Nooit meer Bernard Haitink bij het Concertgebouworkest

Dus het is definitief: Haitink komt niet meer dirigeren bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Per communique maakte het bestuur onlangs bekend dat Bernard Haitink een aanbod om in 1993 een aantal concerten in Amsterdam te komen geven, had afgeslagen. De toon van het persbericht was elegant en weemoedig: helaas heeft Haitink de invitatie afgeslagen, wij betreuren dat maar hij blijft altijd welkom. Geen woord dus over de motieven van de dirigent, het is uit.

De indruk die het publiek waarschijnlijk overhoudt is dat Haitink, ondanks vele verleidelijke aanbiedingen, gewoon niet meer wil dirigeren in Amsterdam.

Maar dat is niet waar. Hij heeft herhaalde malen gezegd en doet dat nog dat hij zijn wegblijven uit het Concertgebouw schrijnend en pijnlijk vindt. Haitink voelt zich Nederlander, zijn wortels liggen in het Hollandse muziekleven en emotioneel is hij, na 27 jaar Van Baerlestraat en ondanks alle vetes, nog gebonden aan het Concertgebouworkest. De internationale successen, eredoctoraten en andere onderscheidingen in het buitenland doen daaraan niets af of toe. Maar tegelijkertijd is hij zich wel bewust van die internationale reputatie, en hij is niet van plan om met de hoed in de hand aan de poort van de tempel te wachten tot 1993. Men heeft zijn eergevoel.

Ironisch

En zo is de ironische situatie ontstaan dat een der beste orkesten ter wereld en een der beste dirigenten ter wereld elkaar niet schijnen te kunnen vinden, ondanks verklaringen van liefde en welkom. En het publiek, de concertgangers? Zij zijn nooit geraadpleegd, maar hebben hun stem toch wel laten horen. Toen Haitink vorig jaar na lange afwezigheid met het Europees Jeugdorkest optrad in het Concertgebouw, kreeg hij al bij binnenkomst een tien minuten lange ovatie. Dat applaus was onmiskenbaar een demonstratie.

Nog ontroerender was het herdenkingsconcert in Rotterdam, op 14 mei van dit jaar, met de Tweede Symphonie van Mahler. Die uitvoering werd natuurlijk gekleurd door de emotionele herinnering aan het bombardement, maar er was niet veel fantasie voor nodig om te bedenken waardoor dat concert zo ongewoon indrukwekkend werd. Een recensent zei daarover: 'zelfs een beroepsluisteraar maakt zo'n eenheid van dirigent, orkest en publiek maar een paar keer in zijn leven mee. Het was pure magie'.

Ook het applaus in De Doelen was demonstratief: het leek alsof Rotterdam wilde goedmaken wat Amsterdam in hoogmoed had laten gaan. Hein van Royen, muzikaal leider van het Concertgebouworkest en jarenlange tegenspeler van Haitink, kwam hem na afloop met vele anderen feliciteren in de dirigentenkamer. In alle chaos zei hij tegen Haitink: 'Bernard, we hebben twee weken voor je in l993 '.

Haitink voelde zich enigszins overdonderd en niet zeer geflatteerd door deze informele invitatie. Gereserveerd antwoordde hij, dat er maar eens rustig over moest worden gepraat

Drijfzand

Wie wil nagaan wat er in al die jaren voor en na het vertrek van Haitink fout is gegaan, zinkt weg in drijfzand. Dat belemmert het uitzicht op wat er wel goed is gegaan en dat is ook niet weinig. Bernard Haitink was 27 jaar toen hij voor het eerst voor het Concertgebouworkest mocht staan. Vier jaar later, in 1961, werd hij chef-dirigent. Bij zijn afscheid in april 1988 berekende Preludium dat de chef-dirigent 4350 uitvoeringen had gegeven van 714 werken, van 138 componisten.

Dat afscheid werd een pijnlijke, lang uitgerekte affaire, met veel spanningen, lijmpogingen, en vooral wantrouwen. Dat het voor alle partijen goed was dat Haitink na 25 jaar de wijde wereld in ging, betwistte vrijwel niemand. Het orkest en zijn eerste dirigent hadden zich vaak aan elkaar opgetrokken tot internationale artistieke hoogten, maar de soms claustrofobische intensiteit leidde ook tot slijtage, vermoeidheid en irritatie. Bij delen van het orkest maar ook bij het publiek kwam behoefte aan verandering. Men wilde wel eens iets anders dan 'sombere avonden met donkerbruine stukken van Mahler, Bruckner en Brahms', zoals een concertganger het uitdrukte. Onterecht misschien, gezien de net geciteerde 138 componisten, maar het gevoel bestond nu eenmaal.

Net zoals Haitink het gevoel had, terecht of niet, dat orkestleiding en bestuur hem wel erg achteloos en vanzelfsprekend behandelden. Zij schenen Haitinks groeiende internationale reputatie niet te willen zien, noch realiseerden zij zich met hoeveel respect en zorg hij in het buitenland werd ontvangen. Hem viel het contrast in elk geval wel op.

