Laputa in Den Haag

Nederland is ziek, heeft premier Lubbers in Nijmegen verklaard. Nederland heeft een overproduktie aan beleid, zei drs. A. van der Staay van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Zou het kunnen zijn dat Nederland ziek is van een overproduktie aan beleid? De kwalen die de heer Lubbers bedoelt, laten zich vaststellen in de statistiek: arbeidsongeschiktheid, ziekteverzuim, drop-outs, langdurig werklozen, kleine criminelen, dakloosheid, verkeersdoden en wat iedere oplettende Nederlander op dit gebied verder te binnen schiet. Hij heeft gelijk, zal iedereen denken in wiens buurt weleens een fiets is gestolen, een pitbull losgebroken of een mens neergeschoten. Wat hij vaststelt is niet splinternieuw, maar het is goed dat het weer eens in het openbaar wordt gezegd door een zo gezaghebbend iemand als de minister-president. Het zal mij benieuwen (denkt de ervaren burger verder) of er nog daden op de woorden zullen volgen.

Het bureau van de heer Van der Staay heeft een document gepubliceerd dat, zoals de rede van de heer Lubbers, valt te lezen als de beschrijving van een ziektebeeld dat iedereen buitengewoon bekend voorkomt. Plannen, projecten, evaluaties, bijstellingen, nota's, stromen bedrukt papier waarvan de betekenis alweer achterhaald is als de geadresseerden 'zich een voorlopige mening hebben gevormd', wat ze trouwens gerust hadden kunnen laten omdat ze weldra door een nieuwe stortvloed zullen worden getroffen.

De uitdrukking overproduktie van beleid, op zichzelf een vondst die het niet slecht doet in de kletspraat van de Haagse taalfabriek, heeft toch weer zo'n vleugje van het eufemisme meegekregen waarin men zich daar specialiseert. Het lezen in samenvatting van wat het SCP uitvoerig heeft beschreven, leert dat op de departementen grote groepen ambtenaren dingen doen waaraan in Gullivers Reizen de geleerden van Laputa hun leven besteedden. Daar waren nog speciale knechten die met een opgeblazen varkensblaas de heren een klap op hun hoofd moesten geven als ze zich te ver van het aardse dreigden te verwijderen. Hier zou de volksvertegenwoordiging dat werk moeten doen, doet dat ook weleens, maar het helpt niet. 'Overproduktie van beleid' is, met andere woorden, een veel te zachtaardige uitdrukking voor alle vergeefsheid waarmee de bestuursorganen het land bedelen. Produktie van wind ook dat klinkt nog omslachtig en te zwak.

Hoe verweert de gekritiseerde zich tegen dergelijke kritiek die de burgerij nog zachtaardig voorkomt, maar die de aangesprokenen misschien wel als genadeloos zal treffen? 'Het is ongetwijfeld een beetje waar', citeert de Volkskrant minister d'Ancona, 'dat de politiek te ambitieus is en de ambtelijke organisatie te weinig oplossend vermogen heeft'. Met respect voor de minister, maar daar wordt een begin van kritiek dat wie weet een begin van genadeloosheid beloofde, voorspoedig gesmoord. Wat is 'een beetje waar'? Is dat in dit geval niet de Haagse manier om de heer Van der Staay erop voor te bereiden dat hij met een kluitje in het riet wordt gestuurd door hem in een beleefdheidstoespraak een beetje gelijk te geven? En als 'de politiek te ambitieus is', komt het er dan niet op neer dat de politici aan luchtkastelen werken en dat kunnen blijven doen omdat ze de werkelijkheid en de mogelijkheden van alledag niet kennen? En als de minister vaststelt dat 'de ambtelijke organisatie een te weinig oplossend vermogen heeft', dan weet iedereen wat ze daarmee wil zeggen: de departementen zijn er gewoon niet toe in staat en de gemeenten trouwens ook niet, hun eigen beloften en die van 'de politiek' in te lossen. Ze kunnen geen fraudebestendig paspoort maken, de kosten van grote projecten op een paar miljoen 'in de hand houden', de maximum-snelheid en het muilkorfgebod handhaven, en deze en andere evidente mislukkingen verklaren in algemeen beschaafd en vooral, algemeen verstaanbaar Nederlands.

Als Nederland 'ziek' is volgens de heer Lubbers, dan blijkt dat 'uit een bredere erosie bij de burger en soms ook bij de overheid van het besef dat men zich aan de wet moet houden'.

De remedie zou zijn dat er strenger moet worden gestraft. Ik las alweer een criminoloog die verklaarde dat het effect van strenger straffen niet bewezen is. Nee, zeker niet als het op de bestrijding van drugshandel en drugsgebruik aankomt, zoals een vergelijking tussen de Verenigde Staten en Nederland leert. Maar ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat nog dit jaar de 'verkeersproblematiek' zal zijn opgelost als snelheidsovertredingen morgen tot misdrijf worden verklaard (er is al een studiecommissie) en dat het voertuig van de schuldige verbeurd zal worden verklaard.

In de jaren zestig hebben we veel gesproken over de 'vervreemding' tussen de burgerij en haar bestuur. De politiek was te ingewikkeld geworden, de afstand tussen bestuurders en bestuurden te groot, de democratie moest 'directer' worden. Het was een tijd, verzadigd van goede bedoelingen. Nog altijd, veronderstel ik, weet de burgerij in grote trekken wat ze wil: ongeveer hetzelfde als toen. Het verschil is dat er intussen in het bestuur een woekering van goede bedoelingen heeft plaatsgehad, dat men zich daar verliest in een wereldvreemd perfectionisme waardoor allerlei veelbelovends nooit meer aan een begin van uitvoering toekomt, omdat het door nog meer belovends wordt vervangen. Iedereen die oplet weet daarvan wel een paar voorbeelden te geven.

Dat lijkt mij een 'ziekte' waardoor niet zozeer het betrekkelijk kleine aantal mensen is aangetast dat zich met de rest op voet van oorlog bevindt. Die vijand is er altijd, in iedere samenleving. Men moet alleen oppassen dat hij niet sterker wordt. Als er van een 'ziekte' sprake is, dan wordt die veroorzaakt door het toenemend gebrek aan geloofwaardigheid van de overheid op steeds meer terreinen van het openbare leven.

    • H. J. A. Hofland