'Nog bedenktijd bij besluit over geweld in Golf'

DEN HAAG, 5 sept. Minister Ter Beek van Defensie zal niet binnen enkele seconden hoeven te beslissen of de Nederlandse fregatten in hun operatiegebied verder moeten gaan dan waarschuwingsschoten om koopvaardijschepen tot stoppen te dwingen.

Ter Beek zei dit gisteren in de Tweede Kamer tijdens een debat over de crisis in het Golf-gebied. Hij zei dat koopvaardijschepen die schoten voor de boeg negeren geruime tijd gevolgd kunnen worden door de Nederlandse fregatten om de regering de gelegenheid te geven de mate van 'beheerste dwang' te bepalen, die volgens resolutie 665 van de Veiligheidsraad mag worden aangewend bij het handhaven van het handelsembargo tegen Irak. Over het gebruik van meer geweld bestaat geen richtlijn binnen de Westeuropese Unie (WEU). Beslissingen worden overgelaten aan nationale regeringen.

Ter Beek bleef vaag over de maatregelen die Nederland zal nemen bij een confrontatie. 'Niet elk schieten is hetzelfde. Het ligt er maar aan waar je op mikt', zo hield hij de Kamer voor. De onzekerheidsfactor is volgens Ter Beek ook van belang voor het gedrag van Iraakse kapiteins op vrachtschepen. Sinds de Veiligheidsraad dwang toestaat is geen schip van de Iraakse koopvaardij na aanhouding doorgevaren.

In WEU-kader worden afspraken gemaakt over vaarschema's en wordt informatie uitgewisseld, ook met de Amerikanen. Marine-eenheden die worden aangevallen zullen door andere schepen van WEU-landen worden geassisteerd. Die bijstandsverplichting bestond ook in 1987, toen Nederland mijnenvegers naar de Golf stuurde. Daarbij beroept de regering zich op artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties. Met het Verenigd Koninkrijk heeft Nederland bilateraal afspraken gemaakt over bevoorrading. Mogelijk wordt Dubai de thuishaven van de Nederlandse fregatten. In een later stadium kan alsnog het bevoorradingsschip Zuiderkruis worden uitgestuurd.

Nederland opereert in de Straat van Hormuz samen met twee Belgische mijnenjagers en een bevoorradingsschip. Met de Belgen, met wie Nederland samenwerkt, zijn de afspraken nog niet rond. De Belgen kunnen niet voor 18 september in het operatiegebied zijn. Onduidelijk is wat de taak van de Belgische jagers kan zijn omdat er nog geen mijnen zijn waargenomen en de schepen ongeschikt zijn om koopvaardijschepen aan te houden. Daarom, aldus minister Ter Beek in een bijna lege Tweede Kamer, zijn er met de Belgen ook nog geen afspraken gemaakt 'omdat er voor de mijnenjagers emplooi moet zijn'. Minister Van den Broek (buitenlandse zaken) antwoordde op een vraag of Nederlandse bedrijven baggerwerkzaamheden in Irak kunnen voortzetten onder het handelsembargo van de VN, dat juristen van het sanctiecomite van de Verenigde Naties meer gegevens willen hebben van Nederland over de activiteiten van Nederlandse baggeraars. 'Pas dan zijn zij in staat te oordelen of de werkzaamheden onder het begrip dienstverlening vallen.' Over het Amerikaanse verzoek om meer hulp op transportgebied en bescherming voor chemische oorlogvoering zei minister Van den Broek dat de aanvragen worden geinventariseerd. Hij wees erop dat de regering zelf niet over transportcapaciteiten beschikt maar over enkele dagen een beslissing zal nemen over het Amerikaanse verzoek na consultatie over inspanningen van andere Europese landen op dit terrein. De uitlatingen van premier Thatcher over het trage reageren van andere Westeuropese landen deelde minister Van den Broek niet. Hij had graag gezien dat de Britten voortvarendheid in het begin van de vorige week in het WEU-overleg hadden aangewend.