DE WIJSHEID VAN GOED ONDERWIJS

Op de keper beschouwd zijn moderne mensen behoorlijk stom. Wie van ons weet bij voorbeeld hoe de dingen werken die we dagelijks gebruiken? En erg ontwikkeld is ons begrip voor het spirituele en natuurlijk leven niet, zo weet iemand ons zo nu en dan te vertellen. Maar goed, tezamen staan we sterk en zijn we behoorlijk bij de hand. Iemand weet in ieder geval hoe mijn computer werkt.

Het is zelfs zo dat onze hersenen en wat daarin om kan gaan onze belangrijkste activa is, belangrijker dan alle computers en robotten bij elkaar. Economen spreken daarom graag over het 'menselijk kapitaal'. Een oorlog kan het fysieke kapitaal van een land verwoesten, maar met het menselijk kapitaal intact is de wederopbouw een peuleschil. Dat bleek bij voorbeeld in Europa na de Tweede Wereldoorlog. Groei in menselijk kapitaal - men denke aan betere kennis en bekwaamheden - is ook voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor economische groei, ongeveer zo belangrijk als de groei in het aantal machines, computers, robotten en anderssoortig fysiek kapitaal.

Deze opmerkingen dienen ertoe om duidelijk te maken dat goed onderwijs cruciaal is voor een gezonde economie. En dus ook waarom onderwijspolitiek belangrijker is dan, pakweg, de defensiepolitiek. En waarom een middelmatige onderwijzer meer waard is dan een goede reclamejongen, ook al lees je dat niet aan zijn inkomen af. Onderwijs is investering in menselijk kapitaal. Dit is iets om bij stil te staan aan het begin van het nieuwe onderwijsseizoen.

We weten evenwel niet goed wat een goede investering is en hoe we het rendement kunnen verhogen. De warboel in de Nederlandse onderwijspolitiek geeft uitdrukking aan de verwarring.

Ook de Amerikanen zitten met hun handen in het haar. Het gaat niet goed met het Amerikaanse middelbaar onderwijs. In een recente vergelijking van onderwijsresultaten in twaalf landen eindigden 13-jarige Amerikanen op een stevige laatste plaats. Slechts 21 percent van alle jonge volwassenen kan navertellen wat in een krante-column staat. Ongeveer zeventien miljoen volwassenen kunnen geen menukaart in een restaurant lezen. Het wordt steeds duidelijker dat deze tekortkomingen in hun menselijk kapitaal de VS parten spelen. Daarom heeft Bush zich ten doel gesteld om in het jaar 2000 het Amerikaanse onderwijs het beste van de wereld te maken.

Nederland kan Bush wat wijs maken. Bush kan van de Nederlandse situatie onder meer leren dat een gedifferentieerd middelbare schoolsysteem te prefereren is boven de uniforme Amerikaanse 'high school'. De Amerikaanse jeugd gaat tot haar achttiende naar dezelfde school. Zo gezellig bij elkaar leren ze weinig. Het Nederlandse eindexamen economie voor het voortgezet onderwijs is nog te moeilijk voor mijn Amerikaanse studenten na hun eerste jaar aan de universiteit. Zelfs de berekening van simpele percentages is voor velen een onmogelijke opgave.

Bush zou verder moeten begrijpen dat, om zijn doel te bereiken, hij eerst de vicieuze cirkel van de armoede moet doorbreken. In de zwarte buurten leeft ongeveer de helft van de kinderen in armoede. Het merendeel van die kinderen mist de motivatie en de ouderlijke steun om het lang op school uit te houden, een school die toch al zo belabberd is. Armoede maakt goed onderwijs vrijwel onmogelijk en zonder goed onderwijs is men gedoemd tot armoede. Goede ideeen om deze impasse te doorbreken zijn er (nog?) niet.

Ritzen kan daarentegen wat leren van het universitaire onderwijs in de VS want dat is superieur aan het Nederlandse universitaire onderwijs. De intellectuele energie en het wetenschappelijke elan op de betere Amerikaanse campussen zijn ongeevenaard. Je merkt het in de laboratoria, de seminars en de collegezalen. Geleerden en studenten komen er uit de ganse wereld op af.

Het vertrouwen in economische principes verklaart een belangrijk gedeelte van het succes. (Hier moet Ritzen, als econoom, begrip voor hebben). Amerikaanse universiteiten mogen bij voorbeeld, in tegenstelling tot Nederlandse universiteiten, met elkaar concurreren. Ze doen dat onder meer door te strijden om de beste geleerden en studenten. Studenten betalen in de regel voor het onderwijs dat ze genieten. Hun ouders betalen het collegegeld (gauw 15.000 gulden voor een redelijke school, exclusief huisvesting) of ze lenen het geld. Op deze manier begrijpen de studenten (en hun ouders) dat onderwijs een flinke investering is en dat ze daarom beter hun best doen. Tal van prijzen - oorkondes, titels, en beurzen - sporen de studenten aan tot betere prestaties. Veel geld krijgen de goede universiteiten verder van hun reunisten. Het is namelijk in het belang van de reunist dat zijn of haar universiteit goed blijft. Een 'ik-ben-van-Harvard' garandeert succes zolang Harvard haar reputatie behoudt.

De Nederlandse universiteiten zouden er goed aan doen het Amerikaanse voorbeeld te volgen. Het Amerikaanse voorbeeld pleit ook voor de afschaffing van de hier gebruikelijke toets van maatschappelijke relevantie. Te vaak is maatschappelijk relevant onderzoek intellectueel irrelevant. Het intellectuele leven floreert best in een ivoren toren waar mensen ongestoord kunnen denken en discussieren - zoals dat gebeurt op de Amerikaanse campus. Het is opmerkelijk dat juist de pragmatische, op winst gerichte Amerikanen het belang van ivoren torens hebben erkend.

Goed onderwijs in Nederland gaat dus hierom: consolidatie van het middelbaar onderwijs en verbetering van het universitair onderwijs volgens economische en intellectuele principes.

    • Arjo Klamer