Golf-crisis drukt EG met neus op de feiten

BRUSSEL/DEN HAAG, 6 sept. De crisis in het Midden-Oosten heeft de Europese Gemeenschap met de neus op de feiten gedrukt: de ontwikkeling van de grootste consumentenmarkt ter wereld mag dan nog zo'n lofwaardig streven zijn, het blijft een vrij futiele bezigheid als er tegelijkertijd geen instrumentarium bestaat om die markt adequaat te verdedigen en haar aanvoerlijnen veilig te stellen.

Die harde werkelijkheid is door de gebeurtenissen van de afgelopen weken duidelijker dan ooit geworden. Bovendien was de wereldmacht Europa de afgelopen maand voornamelijk met vakantie. Het duurde bijna drie weken voordat de Westeuropese Unie (WEU), waarvan negen van de twaalf EG-lidstaten lid zijn, ertoe kon besluiten oorlogsschepen naar de Golf te sturen en dan nog onder een nationaal, dus versnipperd commando.

De enige EG-lidstaat die zich nadrukkelijk manifesteerde was Groot-Brittannie, maar dan op zo'n provocerende manier dat dat allerminst kon worden uitgelegd als een uiting van Europese eenheid, maar meer als onderstreping van de 'speciale band' met de Verenigde Staten. Premier Thatcher peperde het haar mede-Europeanen nog eens in dat alle gepraat over een politieke unie van de EG als het op daden aankomt niet veel meer dan retoriek is.

Maar ondanks die Britse kritiek vinden Amerikanen in Brussel in het algemeen dat de Europeanen het eigenlijk nog zo slecht niet hebben gedaan. In Amerikaanse NAVO-kringen wordt de steun aan de operatie in de Golf 'zonder precedent' genoemd, met name die van Spanje, Griekenland en Denemarken. 'En wat had de EG in de gegeven omstandigheden meer kunnen doen? Ze beschikt eenvoudig niet over de institutionele middelen voor een dergelijk geval', zegt een Amerikaanse waarnemer.

Dat die middelen er zullen moeten komen, wil de EG niet op een economische reus op lemen voeten gaan lijken, is door de crisis om Irak iedereen duidelijk geworden. Zelfs Frankrijk, wel een voorstander van een politieke unie, maar altijd eigenzinnig wat betreft zijn veiligheid, begint zich dat te realiseren. De Franse premier, Michel Rocard, pleitte er dit weekeinde voor dat de WEU wordt uitgebouwd tot een structuur die Europa de kans geeft te zorgen voor 'de fundamenten van zijn militaire veiligheid'. Het Belgische christen-democratische Europarlementslid Leo Tindemans, de vroegere minister van buitenlandse zaken, meent: 'Wanneer ooit de noodzaak van een gemeenschappelijke buitenlandse politiek en een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid van de Twaalf is gebleken, dan is het nu wel.'

Volgens hem wordt door de Golfcrisis 'scherper aangevoeld dat we geen politieke macht hebben'.

Europa heeft in die crisis niet gereageerd 'als grote mogendheid', want in de praktijk kwam het erop neer dat de lidstaten zonder coordinatie actie ontplooiden en pas achteraf via de WEU probeerden een gemeenschappelijk standpunt te formuleren. 'Als het gaat om oorlog en vrede dient de EG zich nu te beperken tot het uitgeven van communique's', smaalt Tindemans.

De grote vraag is hoe de projectie van Europa's economische macht in buitenlands-politieke en militaire macht moet worden georganiseerd. De eerder geciteerde Amerikaanse zegsman bij de NAVO ziet weinig heil in aanpassing van de nu nog zeer summiere veiligheidsparagraaf van de Europese Akte, zoals wordt voorzien bij de in december te beginnen 'intergouvernementele conferentie' die de politieke unie moet opzetten. 'Dat is weinig praktisch', meent hij. Er kan volgens hem volstaan worden met meer coordinatie tussen EG en NAVO. Veel Europese politici geloven echter dat artikel 30 van de Europese Akte juist wel moet worden veranderd. Nu is alleen sprake van coordinatie van standpunten over de 'politieke en economische aspecten van de veiligheid'.

