EG dreigt Turkije uit het oog te verliezen

Het verzoek van de Turkse regering om volwaardig lid te worden van de Europese Gemeenschap is opnieuw actueel geworden door de crisis veroorzaakt door Irak. Turkije heeft een houding aangenomen waarvoor Europa waardering moet hebben.

De vraag kan worden gesteld of de Europese Gemeenschap, en ook Nederland, niet nalatig zijn tegenover het Turkse verzoek. De beoordeling van onze houding moet uiteraard rekening houden met een aantal factoren, waarvan die van de mensenrechten, de verhouding tussen Griekenland en Turkije (met name op Cyprus), het NAVO-lidmaatschap en de vraag tot welk statenblok Turkije moet worden gerekend. Duidelijk niet tot enig Arabisch blok. In 1923 al heeft Ataturk het Arabische schrift door het Latijnse vervangen en een aantal moderniseringen doorgevoerd.

Ik zou aan deze beoordelingscriteria een quantitatief criterium willen toevoegen. Voor een aantal integratieprocessen kan men de integratiesnelheid berekenen, dat is het aantal soevereine gebieden dat per jaar wordt toegelaten tot een reeds bestaande groepering. Men kan dit doen voor de wording van de Verenigde Staten van Amerika, voor Frankrijk, voor Zwitserland, voor de Europese integratie tot nu toe en waarschijnlijk voor nog andere gevallen. De hier genoemde gevallen zijn door mij onderzocht met behulp van de toetredingsjaren van de Amerikaanse staten tot de USA, van de regionale eenheden tot Frankrijk, van de kantons tot Zwitserland en van de leden-landen tot de Europese Gemeenschap.

De gevonden snelheden lopen sterk uiteen. Zo verliep het Amerikaanse integratieproces veel sneller dan dat van Zwiterland. De Zwitsers staan bekend als bedachtzaam. Maar ook was de Zwitserse integratie sneller zolang Duitstalige kantons zich aaneensloten dan toen Franse, Italiaanse en Raetoromaanse kantons zich aanmeldden. De snelste fase in het Europese integratieproces was de vorming van het 'Europa van de Zes' (Bondsrepubliek, Frankrijk, Italie en de drie Beneluxlanden); de vrees voor de Sovjet-Unie was, naar de woorden van Spaak, een krachtige drijfveer.

Snelheidscijfers

Op grond van deze verzameling van integratiesnelheden kan berekend worden hoe lang het zou duren, als die snelheden ook zouden gelden voor het toevoegen aan het Europa van de Twaalf van een lid meer. Vier snelheidscijfers worden gebruikt: die van de Europese integratie tussen 1500 en 1900, tussen 1900 en 1975 (volgens Tilly), die tussen 1958 en 1986 en die tussen 1948-1986. Zij zeggen dat het volgende lid zou worden geintegreerd in 1997, 1990, 1989 en 1987. Zou men de vraag stellen, wanneer na het eerste lid het dertiende lid zou worden aanvaard, dan zou de integratie van het dertiende lid met de eerstgenoemde snelheden tot lang na 2000 moeten wachten, doch met de grootste waargenomen snelheid al in 1987 moeten hebben plaats gehad. Van de acht schattingen zou die integratie in vier gevallen en van de eerste vier schattingen (die mijns inziens een realistischere vraag beantwoorden) in drie gevallen uiterlijk dit jaar moeten plaatshebben.

Voor mij betekent dit dat de Europese Gemeenschap Turkije's verzoek hogere prioriteit moet geven. Als voormalig adviseur inzake planning van de 'grand old man' Inonu sr. meen ik dit te moeten toevoegen aan mijn vroegere adviezen.