Bestuur EG is bang voor lagere groei economie

BRUSSEL, 7 sept. De werkloosheid in de landen van de Europese Gemeenschap zal niet verder dalen als de olieprijzen voor langere tijd hoog blijven. Ook zal de economische groei in de EG volgend jaar lager uitkomen dan de eerder geraamde 3,0 tot 3,1 procent.

Dat verklaarde gisteren Henning Christophersen, de EG-commissaris voor economische zaken. Hij zei dat de langdurige periode van hoge olieprijzen de economische groei zal aantasten en meer mensen werkloos zal maken. De EG-commissie zal de EG-ministers van financien morgen in Rome een eerste analyse over de gevolgen van de oliecrisis toespelen. De werkloosheid in de EG, die nu uitkomt op een gemiddelde van 8,5 procent, is de afgelopen jaren steeds gedaald. Commissaris Christophersen zei dat de exacte voorspellingen moeilijk blijven, maar dat het economische groeipercentage bij de prijs van 30 dollar per vat met bijna 1 procent kan dalen. De huidige propgnose van de EG-commissie is dat het bruto nationale produkt in de aangesloten landen in 1991 met ongeveer 3 procent zal groeien, waarbij rekening werd gehouden met de mogelijk positieve effecten van de Duitse eenwording. Christophersen waagde zich niet aan een prognose over de inflatie in 1991 maar zei wel een verhoging te verwachten. Verder vreesde hij dat de betalingsbalanstekorten van Oosteuropese landen scherp kunnen stijgen omdat zij de Sovjet-Unie met ingang van 1 januari aanstaande in harde valuta moeten betalen voor olie-aankopen. Hun gezamenlijke tekort op de lopende rekening kan daardoor oplopen van 2 tot 5,3 miljard dollar.

Intussen heeft Jacques Delors, voorzitter van de EG-commissie, verklaard dat de Golfcrisis het vermogen van de lidstaten zal testen om hun economische beleid te coordineren. 'Het zal een lakmoestest worden voor het economische en monetaire management', aldus Delors. Hij zei dat de EG op dit punt zal hebben gefaald als blijkt dat de Europese landen weer terugvallen op , wat hij noemde, het 'bedel-bij-je-buren-beleid' dat tijdens de vorige oliecrisis in de jaren zeventig de kop opstak. Hij verwees daarbij kennelijk naar de concurrerende devaluaties, die naar het oordeel van velen de gevolgen van de oliecrisis in 1973 en 1979 verhevigden.