Een lichtjaren later verteld verhaal

Veertien jaar heeft theatermaker en landverhuizer Peter Halasz er over gedaan om terug te keren naar zijn bakermat. In 1976 verlieten hij en enkele geestverwanten noodgedwongen hun monddode vaderland Hongarije om, na omzwervingen, in het andere uiterste, New York, het Squat Theatre op te richten. Hun voorstellingen waren reflecties van de vreemdeling: met de ogen knipperend tegen het felle licht van de neonreclame ontwaarden zij mechanismen die voor de westerling ten onrechte vanzelfsprekend zijn geworden.

De tijd gaat snel; het is niet alleen al weer vijf jaar geleden dat Halasz Squat verliet en zijn eigen Love Theatre oprichtte, hij is kennelijk ook vreemdeling-af en zijn verbazing over de Nieuwe Wereld te boven. In She who once was the helmet-maker's beautiful wife gaat hij terug naar de wortels van zijn bestaan, terug naar het ellendige Boedapest (in oktober gebeurt dat echt), 'terug' zelfs naar een tijd die hij niet gekend kan hebben. Zijn (over-?)grootmoeder, klaarblijkelijk ooit een beautiful wife, is zijn gids en leidraad; aan de hand van haar ongelooflijke geschiedenis vervlecht hij fictie en werkelijkheid van een nietig en onbelangrijk bestaan maar ook van het even onfortuinlijke als domme Europa tot een metaforisch geheel.

Metaforisch voor wat? Voor de tijd die voorbij gaat, waarschijnlijk, en voor al het heimwee en alle gruwelijke herinneringen die geschiedenis voortbrengt. 'She once was' is niet zomaar een verhaal het is vooral een verhaal dat lichtjaren na de gebeurtenissen verteld wordt. Daarom is alle sentiment komen te vervallen: oma en haar wedervaren, Europa en zijn zwarte lot, worden zonder een spoor van mededogen in de herinnering geroepen.

Hoe? Door aan het begin van de voorstelling een met bakstenen bedrukt doek op te hijsen (we kijken achter de muur van een gebouw of van een politiek systeem) en het publiek getuige te laten zijn van de akelige nadagen van een jiddische armoedzaaister (Peter Halasz). Ze heeft een klompvoet en een krakende stem en ze heet Goldie en ze heeft ooit haar vaalgrijze haar in een verwarde knot geknoopt. Op de wrede klanken van een zoete wals valt ze wel honderd keer, met haar hoofd rakelings langs haar plompe eettafel. Daar stapelt ze met haar laatste krachten al haar stoelen op, omdat ze daarboven, in een zelfgefabriekte ten hemelopneming, eindelijk wel eens sterven wil. Beneden zit de regisseur of animator, de allesweter, die haar verhaal vertelt. Hij steekt geen poot uit, als oma weer eens heupen breekt en of ze nu kakelt van de lach of stikt in tranen: hij vindt haar een aanstelster. Zoveel hardvochtigheid genereert het tegendeel: wat kan de toeschouwer anders dan het voor Goldie opnemen?

    • Pieter Kottmanvoorstelling
    • Agnes Santha
    • Brakke Gr
    • Peter Halasz
    • Seth Tillet. Spel
    • Lazlo Nadi. Gezien
    • Cora Fisher