SLACHTOFFERS VAN DE OLIE

Wie zijn de winnaars en wie de verliezers van de hoge olieprijzen? Het Britse blad The Economist heeft geprobeerd die vraag te beantwoorden. Geen gemakkelijke opgave. Niettemin heeft het blad een ranglijstje opgesteld waarbij verschillende factoren (aandeel van de olie-export en -import in het BNP, energieverbruik, aandeel van olie in het totale energieverbruik, de export naar Opec-landen) volgens een bepaalde formule in acht zijn genomen. Onder de netto olie-exporteurs komt Nigeria er als belangrijkste winnaar uit, op afstand gevolgd door Canada en Groot-Brittannie. Drie relatieve winnaars (d.w.z. landen die het minst worden getroffen) onder de netto olie-importeurs zijn volgens The Economist Australie, Japan en Argentinie. Japan, aldus het blad, lijkt niet langer kwetsbaarder voor hogere olieprijzen dan Frankrijk en West-Duitsland. Alleen indien de yen relatief zwak blijft ten opzichte van de dollar terwijl de Europese munten een sterke positie handhaven, zal de effectieve stijging van de olieprijs in Japan groter uitvallen.

De grootste verliezers zijn in de ogen van The Economist Turkije, Tsjechoslowakije en Zuid-Afrika. Van de rijke landen komen Spanje en Italie er als het meest kwetsbaar uit, voornamelijk door hun grote olie-import. Op de kwetsbaarheidsschaal staan de VS van de zestien olie-importerende landen op de zesde plaats. De positie van de Oosteuropese landen kan nog veel slechter uitvallen als deze landen volgend jaar olie uit de Sovjet-Unie met dollars tegen marktprijzen moeten afrekenen.

Die Zeit

Het Westduitse weekblad Die Zeit gaat in op de mogelijke gevolgen van de dure olie voor de wereldeconomie en de Duitse in het bijzonder. Ook al verkeert de Duitse economie momenteel in een droomsituatie (een bescheiden inflatie van 2,4 procent, een groei van 640.000 banen in het laatste jaar en een verwachte economische groei van vier procent), er zijn toch risico's. Die liggen onder andere in de stijgende rentevoet. De Westduitse staat doet, met het oog op de Duitse eenwording, een groot beroep op de kapitaalmarkt.

Dure olie zal volgens de schatting van Westduitse banken 'weliswaar de economische ontwikkeling bemoeilijken maar haar niet op de knieen dwingen'.

De economische groei zou er volgens de Landesbank niet meer dan met een kwart procentpunt door worden afgeremd. Een directielid van de Gizozentrale daarentegen dempt het optimisme: indien de olieprijs langere tijd boven de dertigdollar per vat zou blijven 'dan begint over enkele kwartalen het grote beven', vermoedt hij.

Vice-president Helmut Schlesinger van de Bundesbank, de Westduitse centrale bank, heeft al aangekondigd dat de bank alles zal doen om een grote prijsstijging met aansluitend een loon- en prijsspiraal te voorkomen. Maar daarvan is Duitsland momenteel gelukkig nog een heel eind verwijderd, aldus Die Zeit.

De gevaren van een olieschok voor het net op een vrije markteconomie overschakelende Oost-Europa illustreert het Duitse blad als volgt: bij een olieprijs van dertig dollar moet Tjechoslowakije met ingang van volgend jaar ongeveer negentig procent van zijn huidige inkomsten in harde valuta aan olie-invoer besteden. Voor Polen zal dat ruim dertig procent zijn en voor Hongarije twintig procent.

    • Ben Greif