'Als een van jullie ammoniak ruikt, mag hij het zeggen'

DEVENTER, 7 sept. Elke keer die sproeiende gierwagen op televisie als het weer over de mest gaat, zit sommigen bijzonder hoog. Slachtkuikenmester P. van Meggelen uit het Overijsselse Eefde geeft de journalisten, op bezoek in zijn bedrijf, de wind van voren. 'We zitten in het verdomhoekje, niet in de laatste plaats bij jullie. Laten we vandaag daarom proberen er iets positiefs van te maken.'

Daarna gaat het langs een plastic zak met lijkjes van het jong gebroed het hok in waar het broeierig warm is. 'Als een van jullie hier ammoniak ruikt, mag hij het zeggen.'

Men zou bijna niet meer durven, maar inderdaad ontbreekt de penetrante stank goeddeels. Van Meggelen was een van de eerste kippenfokkers die onder de betonnen vloer van zijn stallen een laag van vijf centimeter dik wit piepschuim aanbracht. Het resultaat is dat de uitwerpselen sneller opdrogen waardoor er nauwelijks ammoniak, die in te grote concentraties bedreigend is voor onder meer de bossen, vervliegt. Investering 10.000 gulden. De dieren van de gezamenlijke veeboeren in Nederland produceren per jaar een overschot van veertien miljoen ton mest. Dat is de hoeveelheid, die ze niet op eigen land kunnen uitrijden en derhalve kwijt moeten zien te raken bij een goede buurman of een verre akkerbouwer. De problemen doen zich vooral voor op de zogenoemde arme zandgronden in het zuiden en oosten van het land.

Met ingang van 1 januari wordt de mestwetgeving verscherpt. De toegestane hoeveelheid op het land uit te rijden fosfaat, die in mest zit en bij te grote concenctraties schadelijk is voor het milieu, zal dan aanzienlijk worden teruggebracht. Daardoor zal het mestoverschot naar verwachting toenemen met 4 miljoen ton. Het is de bedoeling om een aanzienlijk deel van het overschot te verwerken in wellicht zes grootschalige mestfabrieken. Van de totale kosten van 400 miljoen gulden wil de rijksoverheid 35 procent, de banken 50 procent en het boerenbedrijfsleven zelf 15 procent voor zijn rekening nemen. 'Dat is een zware aanslag op onze portemonnee en onze inkomens staan toch al behoorlijk onder druk', zegt H. J. Slijkhuis, voorzitter van de Overijsselse landbouwmaatschappij tijdens de lunch die excursie onderbrak.

Een van de varkensfokkers die bijdraagt aan het mestoverschot is A. Velderman in Klarenbeek (Gelderland). Hij heeft 1500 ligplaatsen voor mestvarkens. In vier jaar tijd heeft hij 150.000 gulden geinvesteerd in, wat hij noemt, 'het milieu'.

'Wij als boeren leven van het milieu, dus moeten we ook zorgen dat het schoon blijft', luidt zijn motief. In samenwerking met de veevoederfabriek wist Velderman het fosforgehalte in het voer, dat als fosfaat in de mest komt, aanzienlijk terug te brengen. Ook bracht hij het bestand droge stof door het terugdringen van het 'morswater' met 1000 kubieke meter per jaar terug. De droge stof kwam daarmee in een jaar tijd van 7 op 16 procent, wat kenners 'een enorme prestatie' noemen. Dat is van belang omdat niemand iets heeft aan al dat water in de mest. D. Loman in Harfsen heeft een tegen een bos aangelegen rundveehouderij met 60 melkkoeien. Loman, 29 jaar, dokterde in 'eigen atelier' een mestinjecteur en een zogenoemde zodenbemester uit. Daarmee kan de mest in voren onder het maaiveld worden gebracht, wat aanzienlijk scheelt in de ammoniakuitstoot, volgens Loman een reductie van 90 tot 95 procent. Bovendien wordt de vruchtbare stikstof in de mest optimaal benut. De machines kostten hem tesamen 45.000 gulden. 'Het mes', aldus Loman, 'snijdt aan twee kanten. Je spaart het milieu en je bespaart per jaar 10 ton aan kunstmest. ' Een ton kunstmest kost zo'n 2900 gulden. De 24-jarige Marcel Zandbelt uit Schalkhaar bij Deventer voert samen met zijn vader een 'ouderwets' gemengd bedrijf: wat koeien en scharrelvarkens, geiten en een paar ganzen en op het land verbouwen ze hun eigen veevoer. Voor hun 18,5 hectare grond moeten ze zelfs mest laten komen van een welwillende buurman. Zandbelt en zoon houden zelf een zogenoemde mineralenbalans bij, waaruit ze jaarlijks kunnen afleiden hoeveel mineralen in het voer op het bedrijf binnenkomen en hoeveel er in de mest eruit verdwijnen. In het landbouwbedrijfsleven wordt over het bijhouden van de wettelijk verplichte mestboekhouding en van zo'n mineralenbalans nogal eens amechtig gedaan.

Zandbelt jr. zegt er in een halve dag mee klaar te zijn. Hij is aangesloten bij het Centrum voor landbouw en milieu in Utrecht dat een economisch verantwoorde soberheid nastreeft in de landbouw. Dat wil zeggen: dusdanig boeren dat het nog wat opbrengt en het milieu wordt ontzien. Volgens Zandbelt jr. is elke boer met gevoel voor verantwoordelijkheid in staat op bedrijfsniveau naar oplossingen te zoeken voor het mestprobleem. Hij schat dat het percentage onwilligen niet hoger ligt dan tien. 'En op wat die aanrichten, wordt de hele boerenstand aangekeken.' 'Landbouw', zegt Slijkhuis in een poging om begrip te kweken, 'en Nederland horen bij elkaar. Dat moet ook in de toekomst zo blijven. We leveren aan de handelsbalans per jaar een bijdrage van 10 miljard gulden. Maar in de milieu- en mestwetgeving worden we onevenredig hard aangepakt. Het milieu is voor steeds meer van ons een uitdaging, maar we blijven ondernemers, die brood op de plank willen.'

    • Max Paumen