Weinig varieteit in de serie over toneelmaken

In een forum op het Theaterfestival dat op dit moment nog in Rotterdam wordt gehouden, zei regisseur Jan Ritsema enkele dagen geleden: 'Kijk, psychologisch realisme komt onze generatie de strot uit. Dat kennen en kunnen we wel, dat eeuwige geidentificeer met karakters. Wij zoeken naar iets anders.'

In de eerste aflevering van de drie-delige serie Toneelmaken die de NOS-televisie vanaf vanavond uitzendt, houdt regisseur Erik Vos zijn acteurs dwingend voor: 'Concentratie! Opbouw! Opbouw! Opbouw!' Het lijken sleutelwoorden, hij herhaalt ze voortdurend.

Vernieuwing en traditie beide hebben gelukkig een kans van leven op het vaderlandse toneel. Daarom is het jammer dat televisiemaker Jan Venema zich in zijn serie Toneelmaken beperkt tot drie grote gezelschappen (in volgorde van uitzending De Appel, Toneelgroep Amsterdam en Het Nationale Toneel) en tot Shakespeare-stukken (respectievelijk Antonius en Cleopatra, King Lear en Macbeth). Het educatieve doel, dat een serie als deze naast andere oogmerken ook heeft, was beter gediend geweest met een zekere varieteit in de geregistreerde repetities. Die van Vos, maar dan ook die van Jan Joris Lamers of van Ritsema: uit de verschillen blijken hun kwaliteiten en tekortkomingen waarschijnlijk pas goed.

Toneelmaken volgens deze Venema-serie is vooral: karakters uitpluizen, 'inleven', illustreren van de tekst, min of meer psychologisch realisme kortom. In de aflevering van vanavond over Toneelgroep De Appel en Erik Vos is die tendens het sterkst. Hoofdrolspeelster Geert de Jong zegt met Cleopatra op te staan en naar bed te gaan en haar tegenspeler Eric Schneider vraagt zich steeds af wat precies omgaat in de hersens van Antonius en wat in zijn hart. Het resultaat van alle empathie is hier en daar klef, hetgeen nog versterkt wordt door het hulpverlenersjargon van Vos: 'Geert moet Eric hier niet meteen weggooien' of, wijzend op de maagstreek van een speler: 'Je bron is te hoog! Daar moet je je bron nemen'.

Wat bedoel u persies, denk ik dan. Venema is met vele close-ups ter plekke, zijn registratie van niet van tevoren bekende posities en interrupties moet een lastig karwei zijn geweest, hoewel, afgezien van de eerste lezing van het stuk, de meeste scenes uit een later stadium van de repetities stammen: de spelers zijn dressed to perform. In dit geval in klassieke, wijde gewaden en wat Geert de Jong betreft, voorzien van veel dramatisch haar. Er wordt, conform de stijl van De Appel, aards over de speelvloer gekropen en geen zin passeert zonder de dreigende klank van een rollende 'r' of zonder een veelzeggende pauze. Het is toneelmaken op zijn traditioneelst, ofschoon Vos zijn spelers op een bepaald moment opbiecht: 'Vroeger wist ik dat wat ik deed absoluut goed was, nu weet ik dat er ook andere mogelijkheden zijn'.

Voor Vos en de kijker was Venema's serie nog leerzamer geweest als die andere mogelijkheden aan bod waren gekomen. Toneelmaken, Antonius en Cleopatra van De Appel, Ned. 3, 20.20 - 21.20 uur.

    • Pieter Kottman