Braks zit klem door eigen beloftes

DEN HAAG, 6 sept. Het CDA-Kamerlid Nijland nam zijn partijgenoot, minister Braks van visserij, vorige week direct in bescherming. 'We moeten met zijn allen erkennen dat de controle op de visvangst niet is geslaagd. Dat kunnen we niet alleen Braks verwijten. Zowel de minister als de Kamer heeft telkens weer gezegd dat de controle moet worden verscherpt. We hebben blijkbaar te maken met een ongrijpbare groep overtreders.' De minister had de Tweede Kamer een brief gestuurd waarin hij schrijft 'dat overtreding van de visserij-regelgeving onverkort doorgaat'.

Hij voegde daaraan toe van begin af aan te hebben erkend dat met het controlesysteem, waartoe hij besloot na de visserij-affaire in 1987 niet zou kunnen 'worden volstaan'.

Aanleiding voor de brief was de beschuldiging dat de Algemene Inspectiedienst (AID) zou frauderen met de vangstcijfers. Een rechercherapport toont aan dat daar geen aanwijzingen voor zijn. Voor de oppositiepartijen VVD en D66, maar ook voor de regeringspartij PvdA is de zaak hiermee niet afgedaan. Hen gaat het in deze tweede visaffaire ook om het opnieuw falen van de controle. De conclusie dat Braks daarvoor niet verantwoordelijk kan worden gesteld, willen zij nog niet trekken.

Een belangrijke rol in het oordeel over Braks speelt zijn toezegging tijdens de vorige visserij-affaire. Om zijn politieke bestaan te rekken heeft Braks, althans in de ogen van sommige fracties, beloofd aan de overschrijding van de visquota een einde te maken.

Braks' woorden in de Tweede Kamer waren: 'Ik meen dat met de reeds genomen maatregelen en met de maatregelen die nog op stapel staan straks het hoofd geboden kan worden aan de gerezen problematiek (...) Onder erkenning van de gemaakte fouten en zonder weg te lopen voor de verantwoordelijkheid voor de achter ons liggende periode meen ik evenwel dat ik nog veel kan en moet doen om, in overleg met de Kamer, het visserijprobleem tot een oplossing te brengen.' Een harde toezegging lijkt het niet, maar volgens het VVD-Kamerlid Te Veldhuis werden Braks' woorden toen wel 'algemeen zo gevoeld'.

Hij wil de minister daar nu aan houden. Ook de PvdA heeft in Braks' uitlatingen gehoord dat overbevissing in de nabije toekomst niet meer zal voorkomen. Dat dit ideaal nog niet was bereikt, wist de Kamer. Sinds de vorige affaire stuurde Braks de Kamer jaarlijks een rapport over de controle. De eerste keer, in september 1988, schrijft hij dat de maatregelen 'nog niet optimaal zijn (...). Desalniettemin beoordeel ik het stelsel als positief'. In juni 1989 is Braks nog steeds optimistisch. Wel geeft hij een opsomming van de vele wegen die de vissers hebben gevonden om de controle te omzeilen. Begin dit jaar, als de minister voor de derde keer meedeelt hoe de vlag erbij hangt, is zijn toon anders. Wederom constateert hij dat nog steeds sprake is van vangstoverschrijdingen, maar dit keer vervullen ze hem 'met zorg'. De conclusie dat de Kamer altijd heeft geweten dat menig visser geen brave jongen is en de fracties nu niet ineens de minister als zondebok mogen aanwijzen, gaat volgens VVD en PvdA niet zonder meer op. Na lezing van het geheime gedeelte van het rechercherapport is bij hen het vermoeden gerezen dat Braks al veel eerder een veel verdergaander conclusie had kunnen en moeten trekken, namelijk dat het controlebeleid gewoonweg faalt.

Om deze beschuldiging hard te kunnen maken, willen zij volgende week dertien mensen horen van de AID, het visserijbedrijfsleven en het ministerie. Braks zal de week daarna worden herinnerd aan zijn woorden van 5 februari van dit jaar. CDA'er Eversdijk zei toen in de Kamer dat de vissers dertig tot zestig procent meer vis uit de zee halen dan is toegestaan. Te Veldhuis haakte daar direct op in. Braks moest kiezen: of Eversdijk uitte ten onrechte een zware beschuldiging aan het adres van de vissers of de minister moest erkennen dat zijn beleid had gefaald. Braks koos indirect voor het eerste: 'Ik heb geen enkele aanwijzing dat de overschrijding (...) in de orde van grootte van die dertig tot zestig procent zou zijn'. De vraag is nu of Eversdijk toch gelijk had. Zo ja, wist Braks dan werkelijk niet wat hij volgens Kamerleden wel had moeten weten? En als dat zo is, kan de minister er dan mee volstaan enkele ambtenaren die in deze zaak een minder fraaie rol hebben gespeeld de laan uit te sturen? Of valt hem persoonlijk te verwijten dat zijn ambtenaren hem onvoldoende hebben ingelicht? Want had hij drie jaar geleden niet toegezegd de communicatie op zijn ministerie te verbeteren? Bij het CDA maken ze zich nog niet echt zorgen om het politieke voortbestaan van Braks. Hij is in hun ogen, ondanks de vele averij die hij in de afgelopen jaren heeft opgelopen, nog steeds een man met voldoende gezag bij zijn achterban en, niet te vergeten, in Brussel. De vraag rijst echter of hij voldoende gezag heeft op zijn eigen ministerie. PvdA en de VVD zien de toekomst van de minister somberder in, al vinden ze het in het openbaar nog te vroeg een verstrekkend politiek oordeel te vellen.

    • Aukje van Roessel