Nieuw werk uit Joegoslavie en Italie tijdens de Gaudeamus Muziekweek; Jonge componisten zoeken virtuositeit

Zekerheden in de muziek zijn belangrijk. Nono, die de maatschappij onverdraaglijk vond, wilde dat de kunst die veranderde. Cage, die de kunst onverdraaglijk vindt, wil dat de maatschappelijke situatie deze verandert. Messiaen ziet het hiernamaals als superieur aan het aards bestaan en biedt ons alvast een glimp ervan in zijn mystieke klanken. Al deze componisten ontlenen zekerheden aan hun muziek. Zo is er ook de zekerheid van de virtuoos. Daarop mikken de meeste jonge Italiaanse componisten in hun duizelingwekkend veeleisende partituren, waarvan er dit jaar in de Gaudeamus Muziekweek ons zeven te wachten staan, een ware invasie.

Ook de Joegoslavische jonge componisten, maandag op het eerste concert, vertrouwden op die zekerheid: allemaal leerlingen van Stanko Horvat aan de Muziekacademie van Zagreb en bijna allen schreven ze werk voor en op verzoek van de duivelskunstenaar Ratko Vojtek, een basklarinettist die in Den Haag afstudeerde bij Harry Sparnaay en sinds die tijd niet heeft stilgezeten. Voor Mladen Tarbuks Martyre d'un Jongleur bespeelde hij een achttal instrumenten, soms drie tegelijk, en maakte hij virtuoze danspassen a la Kamagurka (het rechter onderbeen snel naar achteren zwiepend), een en ander met lichteffecten ondersteund. Vervelen hoefde je geen seconde. Of de wisseling van de instrumenten de embouchure op de basklarinet ten goede kwam en of de doorlopende lijn in de muziek behouden bleef, waren weer andere zaken.

Een Frank Zappa-motiefje in Snake Charmer van de 25-jarige Srdam Dedic bleef in het geheugen hangen, het koketteren met popmuziek van leeftijdgenoot Ognjen Bogdanovic was problematischer, bleef zonder ontwikkeling. Samengevat: lang leve de speelse jaren zestig, maar het betrof wel recent werk waaronder twee wereldpremieres... De zekerheden van de prijswinnaars van het Internationale concours voor elektro-akoestische muziek in Bourges vielen de volgende avond in De IJsbreker af te lezen uit de toelichtingen. Bij de Canadees Paul Dolden in zijn Below the Walls of Jericho een Nono-achtig verhaal over massaal-dichte muziek, die wij hadden op te vatten als een metafoor voor muren die gesloopt dienden te worden met het oog op de vooruitgang van onze cultuur. Liefst vierhonderd klanklagen had Dolden opgebouwd, maar helaas: veel spanning bood dit werkstuk niet. De Argentijn Gabriel Valverde, die in Cumulos was uitgegaan van sterrenobservaties (ook al resulterend in heel dichte massa's als ware accumulaties van energie), boeide veel meer door effectieve rustpauzes en ademende bewegingen.

Teleurstellend vond ik Flood Gate voor viool, piano en interactief computersysteem van de Amerikaan Robert Rowe. Dat de computer instrumentale muziek kan analyseren en de informatie gebruiken voor een antwoord is natuurlijk ingenieus, maar het resultaat was alsof er eenvoudigweg een potlood meerammelde op de snaren in de piano.

Een waarlijk attractief stuk is op zo'n avond al mooi meegenomen en daarnaast blijft het onderzoek belangrijk. Wat de Italianen voor ons in petto hebben, hangt dus sterk af van de virtuositeit van de uitvoerenden. In elk geval culmineren de Gaudeamus-dagen in het weekeinde in een aan maestro Franco Donatoni gewijd concert, gevolgd door werk van Joep Straesser en Helmut Lachenmann, coryfeeen die wisten door te zetten nadat zij op de een of andere manier als naamlozen op Gaudeamus waren begonnen. Dat is de zekerheid voor Gaudeamus als instelling.

    • Gerard Bouwhuis
    • James Fulkerson Met Bekroonde Composities
    • Mifune Tsuji