Venezolaanse teerolie stabiel in prijs

LEIDSCHENDAM, 6 sept. Een oliesoort waarvan de prijs niet door Saddam Hussein of andere agressors in het Midden-Oosten kan worden opgedreven? Die bestaat en is al meer dan honderd jaar beschikbaar als brandstof voor de elektriciteitsproduktie en andere grootverbruikers: Orimulsion uit Venezuela.

Puur toeval was het, dat directieleden van de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PDVSA en technici van enkele andere maatschappijen dinsdag, net een maand na het uitbreken van de Golfcrisis, hun nieuwe brandstof in Nederland kwamen aanprijzen.

Wellicht zal de belangstelling voor dit nieuwe produkt nu groter zijn, omdat Westerse industrielanden op zoek zijn naar energiebronnen die de afhankelijkheid van de Golfstaten kunnen verminderen. Maar de huidige hoge olieprijs heeft geen invloed op de concurrentiekracht van Orimulsion, want de prijs van dit produkt is gekoppeld aan de kolenprijs.

Vertegenwoordigers van de ministeries van Economische Zaken en Milieuhygiene toonden zich gisteren zeer geinteresseerd. Alsook ambtenaren van de provincies Zuid-Holland en Zeeland. Die provincies moeten binnen afzienbare tijd beslissen over uitbreiding van de elektriciteitscentrales op de Maasvlakte en in Borssele.

De Samenwerkende Elektriciteitsproducenten (SEP) willen in die gemeenten het centrale vermogen voor de stroomopwekking met elk 600 megawatt uitbreiden. Op de Maasvlakte is een moderne koleneenheid voorzien; in Borssele komt misschien een kolenvergassingseenheid. De twee provinciale besturen willen graag weten met welke brandstof de schadelijke milieu-effecten van die plannen zo gering mogelijk zullen zijn. Ook de SEP is, aldus een woordvoerster, geinteresseerd.

Orimulsion is een zeer zware, bitumenachtige olie, te vergelijken met teerzandolie, die in de Orinoco-vallei in Oost-Venezuela wordt gewonnen. Proeven in de Verenigde Staten, Canada, Groot-Brittannie, West-Duitsland en Japan wezen uit dat bij het grootschalig verstoken van Orimulsion minder schade voor het milieu ontstaat dan bij gebruik van kolen of gewone stookolie, inclusief CO dat de ozonlaag aantast. Door het veel efficienter gebruik van de brandstof onstaat er 22 procent minder CO dan bij kolenstook. Alleen voor ontzwaveling zijn extra voorzieningen nodig.

In Zweden is het NEX-project in voorbereiding om Orimulsion op commerciele basis voor elektriciteitsopwekking te gebruiken door vergassing van de brandstof met toepassing van het Texaco-procede, waarbij de milieu-effecten nog aanzienlijk minder zijn. De CO-uitstoot wordt door vergassing 26 procent minder dan bij kolenstook en de emissie van zwavel (SO) wordt volgens de testresultaten tot vrijwel nul teruggebracht. Bij vergassing is het brandstofgebruik lager omdat het water in de teerolie wordt omgezet in stoom, die weer met behulp van een turbine wordt benut voor elektriciteitsopwekking. De Zweedse staatsinstelling voor de elektriciteitsvoorziening heeft het NEX-project echter uitgesteld omdat men de komende vijf jaar voordelig een overschot aan elektriciteit uit Noorwegen kan aankopen.

Volgens Arnold Volkenborn, van origine een Nederlander en tegenwoordig directielid van Petroleos de Venezuela, is na elf jaar van exploratieboringen in de Orinoco-Belt een reserve aangetoond van 290 miljard vaten olie-equivalenten die met de huidige techniek winbaar is.

De werkelijke reserve is daar een veelvoud van. Uiteindelijk zouden volgens Volkenborn gedurende 100 jaar vijf miljoen vaten per dag geproduceerd kunnen worden; meer dan Irak en Koeweit samen tot begin vorige maand dagelijks naar boven pompten. De geinstalleerde produktiecapaciteit is nu met 120.000 vaten olie per dag nog bescheiden, maar als er voldoende wordt verkocht, kunnen in 1995 600.000 vaten per dag gehaald worden.

Samen met British Petroleum heeft de Venezolaanse maatschappij de joint venture BP Bitor gevormd, die zorgt voor het transport en de verkoop van de brandstof. De eerste commerciele contracten met elektriciteitsproducenten in Canada, het Verenigd Koninkrijk en Japan zijn afgesloten. In vijf Westeuropese landen wordt bestudeerd hoeveel het kost om centrales op Orimulsion te gaan stoken. Manuel F. de Oliveira, directeur van BP Bitor, zegt dat de meeste oliegestookte centrales met geringe ingrepen kunnen worden omgebouwd. Bij de bouw van nieuwe centrales wordt ook de mogelijkheid van vergassing bekeken. De Oliveira is uit op langdurige contracten, die zowel Venezuela als het afnemende land zekerheid verschaffen.

Orimulsion is in zijn oorspronkelijke vorm een teerachtige substantie, die wordt gewonnen op een diepte van 300 tot 1.000 meter. Omdat het spul zwaarder is dan water moet er stoom in de grond worden geinjecteerd. Boven de grond worden vuil en gassen afgescheiden. Door de zware olie met water te vermengen wordt ze voldoende vloeibaar gemaakt voor transport via pijpleidingen naar de noordkust van Venezuela. Net als ruwe olie of stookolie wordt het produkt met tankschepen verder getransporteerd. Zonder raffinage of verdere bewerking is Orimulsion geschikt als brandstof voor grote stookketels.

    • Theo Westerwoudt