Vonnis rechters over rede Lubbers verdeeld

DEN HAAG, 5 sept. Waar heb ik dat toch meer gehoord, dacht de president van de strafkamer van de Amsterdamse rechtbank, mr. S. Slagter. Die kritiek van minister-president Lubbers over liberale rechters die door hun tolerante straftoemeting de normvervaging in onze samenleving in de hand werken. Het deed Slagter denken aan dat verjaardagsfeestje. 'Een vriend van me, een dokter, was jarig. Op een gegeven moment komt er een longarts naast me zitten die, zodra hij hoorde dat ik strafrechter was, begon te klagen dat we te lichte straffen opleggen. Toen zei ik: 'Dokter, u opereert veel te snel'.' Borrelpraat en niets anders noemt Slagter de oproep van de premier tot 'vernieuwend denken' in de magistratuur.

Een van de toehoorders in de zaal in Nijmegen waar Lubbers maandag zijn rede uitsprak, was de advocaat-generaal bij de Hoge Raad, mr. J. C. M. Leyten. Het was hem wel opgevallen dat de mensen naast hem 'zaten te mopperen' maar, eerlijk is eerlijk, Leyten raakte getroffen door het rustige, goed opgebouwde en in zijn ogen voor de verandering verrassend mooi geformuleerde betoog van Lubbers. 'Het waren waardevolle opmerkingen en ik had niet de indruk dat hij de boel zat op te hitsen', zegt Leyten.

De advocaat-generaal is het vooral met Lubbers eens dat het goed zou zijn eens 'een fatsoenlijk maatschappelijk debat' te houden over het straftoemetingsbeleid. 'Botte opmerkingen over strenge straffen, daar koop ik niets voor. Maar dit waren nuttige gedachten. Niet iets waar je geweldig beledigd over zou dienen te zijn.'

Leyten is met name wel te porren voor Lubbers' pleidooi om boetes te verhogen. 'Die zijn voor economische delicten nu vaak een lachertje.'

Pag.3: Analyse Pag.9: Hoofdartikel

Hogere boetes maken meer indruk. Bovendien kan met dat geld het slachtoffer tevreden worden gesteld, een idee dat Leyten eerder dit jaar al op een congres in Scheveningen lanceerde.

Toch zijn er ook rechters die zich niet wensen te laten meeslepen in een ordinair publiekelijk debat over wat dan ook. Zoiets doet een rechter niet. Een magistraat discussieert via zijn vonnis. 'Wij reageren niet op politieke uitspraken', zegt de president van de strafkamer van ons hoogste rechtscollege de Hoge Raad, mr. C. Bronkhorst. 'Juist om van die trias politica geen rommeltje te maken, moeten wij ons niet bemoeien met de waan van de dag', zegt hij.

De presidente van de strafkamer van de Rotterdamse rechtbank, mr. R. C. Lensink-Bosman, is om een geheel andere reden nauwelijks geinspireerd om te reageren. 'Dit soort opmerkingen gaat bij mij het ene oor in en weer snel het andere oor uit Ik word er niet warm of koud van', zegt zij berustend.

Lensink voegt eraan toe dat de opmerkingen over de zogenaamd lage straffen in Nederland bovendien onjuist zijn, omdat de praktijk uitwijst dat misdadigers hier even lang achter de tralies doorbrengen als in vergelijkbare Europese landen.

In Nederland zit een veroordeelde in principe altijd tweederde van de opgelegde straftijd uit. In het buitenland worden weliswaar vaak zwaardere vonnissen opgelegd, maar worden gedetineerden al vaak na de helft van de uitgezeten celstraf op vrije voeten gesteld. In het buitenland wordt ook vaker amnestie afgekondigd.

Hogere boetes voor lichte vergrijpen, daar voelt Lensink al evenmin voor. 'Een winkeldief steelt omdat hij te weinig geld heeft. Een hogere boete kan hij niet betalen'. De voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor rechtspraak en president van de Haagse rechtbank, mr. A. H. van Delden, heeft de rede van Lubbers helemaal gelezen. Door de 'krantekoppen' raakte hij nogal geprikkeld, maar nu hij de 'genuanceerde tekst' integraal heeft gelezen, valt de kritiek van de premier hem eigenlijk wel mee.

Delden plaatst menige kanttekening, maar zijn slotconclusie is in elk geval dat de rechters een 'algemene discussie' over de strafmaat 'niet uit de weg zullen gaan'.

Zo'n debat hoort wat hem betreft niet alleen thuis in 'een wetenschappelijk forum'.

Politici en rechters mogen best met elkaar in de clinch. Mr. P. R. C. M. Paalvast, president van de strafkamer in Breda, heeft begrip voor Lubbers' hartekreet. 'Zijn stem wordt gehoord', zegt hij. 'De rechterlijke macht doet er goed aan naar de politiek te luisteren. In elk geval voorzover de politiek de mening van de samenleving vertolkt. We moeten geen apart leven leiden als rechters.' Paalvast wijst er trouwens op dat rechters de afgelopen vijf jaar zowel voor lichte vergrijpen als voor zware misdrijven al zwaarder zijn gaan straffen. 'We volgen dus al de behoefte in de samenleving', zegt de Bredase rechter. Al voegt hij eraan toe dat hij zich afvraagt of dit helpt de criminaliteit te bestrijden.

Wat zijn Amsterdamse collega president Slagter het meest verbaast, is dat uitgerekend premier Lubbers met dit in zijn ogen typische niet-juristen verhaal komt, dat niet ers dan 'een beetje dommig' te noemen is. 'Het is te gemakkelijk om de kritiek op ons te richten. Het is niet alleen een overschatting van onze macht, maar bovendien is voor ons beleid de eis van de officier van justitie een heel belangrijk referentiekader'. Slagter meent dat Lubbers zich moet richten tot zijn collega van justitie Hirsch Ballin. Die is immers 'de hoogste chef' van het openbaar ministerie dat echt beleid kan voeren.

Vertegenwoordigers van het openbaar ministerie zijn dat in het algemeen met Slagter eens. De 'plotselinge aanval' op de 'zittende' collega's in de magistratuur komt de Bredase officier van justitie mr. W. Koops onrechtvaardig voor. 'In het algemeen bestaat er een grote mate van eensgezindheid tussen rechters en officieren van justitie over wat nu in een concreet geval een passende sanctie is'. Koops raadt de premier en alle anderen die ongerust zijn over de almaar stijgende criminaliteit aan de lijfspreuk van zijn leermeester, de Leidse criminoloog Nagel ter harte te nemen: 'Lees een ander ochtendblad!'