Stropers gedood met middelen Natuurfonds

ZEIST, 5 sept. Met materiele steun van het Wereldnatuurfonds (WNF) zijn de afgelopen jaren in Afrika bijna honderd mensen doodgeschoten. Het betrof stropers van neushoorns in Zimbabwe, Zambia en Kenia. Volgens directeur N. F. Halbertsma van de Nederlandse afdeling van het WNF gaven de betrokken regeringen bevel tot schieten nadat onbewapende parkwachters door stropers om het leven waren gebracht.

De materiele steun bestond uit geld, radio-apparatuur en auto's. Het Britse dagblad The Guardian rapporteerde gisteren dat het WNF in Zimbabwe tussen februari 1987 en april 1989 een helikopter financierde van waaruit op de neushoornstropers werd geschoten. In die periode zouden in de vallei van de Zambesi-rivier op de grens van Zimbabwe en Zambia circa zestig stropers zijn gedood. Het stropen van de zwarte neushoorn is inmiddels sterk afgenomen.

Halbertsma bevestigt de financiering van de helikopter en het aantal doden, maar stelt dat het WNF nooit het doodschieten van mensen heeft goedgekeurd. Dat was een beslissing van de Afrikaanse landen zelf. Volgens Halbertsma was de helikopter bedoeld voor het overbrengen van parkwachters, met name in de natte tijd als de wegen onbegaanbaar zijn. Halbertsma: 'De afspraak was: schieten vanuit de heli mag niet, het zijn geen 'gunships'. Zo'n helikopter is trouwens uiterst kwetsbaar, want de stropers zijn goed bewapend.' Halbertsma legt grote nadruk op het feit dat president Mugabe van Zimbabwe pas eind 1987 bevel gaf stropers zonder waarschuwing neer te schieten nadat verscheidene parkwachters door stropers waren gedood. 'De stropers waren gewapend met Russische geweren, terwijl de wachters in het begin slechts over speren beschikten. Inmiddels hebben zestien wachters het leven verloren', zegt hij.

In Kenia zijn, vooral in het nationale park Tsavo, de afgelopen jaren eveneens tientallen stropers doodgeschoten. Nadat ook daar een parkwachter door stropers was vermoord vroeg de nieuwe parkdirecteur dr. Leakey vorig jaar om hulp van het leger. De stropers zijn hier veelal uit Somalie afkomstig.

De stropers zijn volgens Halbertsma 'arme stakkers' die de hoorn van de neushoorn slijten aan tussenhandelaren die hem verkopen in het Verre Oosten. Daar wordt de hoorn geneeskundige kracht toegedicht; hij zou ook goed zijn voor het bedrijven der liefde. De handel is echter ineengestort nadat Hong Kong en Taiwan de invoer verboden. Waarschijnlijk is Zuid-Korea nu het belangrijkste afzetgebied, al is ook daar de invoer illegaal. Enkele jaren geleden was een hoorn nog elfduizend dollar waard; die prijs is nu sterk gezakt.