Afspraak apothekers frustreert rechtsgang

DEN HAAG, 7 sept. Justitie dreigt tientallen procedures tegen apothekers en farmaceutische groothandels te moeten seponeren, nu er een principe-overeenkomst is uitgelekt tussen het ministerie van WVC en de apothekersorganisatie KNMP. Dat convenant doorkruist alle justitiele procedures tegen apothekers en farmaceutische groothandels die ervan worden verdacht sinds 1 januari 1988 de tariefregels te hebben ontdoken. Een aantal apothekers is al voor de rechter verschenen. Er lopen nog enkele tientallen zaken.

Tussen de Economische Controle Dienst, de ministeries vaneconomische zaken en WVC, de officieren van justitie en de advocaten-generaal is gisteren koortsachtig overleg gevoerd over de vraag of de lopende procedures kunnen worden voortgezet.

In de vooralsnog vertrouwelijke overeenkomst is afgesproken dat bonussen en kortingen die de apothekers van groothandel en industrie ontvangen niet meer behoeven te worden verrekend met ziekenfondsen en verzekeraars. Volgens de nog geldende regeling moet dat wel. Bovendien zegt het convenant: 'De financiele consequenties van de meningsverschillen over de uitleg en de toepassing van de sedert 1 januari 1988 geldende tariefstructuur worden met dit convenant als afgedaan beschouwd. Deze afspraak heeft geen betrekking op afgehandelde en lopende justitiele procedures'. Uit onderzoeken van de Economische Controle Dienst gedurende de afgelopen tweeeneenhalf jaar is gebleken dat zowel apothekers als groothandelaren op betrekkelijk grote schaal toch bonussen en kortingen blijven geven en ontvangen, vaak via inventieve omwegen.

Uit het eerste rapport van de ECD bleek dat 75 procent van de apothekers zich niet aan de regels hield. Het grote bezwaar van de betrokken apothekers is steeds geweest dat de nieuwe tariefstructuur uiterst ingewikkeld is en voor velerlei uitleg vatbaar. Zo verbiedt de regeling kortingen die worden gegeven naarmate de apotheker meer afnewemt. In het geval van de Onderlinge Pharmaceutische Groothandel (OPG) kan echter niet anders, omdat het bedrijf een cooperatie is van apothekers die de aangeslotenen laat delen in de winst. De essentiele vraag is daarbij of de apotheker dat doet als 'orgaan voor gezondheidszorg' in de zin van de wet, of als burger die zijn geld belegt in een onderneming. Die winstuitkering geschiedt op grond van weat de individuele apotheker afneemt en daar maakt de ECD bezwaar tegen, want die aan afname gebonden uitkering verdraagt zich niet met de huidige regelgeving. De Arnhemse strafrechter heeft al gesteld dat die regelgeving onduidelijk is.

Op grond van de tekst van het convenant dat ambtenaren van WVC en de KNMP nu zijn overeengekomen, concluderen de advocaten die samen voor enkele tientallen geverbaliseerde apothekers optreden, dat het ministerie daarmee impliciet toegeeft dat de huidige regeling onwerkbaar is. Deze apothekers stond een strafrechterlijke vervolging te wachten, maar dat is volgens de advocaten nu onzeker geworden. Zij zeggen de zinsnede wel te begrijpen, dat het convenant geen betrekking heeft op afgehandelde en lopende justitiele procedures, maar leggen dat uit als het 'sauveren' van de ECD. Mocht na het bekend worden van dit stuk de lopende zaken niet worden geseponeerd, dan zullen ze ter zitting de officier van justitie vragen uit te leggen hoe dat zit.

De advocaten zeggen zich moeilijk te kunnen voorstellen dat de officier volhoudt dat de tariefstructuur helder en duidelijk is, terwijl blijkt dat de ontwerper daarvan het ministerie van WVC dat niet vindt. Ze zijn er van overtuigd dat in de thans ontstane situatie de rechter de opvattingen van de officier zal volgen.