Onverveerd, vol humor; HENRI FAAS (1926 - 1990)

Hoofdredacteur had hij moeten worden, vonden we. Een uit de tijd dat de krant een meneer was, en zelf eigenzinnige commentaren schreef: vrij, onverveerd, vol humor.

Het begon op het Rokin in Amsterdam. Voorname kapperszaak, intussen Chinees restaurant geworden, ouders steunpilaren van de R. K.-parochie De Papegaai op de Kalverstraat. Als de zoon des huizes na de HBS wil gaan schrijven, kan hij bij De Volkskrant terecht, om de hoek op de Nieuwezijds. Als Londens correspondent leert hij het vak. Hij wordt onherstelbaar anglofiel, schaft zijn blijvend merkteken aan, een Sherlock Holmes-pet. Men blijft Henry echter Henri noemen.

Later wordt hij als parlementair redacteur rechterhand van politiek hoofdredacteur Romme, voorzitter van de KVP-fractie. Hoezo onafhankelijke journalistiek, roepen wij later, schamper. Ach, zo ging dat toen, antwoordt hij dan, even mild voor zichzelf als hij steeds voor anderen is. Hetgeen niet lijkt te passen bij zijn niet malse spot in de krant op het politieke volkje.

Zijn stijl is zeer leesbaar. Korte abrupte, soms volkse zinnen, vol anekdotische terzijdes en woordspelingen. Deze eigenschappen komen in hun element als Faas in De Volkskrant zijn eigen parlementaire rubriek krijgt en, nog meer, als hij later onder het eerst nog mysterieuze pseudoniem van 'Wandelganger' gaat schrijven. De roem daarvan is een kwart eeuw later nog niet vervaagd.

In die roerige jaren raakt hij, vol ergernis over falende democratie en verzadigde burgerheren, zelf betrokken bij de vernieuwingsbeweging. In zijn boek 'God, Nederland en de Franje' parodieert hij de gezeten machten. Hij staat mee aan de wieg der christen-radicalen, redigeert het manifest der KVP-radicalen dat in 1968 leidde tot uittreding en stichting van de PPR. Geen moment verliest hij echter zijn kritische zin, voor partijganger is hij ongeschikt. Hij is lid uit trouw aan zijn vrienden. Toch valt hem de overgang van wandelgang naar vergaderzaal niet mee. Het matig resultaat van al die roerigheid stelt teleur. Faas wordt de enthousiaste en gastvrije voorlichter-ambassadeur van de Europese Gemeenschappen op de Lange Voorhout in de jaren zeventig en tachtig, tersluiks nog her en der stukkies schrijvend.

Zijn stiel pakt hij in zijn laatste jaren weer op als de EG hem VUT toestaat.'Putjeschepper worden' voert hij in 1968 op, als laatste van een lijst van mogelijkheden voor de KVP-radicalen bij een breuk met de partijleiding. Waarom ook niet? Faas hield niet zo van de termieten en muskieten waarover hij zijn laatste boek schreef. Hij hield van de shmoe. Zij is dol op mensen, schreef hij in zijn boek, liefdevol, weerloos, intelligent en ongelooflijk offervaardig. De waarlijk grote journalist kan, zo bewees zijn rijk en warm leven, ook die eigenschappen hebben. Of maken ze hem juist zo groot? De wandelgang is kil en leeg geworden.

    • Huidig Lid van de Tweede Kamer Vo