Gecalculeerd welbevinden

HET SOCIAAL en Cultureel Planbureau is in zijn achtste tweejaarlijkse rapport tot een sombere conclusie gekomen over het beleid in Nederland. Hardnekkige problemen zijn ondanks alle inspanningen niet dichter bij een oplossing gekomen: het grote deel van de bevolking dat langdurig op non-actief staat, migranten die niet deelnemen aan de samenleving en op achterstand blijven, de grote groep mensen die al lang op de grens van de armoede balanceert en de snel toegenomen criminaliteit. Integendeel, de vraagstukken worden ernstiger en in internationale vergelijkingen gaat Nederland zich op deze punten steeds meer in ongunstige zin onderscheiden. 'Wij verkeren in een situatie waarin het falen van de samenleving zich voordoet als het falen van de overheid.'

Minister-president Lubbers maakte maandag in Nijmegen met die woorden duidelijk hoezeer hij deze voorstelling van zaken betreurt: de samenleving faalt en de overheid krijgt de schuld. Lezing van de laatste editie van het Sociaal en Cultureel Rapport maakt duidelijk dat dat laatste inderdaad het geval is. Het zijn de pretenties van het permanente beleid die zich tegen de beleidsvoerders zelfkeren.

DEMOGRAFISCHE ontwikkelingen en economische verschuivingen spelen zeker een belangrijke rol. Maar het SCP neemt de gevoelens in de samenleving over in zijn kritiek op het beleid. Het SCP komt in zijn rapport tot de conclusie dat de hardnekkigheid van de maatschappelijke problemen slechts geevenaard wordt door de hardnekkigheid waarmee de overheid aan haar beleid vasthoudt. Mislukkingen leiden niet tot het prijsgeven van beleidsdoelen, maar tot ontwerpen van nieuwe regelingen of tot het verfijnen van het beleid. Hetzelfde geldt voor bezuinigingen; beleid wordt niet beeindigd maar toegesneden op steeds kleinere groepen, wat leidt tot nog ingewikkelder regelgeving. Kortom, de bureaucratie neemt almaar toe en het stelsel wordt onoverzichtelijker.

Dient de overheid, in haar machteloosheid, dan maar terug te treden? Het SCP draagt hiervoor opvallenderwijs geen argumenten aan. Uit de rapportage blijkt immers dat de bevolking nog veel van de overheid verwacht. Ruim de helft wil geen verdere bezuinigingen: de overheidsuitgaven moeten op het huidige peil worden gehandhaafd. Ook de sociale uitkeringen dienen volgens de meesten op het huidige peil te blijven. De meerderheid die in de jaren tachtig de bezuinigingen van de kabinetten-Lubbers steunde, blijkt geheel verdwenen. Ruim twintig procent wenst zelfs een verhoging van de overheidsuitgaven.

Zaken als milieu, onderwijs, criminaliteitsbestrijding, kinderopvang, staan hoog op de prioriteitenlijst van de Nederlanders.

DAT DE OVERHEID niet alles kan en dat de maakbaarheid van de samenleving haar grenzen heeft, is inmiddels een gemeenplaats. Feit blijft dat ook in de jaren negentig aan de overheid zeer hoge eisen worden gesteld. Effectiviteit, flexibiliteit en efficiency zijn daarbij de trefwoorden. De ervaring stemt echter niet vrolijk. Tien jaar geleden kwam de commissie-Vonhoff reeds met alarmerende rapporten over een 'gechaotiseerd' ambtelijk apparaat, waar signalen over maatschappelijke problemen onvoldoende doordringen; een wereld van departementen waar deelbelangen centraal staan; contraproduktieve verordeningen en regels; gebrek aan bestuurlijke daadkracht. Na Vonhoff liep ook de regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst, Tjeenk Willink, vergeefs storm op de burcht van de overheidsbureaucratie.

TOCH GAAN DE in het defensief gedreven overheidsdienaren, hun politieke bazen en hun critici aan de kern van de zaak voorbij. Wanneer het SCP van een 'overproduktie van beleid' spreekt, verwaarloost het planbureau zijn eigen bevindingen althans als men dat 'Haagse' begrip mag uitleggen ongeveer als: er worden op te veel gebieden te veel maatregelen afgekondigd en niet altijd maatregelen waarop men zit te wachten. Maar gezien het gevonden wensenpatroon van de Nederlanders kan er evengoed van 'onderproduktie' worden gesproken. De Nederlander wil minder en meer, of als hij minder van het een krijgt meer van het ander. Een voorbeeld: de religieuze gewetensnood die de Urker vissers zou achtervolgen sinds zij de door een hogere macht boven hen gestelde overheid besjoemelen, zou met behulp van een profijtelijke saneringsregeling snel kunnen worden overwonnen. Waar het omslagpunt ligt is geen morele of politieke vraag, maar een financiele. De visserij is niet de enige sector waar dit opgaat.

Hoofdprobleem is dat het gewetensvolle beginsel van de verantwoordelijke burger en het algemene belang door de 'calculerende individualist' als fictie is ontmaskerd. Dat die individualist dikwijls groepsgewijs, categoraal, opereert, maakt de samenleving slechts kwetsbaarder. Het algemene welbevinden, zoals het Planbureau dat heeft aangetroffen, is nog slechts de optelsom van de resultaten van het 'ieder voor zich'. Die optelsom is niet gelijk aan wat in de dagen van weleer onder algemeen belang werd verstaan. Met 'het' algemeen belang is ook 'de' overheid een anachronisme geworden.