dit beleid in alle openheid hebben gevoerd. In ons contact met de rijksconsulent van het ministerie is er altijd openlijk over gesproken. Ik durf zelfs te zeggen dat we een en ander met zijn instemming deden. Maar zijn werkgever schijnt daar anders over te denken'.