Stripavonturen en ramp Tsjernobyl op festival Venetie

VENETIE, 5 sept. In de Grote Zaal van het voor de gelegenheid blauw gespoten Festivalpaleis is gisteravond voor de 47ste keer de Mostra Internazionale d'Arte Cinematografica geopend, het trotse filmfestival van Venetie. Als gebruikelijk zal een jury, dit jaar onder voorzitterschap van de schrijver Gore Vidal, in twaalf dagen moeten uitmaken welke van de geselecteerde hoofdfilms de Gouden Leeuw waard zal zijn. Twee Gouden Leeuwen zijn inmiddels al vergeven: zowel de Hongaarse cineast Miklos Jancso als de Italiaanse acteur Marcello Mastroianni zien hun carrieres ermee geeerd.

Als openingsfilm deed l'Africaine dienst, van de Duitse filmmaakster Margarethe von Trotta. Het is een zure, stuurse film waarin Trotta aan de hand van een driehoeksverhouding de kracht van een vrouwenvriendschap test. De man blijft alleen, de vrouwen die eerder om hem vochten, vertrekken samen naar Afrika. De moed daarvoor deden zij op bij zwarte kunst en bijgeloof. Omdat zij vrouwen zijn, staan zij daar voor open; zolang de man niet kan geloven wat een warmgewreven glazen bol hem te vertellen heeft, zal hij eenzaam zijn. Oftewel, Trotta, die ooit interessante films maakte als Die Bleierne Zeit, blijkt volkomen onnozel te zijn geworden.l'Africaine was al gauw vergeten dank zij het geslaagde Dick Tracy. Regisseur-producent-schrijver Warren Beatty nam ook de titelrol op zich en verzorgde een feest voor de filmkijker. Dick Tracy gaat terug op een serie Amerikaanse stripverhalen. Tijdens zijn persconferentie vertelde Beatty hoe Dick Tracy hem dierbaar bleef sinds hij als jongetje lezen leerde door wekelijks de strip in de zondagkrant te spellen. Zijn film is dan ook in de eerste plaats een liefdesverklaring aan de held en niet te vergeten aan zijn tegenstanders. Maar ook wie de verhalen noch de stripfiguren kent, zal erdoor beroerd worden. Het dunne, onoverzichtelijke verhaaltje wordt groots goedgemaakt door het uiterlijk van de film. Vittorio Storaro verschafte met kleur (rood is hetzelfde rood, of het nu de vensterbank, een hoedje of een auto is), licht en bewegingen de film alle diepgang die nodig is. Voeg daarbij de adembenemende decors en het originele spel van de verschillende, meestal onherkenbaar toegetakelde, acteurs (onder meer Al Pacino en Dustin Hoffman) en je hebt iets dat zich nu al onderscheidt als een klassieker.

Tsjernobyl

De film die deze eerste anderhalve dag van het Venetiaanse Filmfestival het meeste indruk maakte was Raspad (Verval) van de Oekraiense cineast Mikhail Belikov.

Raspad dramatiseert de gebeurtenissen vanaf 26 april 1986 in Tsjernobyl en nabije omgeving, toen daar de kerncentrale in brand vloog door explosies. Belikov begint met te vertellen hoe men pas langzaam begreep of wilde begrijpen wat er aan de hand was, ondanks de enorme risico's die men liep. Getuigen werden niet geloofd of zij werden het zwijgen opgelegd, evacuaties geschiedden in het geheim, de pers werd gedwarsboomd of wilde er zelf niet aan. Belikov deed zijn best om niet melodramatisch te worden, maar wat hij moet laten zien is zo hartverscheurend verschrikkelijk dat hij soms niet anders kan: de al snel heel zieke stralingsslachtoffers, de haastig en massaal uitgevoerde gedwongen abortussen, het kind dat een radioactief besmet katje probeert mee te smokkelen, het zijn beelden die bijblijven. Bij elke wisseling van lokatie en personage zien wij de datum, de plaats en de afstand tot de kerncentrale vermeld. Op die manier houdt Belikov iedereen, die opluchting zoekt door wat hij ziet af te doen als filmfictie, met harde hand bij de werkelijkheid.

Raspad is met name zo knap omdat het een direct verhaal vertelt zonder documentair te worden. Zwalkend tussen verschillende persoonlijke geschiedenissen streeft de film ernaar zoveel mogelijk gezichten te laten zien van de heks Paniek: de agressie, de lusteloosheid, het nihilisme, de afbraak van moraal en menselijke waardigheid. Belikov suggereert dat de ramp onderdeel is van een smeulend, algemeen sociaal verval en daarmee maakte hij zijn film tot een verslag van een helse dans op de rand van de vulkaan.