Amerikaanse kiezers beginnen te morren

Zo krachtig als president Bush heeft gereageerd op de Iraakse inval in Koeweit, zo lauw is de stemming in de Verenigde Staten. Zeker, iedereen staat achter de president. Hij is weer even populair als voor zijn tijdelijke inzinking toen de ware omvang van het spaarbankschandaal doordrong. Maar het is bijna een natuurwet voor opiniepeilers dat slechts weinig burgers zich aan het begin van een militaire crisis verzetten tegen de acties van de opperbevelhebber. Pas op den duur komt de kritiek los. Niets wijst erop dat de Amerikanen zich verheugen op een frischer, frohlicher Krieg.

Hoe Bush ook probeert de aandacht van de gijzelaars af te leiden, de beelden en verhalen van de afgematte teruggekeerden en de berichten over de achterblijvers doen de Amerikanen beseffen, dat het in Irak niet zo eenvoudig oorlog voeren is als in Panama of Grenada. Ook de dreiging met chemische wapens maakt het er voor familieleden, kennissen en kiezers die in uniform zijn vertrokken, niet aantrekkelijker op. Enkele honderden soldaten en reservisten weigeren naar de Golf te gaan of onderzoeken de mogelijkheid van gewetensbezwaren. Omdat ze bang zijn voor de publieke opinie, geven ze weinig ruchtbaarheid aan hun zaak.

Congres

Van het begin af aan hebben Congresleden zich zorgen gemaakt over de duur van de Amerikaanse militaire operatie. Met de na de Vietnamoorlog aangenomen War Powers Act hebben ze zich de bevoegdheid toegeeigend om de verblijfsduur van troepen in vijandelijk gebied te beperken. De regering-Bush erkent de War Powers Act niet omdat deze niet constitutioneel zou zijn. De wet morrelt aan de bevoegdheden van de uitvoerende macht. Tijdens een hoorzitting afgelopen dinsdag herinnerden verscheidene Afgevaardigden de minister van buitenlandse zaken aan de War Powers Act. Behalve deze wet heeft het Congres de grondwettelijke mogelijkheid de president in zijn bewegingsvrijheid te beperken door onder meer het verwerpen van begrotingsposten zoals gebeurde bij de hulp aan Nicaragua.

Het luidruchtigst is de kritiek van Congresleden op de participatie van de bondgenoten. De reactie van minister Baker herinnerde aan de tijd dat Amerika niet alleen het sterkste maar ook het rijkste was. Baker zei dat alleen Amerika in de politieke, economische en strategische positie was om in deze crisis de leiding te nemen. Hij wees ook op een gevaar van te veel buitenlandse deelneming: de aantallen buitenlandse troepen mochten niet leiden tot verwarring over de bevelvoering over de troepen. Er zijn over die bevelvoering nu al moeilijkheden gerezen tussen Saoedi-Arabie en de Verenigde Staten. Kortom, ook door te veel buitenlandse deelneming verliest de Amerikaanse president bewegingsvrijheid.

De meeste Congresleden zien geen enkel nadeel in massale buitenlandse deelneming, omdat zij al nadenken over de kosten. Zij willen meer dan symbolische solidariteit. Tijdens de hoorzitting van afgelopen dinsdag maakten zij melding van kiezersonrust over de tot nu toe geringe activiteiten van de rijke bondgenoten die veel meer olie uit het Midden-Oosten importeren dan de Verenigde Staten. De leider van de Democratische meerderheid in het Huis van Afgevaardigden, Richard Gephardt, en de leider van de Republikeinse minderheid, Robert Michel, waren bij terugkomst uit het Midden-Oosten niet onder de indruk van de vliegtuigen, fregatten en mijnenvegers die de bondgenoten gestuurd hadden. De oorlog dreigt op het land. Irak heeft nauwelijks enige marine van betekenis. Beide gezaghebbende leiders wensten grondtroepen van de bondgenoten. Mark Shields, columnist van de Washington Post, noemde de Europese landen en Japan de 'gratis-lunch-landen'. 'De vredeshandhavers, wier leven op het spel staat, zijn jonge Amerikanen, niet Japanners of Europeanen', schreef hij afgelopen zondag. Hij wees nog op een ander omen: voor het eerst in een na-oorlogse crisis vlucht niemand meer in de dollar.

Financieel risico

De beleggers in valuta zien slechts negatieve aspecten: de Golfcrisis heeft de kans op een financieel debacle voor de Verenigde Staten alleen maar groter gemaakt. Door de olieprijsverhoging dreigt een recessie. De kosten van de militaire operatie en de hulp aan de ongewilde slachtoffers van de boycot zullen dit jaar al tussen de 25 en 50 miljard dollar bedragen.

De militaire bewegingen alleen al kosten zes miljard dollar, schatte Baker. Meestal vallen dergelijke projecten duurder uit dan geraamd. En dan zijn er nog de lasten van de tien vrolijke Reagan-jaren: de half biljoen dollar voor het uitkopen van de failliete spaarbanken, de achtergebleven infrastructuur, het verslechterende onderwijs, de getto's die oorlogszones zijn geworden. Naarmate de patstelling in het Midden-Oosten langer duurt, zullen de kiezers zich weer richten op hun binnenlandse problemen. Niet wegens een Vietnam-trauma maar wegens een lege schatkist. Anders dan bij eerdere crises in Europa of Korea heeft Amerika geld nodig voor de bescherming die het biedt. Maar Amerikaanse regeringsfunctionarissen vrezen wellicht dat omvangrijke buitenlandse steun ook hun eigen macht inperkt.

Op de korte termijn zouden meer Amerikaanse troepen kunnen worden ontslagen van hun verplichting om in Duitsland te blijven. Het aantal Amerikaanse soldaten in het Midden-Oosten bereikt bijna het peil van de Amerikaanse aanwezigheid in Europa. Geld voor de ongewilde slachtoffers van het VN-embargo is in de Europese landen met een groot overschot op de betalingsbalans in ruimere mate voorhanden dan in de VS.

Nieuwe verhoudingen

In de oude verhoudingen zouden Westeuropeanen de Amerikaanse acties afwachten en die vervolgens kritiseren, terwijl ze zelf in de file meer olie uit het Midden-Oosten opmaken dan Amerikanen. In de nieuwe omstandigheden kunnen zij zich deze passieve houding niet meer veroorloven.

    • Maarten Huygen