Herstel geschonden prestige China inzet Aziatische Spelen; 'Superioriteit' van het socialisme

PEKING, 5 sept. 'Wij hebben het diepe geloof dat het succes van de Aziatische Spelen de vloek 'zieke man van Oost-Azie' geheel zal uitwissen en de prelude zal worden tot de tweede symfonie van het verwezenlijken van het strategische doel van socialistische modernisering'.

Dit zei de voorzitter van het organisatiecomite voor de Beijing Aziatische Spelen (BAGOC), burgemeester Chen Xitong, gisteren in zijn rapport aan het permanent comite van het Nationale Volkscongres, China's parlement.

Chen's opgeschroefde woorden en de hele atmosfeer in Peking illustreren dat de Spelen in de eerste plaats een festival van nationalisme, patriottisme en communistische propaganda zullen zijn en pas daarna een internationaal sportevenement. Een nog beeldender demonstratie gaf China's opperste leider in ruste Deng Xiaoping, toen hij in juli het Aziatisch dorp bezichtigde. Opgetogen zei hij: 'Er zijn mensen die denken dat de maan in het buitenland ronder is dan in China. Dat is niet noodzakelijk het geval. Toen ik hier vorig jaar kwam was het nog leeg. Er is zo snel gebouwd, de ontwerpen zijn zo fraai en de kwaliteit zo hoog. Ik denk dat de Chinese maan toch ronder is dank zij de superioriteit van het socialistische systeem'. Toen China zich in 1984 kandidaat stelde voor de Aziatische Spelen 1990 had het de hoop dat het tegen die tijd een dusdanig welvaartsniveau zou hebben bereikt dat het de Spelen relatief moeiteloos kon financieren en daarmee evenals Japan en Zuid-Korea met eerdere Aziatische en Olympische Spelen 'nationale glorie' en rijkdom zou behalen. In 1988 zonk China in een diepe economische crisis en in juni 1989 resulteerde de bloedige onderdrukking van de studentenbeweging in krachtige internationale veroordeling en oplegging van sancties door de Westerse landen en Japan. China volhardde niettemin in zijn ambitie de Spelen te houden en inzet is nu dat een succesvol verloop het zwaar geschonden prestige in de wereld zal herstellen en zal bijdragen tot volledige opheffing van de sancties.

Pure sportglorie zal de Chinezen niet onthouden worden. China is de onbetwiste leidende sportnatie in Azie, gevolgd door Zuid-Korea en Japan. China stuurt 670 atleten en Japan 581 die aan alle 27 disciplines zullen deelnemen. Leider van het Chinese team is Yuan Weimin, de voormalige coach van China's legendarische vrouwen-volleybalteam en nu vice-minister van sport. Hij schat dat China 133 van de 308 gouden medailles zal binnenhalen, onder andere atletiek, zwemmen, turnen, vrouwen-voetbal en -volleybal, tafeltennis en basketbal. Zuid-Korea verwacht 74 maal goud en Japan hoopt op 56 gouden medailles. Andere landen zijn slechts sterk in een paar sporten, zoals Iran in gewichtheffen, Pakistan in hockey en Indonesie in badminton.

Succes van de Spelen wordt voor de Chinese leiders echter niet bepaald door een berg goud, maar door een ordelijk, incidentvrij verloop die aantoont dat de herwonnen stabiliteit niet alleen maar een facade is. Het harde, bejaarde regime is benauwd dat er met zoveel buitenlanders in de stad nieuwe verrassingsacties en wellicht terreurdaden zullen plaatsvinden, die dan niets met het Arabisch terrorisme of de Taiwanese geheime dienst te maken zullen hebben, maar revanche zijn voor het bloedbad van vorig jaar. Er is een veiligheidsmacht van 30.000 man op de been, bijna vijf maal zoveel als het aantal sportlieden. Het sportdorp is nu al hermetisch afgesloten en buitenlandse journalisten hebben drie passen nodig om door de controles te komen. 'Krankzinnigen', een 'bron van instabiliteit', mogen tijdens de Spelen niet op straat komen en worden in een speciaal ziekenhuis in het district Chaoyang opgenomen. In huizen langs hoofdstraten mogen 's avonds geen lichten branden en geen ramen geopend zijn. Chinezen van buiten Peking mogen tijdens de Spelen de stad niet in, terwijl volgens de propaganda-machine alle 1,1 miljard Chinezen gastheren zijn en voor een groot deel verplichte financiele bijdragen hebben geleverd.

