Slachtoffers oorlog: geld herverdeeld

DEN HAAG, 5 sept. Het geld dat oorlogsslachtoffers nog tegoed hebben van het Rijk zal deels worden uitgekeerd naar gelang de hoogte van hun uitkering. Het kabinet wilde de betaling aanvankelijk verrichten door iedereen 100 gulden per maand te geven, maar de Tweede Kamer vindt dat onrechtvaardig.

Het gaat om mensen die als oorlogsslachtoffers een uitkering hebben die is gebaseerd op een ambtenarensalaris. Over de periode 1973-1985 betaalden deze mensen zelf de premies AOW en AWW, terwijl het Rijk die voor de ambtenaren voor zijn rekening nam. Vanaf 1985 betalen de ambtenaren die premies zelf. Hun salaris is daarvoor met tien procent opgetrokken.

De Tweede Kamer behandelde gisteren een wetsontwerp over de berekening van de uitkeringen voor oorlogsgetroffenen. De ambtenarenrechter heeft bepaald dat de oorlogsslachtoffers aanspraak kunnen maken op de toeslag van tien procent die de ambtenaren sinds 1985 krijgen. Het kabinet geeft via het wetsontwerp met terugwerkende kracht gevolg aan de uitspraak van de rechter.

Voor de periode 1973-1985 heeft het kabinet gekozen voor een 'afkoopsom' voor de gehele groep oorlogsgetroffenen van 100 gulden per maand. CDA, PvdA en VVD vinden dat op die manier sommige mensen te veel en anderen te weinig zouden krijgen. Daarom hebben zij via een wijzigingsvoorstel bepleit in de groep vier categorieen aan te brengen. Naar gelang de hoogte van de uitkering bedraagt de nabetaling 50, 100, 150 of 200 gulden per maand. In totaal kosten de nabetalingen over de oorlogsuitkeringen het Rijk 150 miljoen gulden. Door het amendement komt in dat bedrag geen verandering. (ANP)