Bleke Richard II voor de ongesubsidieerde markt

'Ja, nee, nee, ja, ' antwoordt koning Richard II op de vraag van zijn neef Bolingbroke of hij bereid is afstand te doen van de kroon. Enkele momenten later geeft hij 'vanaf mijn hoofd dit zwaar gewicht weg', maar vooralsnog hangt het teken van de majesteit in de lucht, tussen de beide rivalen, die het symbool aan weerszijden tussen de vingertoppen klemmen. Regisseur Adrian Brine en titelrolspeler Gijs Scholten van Aschat tonen hier voor het eerst de malicieuze intelligentie van Richard: hij gaat ten onder, maar dan wel met de waardigheid die past bij zijn positie. Hij geeft, wil hij maar zeggen hem, gezalfd en Gods uitverkoren zaakwaarnemer, wordt niets ontstolen. Laat dat duidelijk zijn.

Bolingbroke, gespeeld door Pierre Bokma, is er beduusd van, aanvankelijk. Slechts langzaam dringt zijn overwinning tot hem door, langzaam en op zijn hoede loopt hij naar het achterste gedeelte van de hellende toneelvloer, zodat hij eindelijk uittorent boven degene aan wie hij zoeven nog eerbied verschuldigd was. Kijk eens, wat een lef. Maar de eigenhandig van 'almacht tot slaaf' gemaakte Richard neemt intussen plaats op het rode kussen, waarop even tevoren nog de wankelende kroon rustte. Het duurt te kort, naar mijn smaak, de spot die van dat achterste op het kussen uitgaat, de woede over het bankroet van zijn majesteit neemt al weer snel de overhand in de regie van Brine.

Toch komt die woede te laat, eerder al had het publiek zicht moeten krijgen op Richards grillige natuur. De historische, dynastieke aanleiding in Shakespeares tekst reeds een voldongen feit tot zijn onttroning wordt door Brine keurig getoond, helemaal aan het begin van de voorstelling. In het halfduister wordt Richards oom, de Hertog van Gloucester, om het leven gebracht, als een belangrijke vingerwijzing dat Richards drama niet op zichzelf staat en en slechts een episode is in de geschiedenis van het Huis van Lancaster en van York. Brine laat Richard de moord gadeslaan vanaf een duikplank ter rechterzijde, wat duidt op zijn betrokkenheid. Dat is een interpretatie, zij het geen riskante: als Bolingbroke even later Mowbray beschuldigt van de moord, beschuldigt hij immers indirect Richard. Terecht, zegt Brine.

Die eerste scene is een van de weinige waarin de hand van de regisseur zich duidelijk manifesteert, zijn enscenering kenmerkt zich voor het overige door uiterste terughoudendheid. Daarvoor heeft hij waarschijnlijk gekozen, maar tijdens de scene waarin Richard op de valreep het duel tussen Bolingbroke en Mowbray tegenhoudt, vroeg ik me af in hoeverre de (geld-)nood van deze vrije produktie Brine beteugeld heeft. Eenvoud hoeft niet lelijk te zijn, integendeel zelfs, maar hoe morsig oogt toch het decor van deze enscenering! De bestorven kleuren van de uniforme kostuums van Yan Tax vloeken met de romantisch-historiserende banieren boven het strijdtoneel, vloeken ook met het zestal strakke doeken met wolkenpartijen die de hellende cirkel van de toneelvloer omringen. Nee, het volle licht doet deze voorstelling geen goed en daarom valt des te meer de hier en daar willekeurige lichtregie van Reinier Tweebeeke op: waarom gloeit het licht op als Richard ten overstaan van Aumerle alle moed verliest en hem en bisschop Carlisle (Nelly Frijda) zelfs verwijt dat deze hem koning noemen? Bleek dat is het resultaat van alle eerbare inspanningen die de vrije, ongesubsideerde markt zich getroost heeft om dit eerste van de drie op stapel staande koningsdrama's op te voeren. Gijs Scholten van Aschat verzuimt zijn rol relief te geven. Waar is Richards grilligheid? Waar is de vaart en de dynamiek die Georges Bigot hem gaf, alweer tien geleden bij het Theatre du Soleil? Slechts in de tekst is deze Richard een spilzieke, stampvoetende en meedogenloze potentaat; nergens ontwaar ik zijn tragiek dan alleen in de laatste scenes als hij zichtbaar aan lager wal verkeert. Maar dan is het al te laat: Brine en Scholten maken tevoren niet helder hoe hij daar heeft kunnen belanden.

Een gunstige uitzondering in de onzekere rolbenadering vormt Pierre Bokma als Bolingbroke. Hij paart overmoed aan angst, in een adem. Als hij zijn door Richard geconfisqueerde erfenis terugeist, nemen zijn verlangens een grotere vlucht dan zijn moed. Mijn land terug, dreigt hij en dan volgt brullend: 'ZONIET'.

Stilte. Vervolgens zacht en beheerst: 'Zoniet, dan buit ik het voordeel van mijn macht uit.'

Zulk spel, intelligent en speels tegelijk, alsof de uiterst effectieve stemverheffing ter plekke bedacht werd, is helaas een zeldzaamheid in deze Richard. Het schijnbare gemak waarmee Bokma zijn rol treft, benadrukt pijnlijk de moeite die de anderen zich getroosten moeten. We zien hier een gelegenheidsgroep op de tenen lopen en dat is geen meeslepend schouwspel.

    • Adrian Brine
    • Pieter Kottmanvoorstelling
    • Dolf Verspoor
    • Allard van der Scheer
    • Hildegard V.D. Heijden
    • Frank Raven
    • Gijs Scholten V
    • Yan Tax. Spelers