Eind 1983 maakte Haitink bekend, dat hij per 1 september l988 was benoemd tot musical director van de opera Covent Garden in Londen, voor twintig weken per jaar. Hij liet zijn status bij het Concertgebouworkest open. Het chef-dirigentschap was duidelijk ter discussie, maar Haitink maakte onveranderlijk duidelijk dat hij na 25 jaar betrokkenheid een band met het orkest wilde handhaven. Maar hoe? Jaren van vaak verwarde onderhandelingen volgden. Enkele malen leken er heldere afspraken te zijn gemaakt, maar net als in vele opera's kwam er dan altijd weer een sater aan een touw naar beneden zakken. De ene keer was het eigenmachtig optreden van orkestleden, de andere keer een communique dat verkeerd viel, of een ongelukkig interview, of een misverstand al dan niet opzettelijk gecreeerd.

Een van de grote grieven van Haitink was, dat hij niet werd betrokken bij de keuze van een opvolger. Hij hoopte dat het een Nederlander zou worden, maar bestuur en orkestleiding kozen de Italiaan Chailly. Door alle complicaties was er geen sprake van inwerken, als dat al mogelijk was geweest met twee zulke totaal verschillende persoonlijkheden. De chef-dirigent en zijn opvolger maakten niet eens kennis met elkaar zelfs tot de dag van vandaag hebben zij nooit een woord gewisseld.

Afscheid

Het afscheid van Haitink, met moeite gerekt tot l988 in verband met het eeuwfeest van het Concertgebouw, werd een moeizame affaire. De dirigent kreeg honderden brieven, hoge onderscheidingen en geweldige toespraken. Burgemeester van Thijn noemde hem 'een van de grootste zonen die onze samenleving heeft voortgebracht'.

Maar de zoon verliet het ouderlijk huis niet zonder wrok, hij weigerde feestredenaars van het bestuur.

Intussen bleven de partijen verzekeren dat dit niet het einde was. Misschien hadden bestuur en orkestleiding de verwachting dat Haitink in de grote wereld zijn grenzen zou leren kennen, en dat hij Amsterdam snel weer nodig zou hebben.

Dat bleek niet zo te zijn. Integendeel, Haitink kreeg de ene grote aanbieding na de andere, en ontving tussendoor drie eredoctoraten: een in Oxford, een in Leeds en het derde in Amsterdam. Von Karajan haalde hem naar Salzburg, hij gaf schitterende concerten met de Berliner Philharmoniker en het ging steeds beter met de aanvankelijk nogal moeizame opera in Covent Garden. Het Concertgebouworkest bleef verzekeren: als Haitink nog wil, kan hij komen. Maar volgens de dirigent bleven die invitaties gratuit en vaag. Zijn standpunt is: als men mij wil hebben, laat men dan met een concrete aanbieding komen. Het is bekend dat hij graag in december in Amsterdam wil dirigeren, inclusief de kerstmatinee. Maar die wordt uitgezonden via Eurovisie, en het is begrijpelijk dat Chailly dat prestigieuze evenement voor zijn rekening wil nemen.

Uiteraard houden de muzikaal leider Van Royen en het bestuur rekening met de wensen van de nieuwe chef-dirigent. Daarom was de enthousiaste invitatie van Van Royen na het Mahler-concert in Rotterdam (' Bernard, 14 dagen in 1993 ') zo opmerkelijk.

Ingewijden vertellen dat Haitink zich enigszins overvallen voelde en dat hij na alle onduidelijkheden in het verleden liever met het bestuur wilde praten.

Dat gebeurde. Voorzitter Scherpenhuijsen Rom kwam naar Haitink in diens huis in Bergen en deelde hem een bestuursbesluit mee. Op verzoek van Chailly zou Haitink niet voor 1993 kunnen komen dirigeren, maar dan was hij hartelijk welkom.

Geschokt

Haitink was geschokt. Hij vond het vernederend dat Chailly in feite kan beslissen of en wanneer hij mag komen. Haitink-supporters, zowel in het orkest als daarbuiten, vroegen zich af: heeft Chailly dan zoveel tijd nodig om zijn stempel op het orkest te zetten? Is hij zo onzeker, dat hij het orkest niet eerder dan 1993 voor een paar concerten aan Haitink wil laten?. De officiele motivering is, dat een planning van vier tot vijf jaar normaal is in de muziekwereld, dat heeft Haitink ook vaak gezegd. Maar de vliegende Nederlander vindt dat het zoveelste onelegante argument: de gesprekken over zijn relatie met het Concertgebouworkest zijn al in 1985 begonnen. Er is dus ruim tijd geweest om een aanbieding te formuleren als men had gewild. Maar er is nooit een concreet voorstel gekomen. Zo kwam de dirigent ertoe om de invitatie voor 1993 af te wijzen, met twee argumenten: bezwaar tegen de wens van Chailly, en de vrees voor artistieke vervreemding tussen hem en het orkest als de periode te lang zou worden. Sinds december 1987 heeft hij immers niet meer met het Concertgebouworkest gewerkt.

Het is een treurige zaak, voor het orkest, voor Haitink, maar nog meer voor het Nederlandse muziekleven en de concertgangers. Als hij een van de grootste zonen is die onze samenleving heeft voortgebracht, is het een artistiek vergrijp om hem niet voor het beste Nederlandse orkest te zetten overigens met alle respect voor het Rotterdams Philharmonisch. Nu iedereen zegt dat Haitink welkom is en hij zelf, worstelend met zijn zelfrespect, verklaart dat hij zich half verdreven voelt wie kan de impasse doorbreken? Moet in deze opera de Commandeur met de stalen vuist door de coulissen breken, of is er gewoon behoefte aan een paar verstandige mensen?