De Nederlandse liberale Europarlementarier Gijs de Vries pleit voor wijziging van de verdragstekst zodat coordinatie op het hele veiligheidsterrein mogelijk wordt. De Vries vindt ook dat de EG een regeling zou moeten ontwerpen waardoor export van strategische goederen aan derde landen aan strikte regels wordt gebonden: een soort Cocomlijst de lijst van strategische goederen waarvan de export naar 'communistische landen' was verboden die het onmogelijk zou maken dat landen als Irak zo'n bedreigend arsenaal opbouwen. De bilaterale regelingen die er nu op dat gebied bestaan moeten volgens hem communautair worden gemaakt. 'Economische en veiligheidspolitiek zijn niet te scheiden', zo heeft deze crisis volgens hem weer eens bewezen. 'Er zit geen waterdicht schot tussen.' Voor De Vries hoeft dat niet te betekenen dat Europa zich ontwikkelt tot een militaire supermacht, maar wel dat er een soort trait d'union wordt gelegd tussen de EG en de WEU, 'waarbij de EG het economische en diplomatieke en de WEU het operationele element vormt', gelooft de liberaal. Daarnaast is er 'een symbiose nodig tussen WEU en NAVO'.

'In ieder geval laat een politiek geintegreerde EG niet toe dat er lidstaten zijn die zich neutraal verklaren', zegt Tindemans. De les die de leider van de Nederlandse christendemocraten in het Europees Parlement, Jean Penders, heeft getrokken uit de Golfcrisis is eveneens 'dat het langzamerhand onmogelijk is dat de EG geen veiligheidsbeleid ontwikkelt'.

Aanvankelijk leek het volgens hem dat de EG aardig slagvaardig reageerde: men ging snel akkoord met het VN-embargo. 'Maar als je beter kijkt dan zie je dat de VS het voortouw hebben genomen en de kastanjes uit het vuur hebben gehaald.'

Volgens Penders maakte premier Thatcher de fout om haastig achter de Amerikanen aan te lopen: 'Ze wilde snel haar 'special relationship' onderstrepen en zo haar gram halen omdat ze geisoleerd stond in de Duitse eenheidskwestie. Maar ze had natuurlijk eerst (de Italiaanse premier) Andreotti en (minister van buitenlandse zaken) De Michelis moeten raadplegen om snel overleg in het kader van de Europese Politieke Samenwerking (EPS) te houden.' Op de komende intergouvernementele conferentie van de Twaalf over de politieke unie moet volgens hem meer aandacht aan de veiligheidskwestie worden besteed dan aanvankelijk de bedoeling was. Ook Penders meent dat het bovengenoemde artikel 30 'verder opgerekt' moet worden 'De EG vertegenwoordigt een enorme macht en je ontkomt er niet aan een veiligheidsdimensie te ontwikkelen.'

Volgens Penders gaat daar bovendien een 'preventieve, kalmerende werking' van uit: 'De wereld is anders geworden, niet beter en zeker niet overzichtelijker. De nationale staten worden weer roeriger. De EG kan haar verantwoordelijkheid niet ontlopen. Het ergste dat er kan gebeuren is dat we na het beeindigen van de Koude Oorlog zouden terugvallen in 19de-eeuwse allianties.'

'Europa heeft het recht en de plicht (in het Midden-Oosten) aanwezig te zijn', zei dit weekeinde VN-secretaris-generaal Perez de Cuellar op de Franse televisie. Die aanwezigheid is nodig om de mondiale problemen 'op een evenwichtiger manier' te kunnen oplossen.

De agenda van de EG dreigt door de crisis in de Golf langzamerhand overbelast te raken: want niet alleen is er de vereniging van de Duitslanden en de integratie van de DDR in de EG, het hulpprogramma voor de Oosteuropese landen, de schepping van een 'economische ruimte' waarin de EVA-landen een plaats moeten krijgen, de voorbereiding van de intergouvernementele conferenties voor de vorming van een economische en monetaire unie en een politieke unie, de Uruguay-ronde voor de organisatie van de wereldhandel, nu is er ook nog de opdracht bijgekomen om zich uit te dossen voor een volwaardige rol op het wereldtoneel.

    • Frits Schaling
    • W. H. Weenink