'We kunnen deze ellende niet laten voortduren'; De Klerkbezoekt Soweto

SOWETO/ SEBOKENG, 5 sept. 'Het is absoluut onaanvaardbaar wat we hier vandaag hebben gezien. We kunnen dit niet laten voortduren.'

Dat zei de Zuidafrikaanse president, F. W. de Klerk, die gisteren voor het eerst een bezoek bracht aan Soweto, het naar alle kanten uitdijende woonoord buiten Johannesburg. Tezelfdertijd had in een ander zwart woonoord, Sebokeng, opnieuw een bloedig treffen plaats tussen zwarte groepen, waarbij 36 mensen om het leven kwamen.

De Klerk zei dat dit het begin was van een nationale rondreis langs de probleemgebieden. Volgens de president verstoren de gebeurtenissen in deze gebieden zijn pogingen om via onderhandelingen te komen tot afspraken met de zwarte leiders.

Hij zag onder andere de pensions van de migrantenwerkers in Soweto en was, lopend door de naar urine stinkende gangen, zichtbaar geschokt.

De Klerk was het eerste lid van een Zuidafrikaanse regering dat ooit een bezoek heeft gebracht aan een van deze smerige op barakken lijkende gebouwen die migrantenwerkers herbergen uit de zwarte tribale thuislanden. Het pension in Sebokeng waar gisteren de gewelddadigheden plaatshadden is in feite een nederzetting die bestaat uit een serie lange lage huisjes met stapelbedden voor alleenstaande mannen, in een groot stoffig complex van 200 bij 200 meter waar geen enkel grassprietje of bloemperk te zien is.

Het was na het bloedbad volgepakt met een menigte van zo'n 10.000 mensen, die wachtten op de komst van Mandela die hun moest vertellen hoe zij moeten reageren op de aanval in het duister, die hen die morgen ontredderd had achtergelaten.

Velen spraken over vergelding en hadden zelfgemaakte wapens in de hand waarmee zij zich volgens eigen zeggen zouden verdedigen als zij vannacht weer zouden worden aangevallen. Ze hadden lange kapmessen, geslepen ijzeren staven, en een geimproviseerde kruisboog van hout waar stroken rubber omheen zaten als koker om zo dienst te doen als een soort katapult. De stemming was explosief. Sommige journalisten werden begroet, anderen bedreigd en de auto van een van hen werd met stenen bekogeld, omgeduwd en in brand gestoken toen hij het woonoord binnenreed.

De aanval in Sebokeng, die in alle vroegte plaatshad, werd volgens veel ooggetuigen uitgevoerd door Zulu's van de Inkatha-beweging van chief chief Buthelezi die zouden zijn gesteund door veiligheidsagenten. De verslagen van de aanval leverden het meest uitvoerige bewijs tot nu toe van de herhaaldelijke beweringen van met name het ANC dat Inkatha en de politie samenspannen bij het geweld van zwart tegen zwart, dat de afgelopen zes weken meer dan 550 levens heeft geeist in het gebied rond Johannesburg. De achtergrond van de aanval is dat het pension in Sebokeng een van de weinige is in de provincie Transvaal waar de Zulu's in de minderheid zijn. Elders zijn ze meestal geconcentreerd in de migrantenwerkerspensions.

Volgens Bavumile Vilakazi, de secretaris van het ANC in de regio Sebokeng, was het resultaat van de eerste golf van geweld tussen Inkatha en het ANC in Transvaal in het woonoord Sebokeng op 22 juli dat deze minderheid uit het pension werd verdreven.

De vredesbesprekingen tussen de twee zwarte bewegingen en de plaatselijke politie leidden echter tot een overeenkomst dat de Zulu's van Inkatha terug zouden keren. 'We dachten dat dit de enige manier was om te voorkomen dat het pension een doelwit zou worden', legde Vilakazi uit.

Er werd ook afgesproken dat de politie zou patrouilleren langs alle pensions in de probleemgebieden om verdere aanvallen te voorkomen. Maar maandagavond werd er niet gepatrouilleerd en volgens de secretaris van het ANC heeft de politie geen bevredigende verklaring gegeven over de reden.

