Grote schoonmaak van Nederlands 'vuilste rivier' een Door

GOUDA, 6 sept. Hoe smerig is de Hollandse IJssel? Er zijn er die spreken van Nederlands vuilste rivier, maar dan bedoelen ze niet de hele stroom, maar het twintig kilometer lange stuk tussen Gouda en Krimpen, waar de rivier in de Nieuwe Maas uitmondt. Voorbij Gouda tot aan IJsselstein gaat het beter; daar heeft de Hollandse IJssel nog iets ongerepts dat herinneringen oproept aan de verhalen van Herman de Man, die zich in deze contreien afspeelden. In tegenstelling tot het geindustrialiseerde, druk bevaren en bezoedelde traject Gouda-Krimpen.

Het is niet alleen de rivier zelf die de symptomen van een ernstige milieukwaal vertoont. Vooral de waterbodem is door jarenlange opeenhoping van schadelijke elementen tot op het bot aangetast, terwijl de oever vol zit met chemische zweren. Dat zijn de zogenoemde zellingen: gebieden tussen vaargeul en dijk die vroeger bij eb droogvielen en in de loop der jaren, sinds 1934 en tot na 1970, werden opgehoogd met rivierslib en volgestort met bedrijfsafval en stadsvuil van Rotterdam. Er kwamen fabrieken, scheepswerven en woonwijken op te staan. Een daarvan, de Zellingwijk te Gouderak, is inmiddels afgebroken, waarna het buitendijkse terrein werd geasfalteerd; elders staan nog ingrijpende maatregelen te wachten.

De Hollandse IJssel moet weer geschikt worden om in te zwemmen en te vissen. Dat was de boodschap die ir. J. van der Vlist gisteravond bracht op een voorlichtingsavond in cultureel centrum de Garenspinnerij te Gouda. Van der Vlist is milieugedeputeerde van de provincie Zuid-Holland, tevens voorzitter van de stuurgroep Hollandse IJssel, een verzameling autoriteiten die zich wil inspannen om de rivier weer gezond, althans gezonder te maken. Ze vertegenwoordigen alle overheden die met bedoelde sanering te maken hebben: het rijk (verdeeld over drie ministeries), de provincie, de zes IJsselgemeenten en enkele waterschappen.

Dat de heersende toestand niet langer kan en mag voortduren is iedereen duidelijk. De nadelen en gevaren voor mens en milieu zijn te groot. Door de jarenlange afzetting van verontreinigd sediment is de rivier ondiep geworden, wat niet alleen de scheepvaart in moelijkheden brengt. Het telkens weer opwoelen van dit vuile slib bedreigt ook de natuur of wat daar nog van rest. Zolang geen oplossing is gevonden voor berging van de bagger gaat dit proces door, met het gevolg dat vissen en planten sterven dan wel wegrotten. Ook de aangrenzende polders, die 's zomers hun water uit de rivier betrekken, lopen schade op.

Prijskaartjes

Van der Vlist schetste gisteravond diverse scenario's die de aftakeling een halt moeten toeroepen of liever, de neergaande lijn moeten ombuigen in een stijgende. Er hangen prijskaartjes aan met bedragen die varieren van 750 miljoen tot ruim 1,6 miljard gulden. In het eerste geval wordt de vervuiling zodanig geisoleerd dat ze niet verder om zich heen kan grijpen. Men spreekt van een 'basis-scenario', een ondergrens ofwel een minimum aan maatregelen, gericht op het verantwoord 'bewaren' van de volumineuze erfenis aan chemische en organische ongerechtigheden.

De bovengrens (1,6 miljard) heet 'multifunctioneel', een term die inhoudt dat al het meer dan licht verontreinigde materiaal uit de opgehoogde zellingen en de waterbodem wordt verwijderd, in combinatie met de reiniging van de vele miljoenen kubieke meters grond en bagger die zo vrijkomen. Althans, voor zover dat technisch mogelijk is. Dat voorbehoud wordt uitdrukkelijk gemaakt, omdat de techniek in menig geval nog tekortschiet, zoals blijkt uit proeven met grond uit de Gouderakse Zellingwijk. Dat is veelal geen grond meer, maar een substantie die onder de Wet Chemische Afvalstoffen valt.

Tussen die twee uitersten situeerde Van der Vlist een 'groeiscenario', waarvan de uitvoering ruim een miljard gaat kosten en, als de tekenen niet bedriegen, zal de stuurgroep daarop afstevenen. 'Gewoon weer kunnen zwemmen en vissen vergt maatregelen die verder gaan dan het basisscenario en minder ver dan het functionele scenario', zegt het bijbehorende rapport en zo komt men dus ergens middenin, bij het groeiscenario, uit. Voor de waterbodem betekent dit dat de ernstig vervuilde specie (klasse 3 en 4) moet worden weggehaald: in totaal zo'n 3,3 miljoen kubieke meter slib. Daar komt nog ongeveer een miljoen kubieke meter grond van de zellingen bij.

Verder voorziet dit scenario in een rem op de nog altijd doorgaande lozingen van onder meer bedrijven. Er komt zelfs nog ongezuiverd rioolwater in de Hollandse IJssel terecht, terwijl uit de landbouw in de omliggende polders overtollige mest naar het oppervlaktewater vloeit. Tevens, aldus het rapport, is het nodig dat de Rijn, die van invloed is op de kwaliteit van het IJsselwater, schoner wordt, maar wat dit betreft kan de stuurgroep slechts vurige wensen uiten, omdat de sanering van de Rijn een zaak van de gezamenlijke oeverstaten is.

Wie het leeuwedeel van de kosten, ruwweg een miljard, moet dragen, is zonneklaar: de Staat der Nederlanden. De Hollandse IJssel is immers een rijkswater. Alleen de sanering van de zellingen drukt financieel ook op de zes betrokken gemeenten, omdat zij in beginsel voor tien procent aan dit soort operaties meebetalen.

    • F. G. de Ruiter