De financiering en de bouw van het dorp en andere faciliteiten voor de Spelen is een geforceerde krachttoer geweest, die alleen in een totalitair land mogelijk is. Het Aziatisch dorp in Hepingli, even ten noorden van de stad aan de tweede ringbaan, ziet er inderdaad indrukwekkend uit. Dominerend zijn twee symmetrische avant-gardistische 'kathedralen', het zwembad en een stadion. Verder is er een internationaal hotel, een congres-centrum, een perscentrum, verschillende atletiekhallen, zes torenflats voor de sporters en een medisch centrum voor onderzoek op gebruik van stimulerende middelen.

Bouwmaterialen zijn geleverd door staatsbedrijven uit het hele land, vaak onder dwang en zonder compensatie. De oplevering had aanvankelijk eind 1989 moeten geschieden, vervolgens in april, toen in juli en de fatale datum was 5 september. De afgelopen maanden zijn tienduizenden studenten en arbeiders van andere werkeenheden ingezet in een 'vrijwillig arbeidsprogramma'. De bouwheer, de vice-burgemeester van Peking Zhang Baifa, had gedreigd dat als 5 september niet alles klaar was, hij van het hoogste gebouw van de stad, het 208 meter hoge 'Peking-Kanton Centrum' zou springen. Zhang verzuchtte dat hij dit niet had hoeven waarmaken, maar dat hij nog wel vele andere zorgen heeft. Het sportdorp ziet er van buiten prima uit, maar of binnen alles werkt en hoe lang, dat is de vraag.

De financiering van de Spelen is eveneens een toonbeeld van de 'superioriteit' van het socialisme, maar dan vaak op zijn kop. Het grootste deel van de 2.5 miljard yuan (ongeveer 1 miljard gulden) die de Spelen hebben gekost, is opgebracht door de staat. Een loterij heeft 120 miljoen opgeleverd. Verder is een geldinzamelingsfonds maanden actief geweest om 600 miljoen yuan binnen te halen uit 'vrijwillige' bijdragen. Het grootste deel moest via de werkeenheden van de 'massa's' komen die goedschiks werden overreed een kwart van hun loon bij te dragen. Als zij weigerden werd het gewoon kwaadschiks ingehouden. 'Patriottische' miljonairs in Hongkong lieten zich ook niet onbetuigd. Vice-burgemeester Zhang Baifa maakte twee weken geleden nog een reis te elfder ure naar Hongkong om een laatste 'collecte' in dat bastion van rijkaards te houden.

Een anonieme Chinese functionaris zei dat het doodstaren op Japan en Zuid-Korea als winstmakers op hun Aziatische en Olympische Spelen een volledig gebrek aan realiteitszin toont. 'Japan en Zuid-Korea zijn kapitalistische landen die hun grootste inkomsten uit reclames en televisierechten kregen. Behalve een paar Zuid-Koreaanse en Japanse reclameborden is bijna alle reclame van binnenlands-Chinese firma's en dat brengt bijna niets op. Inkomsten van televisie-stations komen alleen van de deelnemende landen. In China zelf moet BAGOC het centrale televisie-station betalen voor de dienstverlening om de Spelen uit te zenden. Peking kan dan ook nooit een Tokio of Seoul worden, maar een tweede Montreal dat in 1976 een miljard dollar aan de Olympische Spelen verloor en die lasten nog draagt.'