Bedrijven VS verdienen weinig aan Golfcrisis en vrezentoekomst

NEW YORK, 5 sept. Weinig oorlogsmiljonairs, weinig oorlogsfaillissementen, veel zorgen voor de toekomst. Dat is tot nu toe de balans in het Amerikaanse bedrijfsleven, een maand nadat president Bush besloot het Amerikaanse leger naar het Midden-Oosten te sturen.

Van een echte oorlog is geen sprake. Maar de massale verscheping, de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog, naar Saoedi-Arabie en andere landen, heeft hetzelfde economische effect.

Toch zijn er maar weinig bedrijven die echt profiteren van de plotselinge belangstelling voor zonnebrandcreme, voedsel, water, gifgasbestendige kleding en bommen en granaten. En er is net zo min sprake van recessie in bepaalde bedrijfstakken die sterk afhankelijk zijn van olie, zoals luchtvaartmaatschappijen. Maar boven deze korte-termijn gevolgen hangt een grote donderwolk van verwachtingen voor de langere termijn.

Zorgen van beleggers over het toekomstige effect van hogere olieprijzen op de toch al wankele Amerikaanse economie heeft aandelenkoersen van vrijwel alle bedrijven in de Verenigde Staten gedrukt. De Dow Jones, de meest gevolgde index, is sinds 1 augustus met 289 punten gedaald, ofwel tien procent. En het belangrijkste van allemaal: het vertrouwen van consumenten is volgens twee betrouwbare graadmeters in augustus gekelderd. Voor een economie die voor zeventig procent afhankelijk is van diensten en andere consumentenprodukten is de mentaliteit van consumenten doorslaggevend, belangrijker dan overheids- of handelstekorten.

De maandelijkse consumentenindex van de Conference Board daalde in augustus 18 procent, tegen 6 procent in de voorgaande zeven maanden. De index van de University of Michigan daalde 13 procent tot het laagste peil sinds 1982. Gerechtvaardigd of niet, het pessimisme van consumenten kan direct leiden tot een recessie omdat zij ophouden met kopen en meer sparen. Scherpe dalingen in consumentief optimisme gingen de recessies van 1974, 1980 en 1982 vooraf.

Tot nu toe is dat niet te merken in het bedrijfsleven. Er zijn verspreide berichten over kleine bedrijfjes die plotseling overuren maken om het Amerikaanse leger te voorzien. Sterling Foods in Californie, dat vacuum verpakt brood levert, draait met twee ploegen per dag, zes dagen per week en produceert zo veel het kan. Sac and Fox Industries in Oklahoma, dat gifgasbestendige pakken maakt, draait ook volop. Het Amerikaanse leger loopt grotendeels in groene schutkleuren; dus kregen twee bedrijfjes in Puerto Rico opdracht 75.000 lichtbruine uniformen te maken. De aandelen van twee bedrijven die tegengif voor zenuwgas en ontsmettingsapparatuur maken, gingen in de eerste weken van augustus door het plafond (hoewel ze sindsdien ongeveer een derde onder hun piekwaarde zitten). Tyson Foods, massaproducent van kip, kreeg opdracht voor 110.000 kilo diepgevroren kip; maar dat is een fractie van de jaarproduktie. Zelfs bottelaars van water hebben geen voordeel van de woestijninvasie: alleen de eerste troepen kregen flessen mineraalwater mee, sindsdien is water gewoon uit de kraan gehaald in Saoedi-Arabie.

De extra orders blijven beperkt tot verbruiksartikelen. De defensie-industrie zelf heeft nog weinig extra orders gezien en verwacht ook weinig omdat de opbouw onder president Reagan heeft geleid tot grote voorraden ammunitie. Bovendien houdt het Congres voorlopig nog vast aan de inkrimping van de defensie-begroting.

Ook de olie-industrie in Amerika verwacht weinig negatieve gevolgen van de stijging van de olieprijzen. De grote bedrijven maken investeringsbeslissingen alleen voor de lange termijn en zeggen dat die tot nu toe niet zijn veranderd. Experts zeggen dat zelfs bij 25 dollar per vat exploitatie van nieuwe Amerikaanse olievelden of het heropenen van eerder gesloten velden niet rendabel is.

Intussen zijn er verschillende sectoren van de economie die nu al de gevolgen merken van de Irak-crisis. De Amerikaanse boeren allereerst, nu Irak de tiende exportmarkt voor hun produkten, goed voor ongeveer 1 miljard dollar vorig jaar taboe is. Rijstboeren bijvoorbeeld zijn 170 miljoen dollar aan jaarlijkse export kwijt, ongeveer 10 procent.

Ieder bedrijf dat naar Irak exporteert is een potentieel slachtoffer. NRM-Steelastic, een bedrijf dat machines maakt voor de vervaardiging van autobanden, heeft 19 miljoen dollar tegoed van Irak, op een totale order van 31 miljoen dollar.

De meeste waarnemers denken dat als de prijs van olie blijft hangen op 25 dollar per vat, tegen 18 dollar in de eerste helft van het jaar, dat niet tot een recessie hoeft te leiden. Minister Nicholas Brady van Financien heeft gezegd dat het hooguit een half tot driekwart procent groei kost, Credit Suisse First Boston denkt dat zelfs olie van 30 dollar per vat maar 0,3 procent in de groei zal schelen dit jaar, en 0,7 procent volgend jaar.

Gary Shilling, econoom te New York, wijst er op dat de economie van de VS een diensteneconomie is geworden en dus minder afhankelijk is van olie. Iedere duizend dollar van het Bruto Nationaal Produkt kostte in de jaren zeventig ongeveer 2 vaten olie, nu 1,33 vat, berekent Shilling. De Federal Reserve is ook al niet pessimistisch, getuige opmerkingen tijdens een uitje in Jackson Hole, Wyoming.

Maar de consument trekt zich daar weinig van aan en kijkt alleen naar de koppen in de kranten en het nieuws op televisie en radio. De oorlogsdreiging zet aan tot zuinigheid, voorzichtigheid en uitstel van vervangsaanschaf, en dat is de echte bedreiging voor de Amerikaanse economie. Of de consument nu gelijk heeft of niet, hij heeft doorslaggevende invloed op de welstand van de Amerikaanse economie.

Intussen vertonen Amerikanen een ongewone belangstelling voor internationaal nieuws. Het Times-Mirror Center for Media and the Public zegt dat de Golfcrisis de meeste aandacht krijgt in twee jaar, meer dan de Panama-invasie, meer dan de Gorbatsjov-bezoeken, meer dan de revolutie in China of in Oost-Europa.

Zouden dan niet de nieuwsmedia profijt trekken van deze crisis? Nee. Turner Broadcasting (eigenaar van CNN) en Capital Cities (eigenaar van ABC, en CBS Inc.) staan dichtbij hun dieptepunt van de afgelopen 52 weken. Gannette, eigenaar van honderden lokale kranten, doet het maar weinig beter en Dow Jones, uitgever van de Wall Street Journal, staat ongeveer halverwege het hoog-laag. Fundamentele economische factoren, die het advertentievolume bepalen, domineren nog steeds.

    • Michiel Bicker Caarten