DE VEENKOLONIALE ARCHITECTUUR VAN ZUIDOOST GRONINGEN; Parelslangs het Pekelderhoofddiep

Wat bezielt iemand om met een kampeerbus door de Groninger veenkoloniente gaan reizen? Het is een trieste uithoek van Nederland, waar langekanalen eindeloos door kale aardappelvelden snijden, waar de luchtengrijzer zijn dan in de rest van het land, waar de wind venijniger blaast ende regen ijziger aanvoelt. Voor zijn plezier, zou je denken, gaatniemand naar de veenkolonien.

De Noordhollandse kunstenares Erna van Mondfrans dacht daar anders over. Om haar 'schoolgeld terug te halen' besloot ze in 1987 een ontdekkingstocht te maken langs het rijtje Groninger plaatsen dat ze eind jaren dertig op school had geleerd: Hoogezand-Sappemeer, Zuidbroek, Wildervank, Oude Pekela, Nieuwe Pekela, Stadskanaal. Ze was er nooit eerder geweest, zoals zoveel Nederlanders, en langs de gedempte diepen en nauwelijks nog gebruikte kanalen ontdekte ze een rijkdom aan architectuur die ze absoluut niet verwacht had. Geen wonder. De veenkolonien komen voornamelijk in het nieuws vanwege een werkloosheidscijfer dat maar nooit onder het landelijk gemiddelde wil zakken. Dat er talloze curieuze bouwkundige pareltjes langs het Pekelderhoofddiep staan, dat de veenkolonien een nog onontdekte culturele schat bezitten, daarover wordt zelden of nooit bericht.

Erna van Mondfrans was zo gegrepen door deze architectonische rijkdom, veelal opgetrokken uit helrode Groninger baksteen, dat ze regelmatig terugkeerde naar de streek om de gebouwen die haar het meest troffen beter te leren kennen. Ze legde ze vast op foto's, ze maakte er etsen en zeefdrukken van, ze dook in kadasters om te achterhalen wie de architecten waren, sprak met bewoners om nog iets van de geschiedenis te achterhalen. Drie jaar lang deed ze intensief onderzoek in de zeven plaatsen uit het rijtje uit haar schooltijd. En om iets van de bekoring die ze onderging over te dragen, heeft ze nu een boekje samengesteld met foto's, etsen en tekeningen van de gebouwen die haar het meest na aan het hart lagen: Zeven op een rij, Van Hoogezand tot Stadskanaal. Per plaats heeft ze kaartjes getekend waarop aangegeven staat waar langs het kanaal (want alle veenkolonien zijn als linten langs de voormalige turfvaarten gebouwd) de getoonde huizen staan.

Het meest opmerkelijk vormgegeven zijn de gebouwen in wat we maar zullen noemen de veenkoloniale variant van de Amsterdamse school. De meeste van die huizen en winkels zijn begin jaren twintig gebouwd, in de economische hoogtijdagen die de veenkolonien zo vlak na de Eerste Wereldoorlog beleefden. Er was grote behoefte aan voedsel en brandstof, en dat konden de Groninger boeren en verveners in die streek volop leveren. Hoe het komt dat zoveel veenkoloniale ondernemers voor in die tijd moderne ontwerpen kozen, is niet duidelijk. (Elders in Groningen, in Usquert, lieten rijke boeren Berlage het stadhuis ontwerpen). Voor liefhebbers van vooroorlogse gebouwen met mooi, gevarieerd metselwerk, expressieve bakstenen welvingen en ornamenten, hoekige en toch speelse kubistische vormen is een bezoek aan de veenkolonien een must. Het boekje van Van Mondfrans, met de kaartjes en foto's kan als gids dienen. En voor een kopje koffie kan de bezoeker dan bij voorbeeld terecht in cafe De Grens op de grens van Oude en Nieuwe Pekela. Hier zweepte de Groninger communistenvoorman Fre Meis menig Oostgroninger op om zich te verzetten tegen de vertegenwoordigers van het grootkapitaal, die uit de Groninger bodem vette winsten wegsleepten waarvan de plaatselijke bevolking niet profiteerde.

Van Mondfrans is er in geslaagd een aantal van die veenkoloniale Amsterdamse school-architecten te achterhalen, zoals G. Siccama, die bijvoorbeeld de Bijenkorf in Wildervank ontwierp. Helaas, schrijft Van Mondfrans, hebben veel hedendaagse uitbaters van dergelijke prachtige winkelpanden de muren witgeverfd, zodat het prachtige metselwerk onzichtbaar is, en gaan delen van de welgevormde gevels schuil achter allerlei plastic toevoegingen. Dat is minder het geval bij woonhuizen, die er nog vrijwel net zo bijstaan als in de jaren twintig. Naast de Amsterdamse School-variant wemelt het er ook van de nondescripte villa's en exotische zadeldakwoningen, zoals het huis aan de Reinderstraat 103 (aan het Pekelderhoofddiep) in Nieuwe Pekela, dat volgens Van Mondfrans nog het meest weg heeft van een enorme koekoeksklok. Van Mondfrans: 'Soms denk ik wel eens, als ik weer een bijzonder gebouw zag: het is hier net Belgie, waar ze ook een veel grotere vrijheid van vormen bij het bouwen hebben.'De provincie Groningen is al jaren wanhopig bezig om, bij gebrek aan andere middelen van bestaan, het toerisme in de provincie te stimuleren (neem bijvoorbeeld het bronnenbad in Nieuweschans). Het is onbegrijpelijk dat de exotische veenkoloniale architectuur, die blijkbaar op de schrale dalgrond wel goed gedijd heeft, niet tot speerpunt van dit toeristisch beleid wordt verheven. Hopelijk is dit boekje van Van Mondfrans een eyeopener, en de start van gedegen architectuur-historisch onderzoek naar en behoud van deze opmerkelijke 'monumenten' van vooroorlogs modernisme.

    • Kreil 7
    • Paul Steenhuisboek
    • van Hoogezand tot Stadskanaal'. Tekst
    • 'Zeven Oprij