Helsinki Federatie: delegatie door Joegoslavie uitgewezen

BELGRADO, 6 sept. Een delegatie van de Internationale Helsinki Federatie is gisteren door de Joegoslavische autoriteiten uitgewezen. De leden van de delegatie, onder wie de Nederlandse arts Barend Cohen, mogen de komende drie jaar niet meer in Joegoslavie komen. Dat heeft de Federatie gisteren laten weten. De melding werd later gisteren tegengesproken in een verklaring van het Servische parlement, waarin de versie van de Helsinki Federatie 'leugenachtig' werd genoemd. Er zou geen sprake van uitwijzing zijn, noch van aanhouding van de delegatieleden. De melding over de uitwijzing zou deel uitmaken van een 'speciale oorlog tegen Servie en Joegoslavie'.

Een woordvoerder van de Federatie hield evenwel voet bij stuk: de uitwijzing van de delegatieleden zou zijn bevestigd door de ambassades van Nederland, Denemarken en Oostenrijk in Belgrado. Cohen meldde gisteren de Nederlandse ambassade dat de Joegoslavische autoriteiten alle documenten van de delegatie in beslag hebben genomen.

De delegatie, naast Cohen bestaande uit twee Oostenrijkers en een in Wenen woonachtige Deense, stelde in Pristina, de hoofdstad van de roerige provincie Kosovo, een onderzoek in naar schendingen van de mensenrechten, naar aanleiding van talrijke berichten over onderdrukking van de Albanese meerderheid in Kosovo door de Servische autoriteiten. De vier werden dinsdag aangehouden en naar een hotel in Pristina gebracht, waar ze te horen kregen dat ze Joegoslavie binnen 24 uur moesten verlaten en waar ze volgens de woordvoerder van de Helsinki Federatie een stempel in hun paspoort kregen om te voorkomen dat ze binnen drie jaar terugkomen.

Buitenlandse correspondenten die gisteren in Pristina bijzonderheden over de uitwijzing van de vier delegatieleden inwonnen, werden aangehouden, naar een politiebureau overgebracht en door politiemannen in burger verhoord. (AFP, AP)