Geronseld voor plantages in het andere rijksdeel

Een relatief minder bekend hoofdstukje uit de Nederlandse koloniale geschiedenis is dat van de Javaanse emigratie naar Suriname. Welgeteld 32.956 Javanen, mannen, vrouwen en kinderen zijn tussen 1890 en 1939 door Nederlanders van het ene overzeese gebiedsdeel naar het andere gebracht. Hun werden gouden bergen beloofd: een dagloon van 80 cent, vier keer zoveel als er op de plantages aan de oostkust van Sumatra werd verdiend.

Maar het pakte natuurlijk anders uit, zoals de heer Potrodiwongso vertelt in de morgenavond uit te zenden documentaire Levenslied in 100 verzen. Nadat hij door Nederlanders op Java was geronseld, werd hij uiteindelijk op de Peperpot-plantage in Suriname te werk gesteld. 'Maar ik was lui en het werk was zo zwaar', vertelt hij, 'dat ik drie dagen nodig had om zestig cent te verdienen. Daar kon ik niet van leven. Toen ben ik weggelopen, 'spijbelen' noemden ze dat. Ik ging bij een Hindoestaan werken, die gaf 3,50 per week plus kost. ' Redacteur van het programma Jan Sariman en regisseur Ramdjan Abdoelrahman kozen ervoor om van de documentaire geen aanklacht te maken. 'Wij gaan ervan uit dat het lot, de voorzienigheid, het zo heeft gewild en dat is ook de levenshouding van de traditionele Javaan', aldus Sariman. Maar de schrijnende misstanden worden vanzelf wel duidelijk uit de woorden van verschillende emigranten.

De tweedelige film, gemaakt in opdracht van de Stuurgroep Javanen in Nederland en met subsidie van het ministerie van WVC, gaat overigens niet alleen over de massale deportaties van weleer, maar behandelt ook het vervolg: het leven van de Javanen in Suriname, de (tweede) emigratie naar Nederland in 1975 en de gevoelens van de tweede en derde generaties. De documentaire is niet overal evenwichtig, maar in de goede momenten onthullend en met een dramatisch slot. Levenslied in 100 verzen, morgen, Ned. 3, 17.45 - 18.15 uur.

    • Bas van Lier