James Maphakisa, een inwoner van Sebokeng die vlakbij het pensioncomplex woont, vertelt hierover dat hij om ongeveer half drie 's nachts werd gewekt door geweerschoten uit het pension.

Maphakisa zei dat hij naar buiten rende om te kijken wat er aan de hand was en dat hij mannen zag met witte haarbanden die langs de slaapzalen renden, terwijl ze met automatische geweren schoten. Er stonden een auto, een vrachtwagen en een minibus geparkeerd voor het complex, allemaal zonder kentekenbewijzen.

Nadat de aanval enige tijd had geduurd, verzamelden de mannen zich, volgens Maphakisa, rond de auto en zag hij Themba Khosa, een bekende Inkatha-figuur die hij gemakkelijk kon herkennen, praten met een blanke politieagent voordat hij de kofferruimte van de auto opendeed. 'Ik zag hoe hij een paar geweren en handgranaten te voorschijn haalde die hij uitdeelde. De blanke officier stond erbij en keek toe', aldus Maphakisa.

Volgens Samsom Makhalemele, een ex-politieman die werkt als veiligheidsambtenaar in een hotel, probeerden de Inkatha-aanvallers de tralies los te wrikken uit de sponningen van dit deel van het pension. Toen ze daar niet in slaagden braken ze het dak open om via die toegang binnen te komen. 'Ik ben weggerend, ' aldus Makhalemele. 'Toen ik langs hen kwam sloegen ze met messen in mijn richting. Ze raakten me in een arm en in een been.' Makhalemele houdt vol dat sommige aanvallers blanken waren, voorzien van zwarte bivakmutsen. 'Ik zag het wit rond hun ogen. Ik ben ervan overtuigd dat het om politiemannen ging.' Oupa Mako, een onderwijzer, zegt dat hij kort na zonsopgang bij het pension aankwam. Toen waren er al zeventien doden gevallen. De Inkatha-aanvallers zaten toen op een binnenplaats van het pension opgesloten. Ze waren omsingeld door inwoners van het pension en zaten in de val.

De politie had pantserwagens geparkeerd aan de toegangen tot de binnenplaats. Volgens Mako was sprake van een impasse. 'De politie wilde dat we de mensen van Inkatha lieten vertrekken opdat ze konden worden aangehouden, wij eisten dat ze eerst zouden worden ontwapend. Daar wilde de politie niet mee instemmen. Ze was bang dat we de Inkatha-mensen zouden vermoorden, ' aldus Mako.

Op dat ogenblik arriveerde een troepeneenheid, die een rij vormde voor de menigte en het vuur opende. Daarbij vielen elf doden. Vrachtwagens van het leger ontzetten vervolgens de Inkatha-strijders, die werden ingeladen en weggereden. Volgens ooggetuigen reden de vrachtwagens daarbij over op de grond liggende lijken.

Een woordvoerder van de politie, kolonel Francois Malherbe, zei dat de soldaten schoten toen de menigte een dreigende houding aannam. 'De menigte leek zeer agressief en was voorzien van gevaarlijke wapens en benzinebommen. De politie begreep duidelijk dat zij uit was op moord op degenen die ze verantwoordelijk hielden voor de moorden van die ochtend', aldus Malherbe.

Ooggetuigen in de menigte gaven een andere lezing. Dominee Lord McCamel, een leider van de plaatselijke gemeenschap, zei dat hij met de politie onderhandelde op het moment waarop het vuur werd geopend. 'Ik stond te praten met een blanke politiekapitein. Hij had me juist de verzekering gegeven dat de soldaten niet zouden schieten toen die het vuur openden, ' aldus McCamel. 'Ik stond nog geen twee meter van hem af. Er was geen waarschuwing en er werd ook geen bevel gegeven het vuur te openen.'

Volgens Vilikazi heeft ook hij met de bewuste politiekapitein onderhandeld. Op het moment waarop het schieten begon was hij net weggelopen om op verzoek van de kapitein iemand te bellen. Velapi Mtemba, die zich in de menigte bevond, zei dat een politie-officier juist opdracht had gegeven op de grond te gaan zitten toen de eerste schoten vielen. 'Ik ging net zitten toen ik door een kogel werd getroffen', aldus Mtemba. Hij toont zijn linkerarm, die dik in het met bloed doorweekt verband zit.

    • Allister Sparks