Sanctie-comite VN onzeker over regels

NEW YORK, 5 sept. Het comite dat door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties is aangesteld om toezicht te houden op de naleving van de sancties tegen Irak worstelt nog steeds met de vraag of levensmiddelen nu wel of niet aan Irak geleverd mogen worden. Het comite, onder voorzitterschap van Finland, kan alleen unanieme beslissingen nemen, en dat vertraagt duidelijk utspraken.

Cuba en Jemen zeggen dat levensmiddelen en medicijnen nooit ontzegd mogen worden. De Cubaanse ambassadeur heeft herhaaldelijk gezegd dat de Conventie van Geneve verbiedt om burgers het slachtoffer te laten worden van vijandelijkheden.

Maar Resolutie 661 zegt dat de leden levering van levensmiddelen zullen verhinderen 'onder humanitaire omstandigheden' en dat geld alleen overgemaakt mag worden 'voor strikt medische of humanitaire doeleinden en, in humanitaire omstandigheden, levensmiddelen.' Volgens Elina Kalkku van de Finse delegatie bij de VN was er in de laatste bijeenkomst 'een algemeen gevoelen' dat er meer informatie nodig is om te weten of er van zulke omstandigheden sprake is. Zij zei dat haar ambassadeur, mevrouw Marjatta Rasi, heeft voorgesteld om samen met secretaris-generaal Perez de Cuellar en enkele nader te noemen organisaties werkzaam in Irak te beoordelen of van zulke omstandigheden sprake is. India heeft inmiddels besloten een scheepslading voedsel naar Irak te sturen; volgens Elina Kalkku is daarover nog niet gesproken.

Onze correspondent in Istanbul voegt hieraan toe: inmiddels stelt de Turkse regering zich nu coulanter op inzake de uitvoer van babyvoedsel en medicamenten, waar de Iraakse regering eerder om had gevraagd. Deze kunnen nu, in overeenstemming met de veiligheidsresolutie waarin van 'humanitaire factoren' sprake is, onder toezicht van de Verenigde Naties worden geleverd, niet echter melkpoeder dat immers net zo goed door volwassenen kan worden gebruikt. Het lot van circa 12.000 Turken die nog in Irak zijn legde bij deze goedgunstige beslissing vermoedelijk mede gewicht in de schaal. Tot zover onze correspondent in Istanbul.

Een ander agendapunt is de steun aan landen die zeggen dat zij extreem lijden onder handhaving van het embargo. Artikel 50 van het Handvest zegt dat dergelijke landen 'de Veiligheidsraad mogen raadplegen over een oplossing voor dergelijke problemen.' Tot nu toe hebben Jordanie, Joegoslavie, Roemenie, Bulgarije en Tunesie om dergelijke steun gevraagd. India en Sri Lanka hebben gezegd dat zij lijden maar nog geen formeel verzoek ingediend.

Er zijn verder geruchten dat de Veiligheidsraad zou overwegen ook een resolutie aan te nemen die toestaat het embargo niet alleen tegenover schepen, maar ook vliegtuigen met geweld te handhaven. Simon Harkin, woordvoerder van de Britse missie, beaamt dat maar zegt dat het weinig zal uitmaken voor de export van olie en dat het een marginaal punt is.