Eind 'ambassadecrisis' Cuba

HAVANA, 5 sept. De laatste vijf Cubanen die hun toevlucht hadden gezocht in de Spaanse ambassade in Havana hebben het ambassadegebouw gisteren verlaten. Daarmee is een einde gekomen aan de 'ambassadecrisis' in Cuba. De afgelopen twee maanden probeerden circa vijftig Cubanen via buitenlandse diplomatieke missies vergeefs het eiland te verlaten.

Drie mannen verlieten gisterochtend het ambassadegebouw. Later op de dag volgden de laatsten twee. Alle asielzoekers hebben van de Cubaanse autoriteiten de garantie gekregen dat ze niet gerechtelijk worden vervolgd.

Op het hoogtepunt van de crisis bevonden zich achttien vluchtelingen in de Spaanse ambassade. Negen van hen drongen het gebouw binnen toen al scherpe bewaking was ingesteld. Zij werden ervan verdacht agenten te zijn van de Cubaanse president Fidel Castro. Harde woorden van Havana aan het adres van de Spaanse regering verslechterden de traditioneel goede betrekkingen tussen Cuba en Spanje. 'De crisis is voorbij, maar de kwaliteit van de band tussen Cuba en Spanje is ernstig aangetast', zei gisteren de Spaanse tijdelijk zaakgelastigde in Havana, Ignacio Ruperez. 'We hopen dat die band kan worden hersteld.' De ambassadecrisis begon op negen juli toen vijf Cubanen de ambassade van Tsjechoslowakije binnendrongen. In de weken daarna zochten nog eens 25 Cubanen hun toevlucht in de ambassade of ambassadeursresidentie van Tsjechoslowakije, Italie, Zwitserland en Belgie. Zij vroegen asiel aan maar gaven hun vluchtpoging vrij snel op. Castro maakte de asielzoekers duidelijk dat hij hen onder geen beding zou laten gaan. (Reuter)