Turkse troepen mogen naar Golf, maar bijval is niet groot

ISTANBUL, 6 sept. Het Turkse parlement heeft gisteren met 246 tegen 136 stemmen de regering Akbulut gemachtigd Turkse troepen naar het buitenland te zenden of buitenlandse troepen in Turkije te legeren. President Turgut Ozal, die in de praktijk alle macht uitoefent, had hiertoe reeds op 1 september, in zijn toespraak bij de opening van de nieuwe zitting van het parlement, 'geadviseerd'. Volgens premier Akbulut wordt in de eerste plaats gedacht aan het sturen van een fregat naar het gebied van de Golf. Op de achtergrond van aller gedachten leeft echter de mogelijkheid dat Turkse troepen worden gezonden naar een militair verslagen Irak, dat in aanmerking komt voor 'verdeling'. De olierijke gebieden rond Kirkuk en Mosul, waar een aanzienlijke Turks-sprekende minderheid woont, behoorden tot 1926 tot wat werd genoemd 'het nationaal Turks territorium' en de aspiraties erop werden pas in dat jaar, onder invloed van de Volkenbond, door Ataturk opgegeven.

De aanvechting Turkse troepen naar deze streken te zenden, zou des te groter kunnen worden als ook de Koerden, die er de meerderheid uitmaken, er met kans op succes rechten op zouden laten gelden. De Turkse pers staat vol waarschuwingen dat de regering van de Verenigde Staten niet ongeneigd is de Koerden van Barzani en Talabani territoriaal te belonen voor eventuele hulp bij een omverwerping van Saddam Hussein.

Kritiek

Toch blijft de bijval voor de gisteren verleende machtiging in de Turkse pers beperkt tot een of twee commentaren. De kritiek is overweldigend en loopt van links tot fundamentalistisch rechts. Laatstgenoemden zijn weliswaar in het geheel niet pro-Saddam, maar zien wel net als hij in Amerika de 'duivel'. Tot de kritici behoren, blijkens lekken in de pers, ook kopstukken uit de legerleiding uit de regerende Moederland Partij (MP) stemde een oud-generaal, Recap Ergun tegen alsmede blijkens een vraaggesprek in de Milliyet, zelfs oud-president Kenan Evren, de leider van de staatsgreep van 1980. Volgens de tegenstanders laat Ozal zich leiden door een overdreven drang bij het Westen en vooral de EG in de smaak te vallen. De sociaal-democratische oppositieleider professor Erdal Inonu stelt zelf dat 'Ozal het bloed van de Turkse soldaten riskeert terwille van het volledig lidmaatschap van de EG'.

Ook zou Ozal bang zijn dat de Verenigde Staten als Turkije geen verdere offers brengt, zullen 'komplotteren' tegen Turkije (bedoeld is ook weer steun geven aan de Koerden). Van alle kanten wordt gememoreerd hoe Turkije zich nodeloos vijanden heeft gemaakt in de Arabische wereld door partij te kiezen voor Frankrijk tegen de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders, voor Frankrijk, Engeland en Israel in de Suez-crisis van 1956 en voor de Verenigde Staten in de Libanese crisis van 1958. Velen gaan nog verder terug in de geschiedenis en herinneren aan de rampzalige wijze waarop het onverantwoordelijke driemanschap der 'Jong Turken' onder leiding van Enver Pasha het land aan Duitse zijde meesleepte in de Eerste Wereldoorlog. 'De Duitsers noemden Turkije toen Enver-land' memoreerde gisteren het Engelstalige dagblad Turkish Daily News. 'Voor de Verenigde Staten lijkt Turkije nu Ozal-land te worden. Wij zijn de kinderen en kleinkinderen van een rijk dat troepen stuurde om de Heilige Plaatsen te verdedigen in de Eerste Wereldoorlog en wij weten nog hoe ze werden afgeslacht. Onze legers werden in de rug gestoken door de Brits/Arabische Alliantie en nu worden we gevraagd wellicht weer te gaan vechten in deze zelfde landen Wij hopen dat Ozal zich tweemaal zal bedenken. Maar we twijfelen '

Inonu

Allerwegen wordt aan Ozal de figuur van Ismet Inonu ten voorbeeld gesteld, de vader van de tegenwoordige oppositieleider en de president die Turkije als neutraal land uit de Tweede Wereldoorlog hield (tot vlak voor het einde). Tegen de achtergrond van al deze tegenkanting krijgt Ozals succes in het parlement iets mysterieus. Bij de stemming, drie weken geleden, over het delegeren van het recht op oorlogverklaring kreeg zijn stroman Akbulut slechts 216 stemmen, en hij moest onder pressie van een groep binnen de MP de toevoeging slikken 'alleen als het land wordt aangevallen'. Bij de stemming van gisteren, die de restrictie van vorige keer feitelijk ongedaan maakte, bleek de meerderheid gestegen tot 246 (de MP-fractie telt 276 leden). Wellicht zien de Turken toch niet zonder enige geruststelling dat althans een man duidelijk aan het roer staat.

    • Frans van Hasselt