Ambtenaren in DDR krijgen 2 miljard extra

BONN, 5 sept. De 1,7 miljoen DDR-ambtenaren en semi-ambtenaren krijgen een nieuwe CAO die de staatskas ongeveer 2 miljard D-mark extra kost. De overheids-CAO geldt tot 1 juni volgend jaar en voorziet per 1 september 1990 in een loonsverhoging van 200 mark per maand en een maandelijkse toelage van 50 mark per kind.

Dit zwaarbevochten resultaat is gisteren na een laatste marathonvergadering van vijftien uur in Oost-Berlijn bereikt. Het Oostduitse overheidspersoneel heeft weken gestaakt, prikacties gehouden en gedemonstreerd.

De vakbonden achten de afgesloten CAO 'een verdedigbaar compromis'.

Staatssecretaris Moritz, assistent van DDR-premier De Maiziere en eerste onderhandelaar namens de Oostduitse overheid, sprak van 'een triomf van het verstand'. Het compromis, met zijn verhoudingsgewijs bescheiden algehele loonsverhogingen op het gebied van de zeer uiteenlopende overheidssalarissen (een kleuterleidster verdient bijvoorbeeld 850 mark, een operatiezuster 1500), voorkomt dat de komende negen maanden enkele tientallen miljarden mark extra uit de DDR-kas moeten vloeien. De Oostduitse ambtenaren werden in hun onderhandelingen onder andere bijgestaan door de Westduitse overheidsvakbonden OTV en DAG. De Westduitse vakbonden willen, nu de communistische eenheidsvakbond FDGB met zijn miljoenen leden ontbonden is en de Duitse eenheid 3 oktober tot stand komt, zoveel mogelijk Oostduitse werknemers snel als leden inschrijven, wat hun onderhandelingsgedrag mede bepaalde.

Ook zij hebben zich nu echter neergelegd bij een trager tempo bij het wegwerken van de grote salaris-achterstand ten opzichte van het Westduitse overheidspersoneel. Doelstelling is nu dat deze achterstand tegen 1995 is weggewerkt. Zij hadden eigenlijk direct 350 tot 400 mark per maand meer willen hebben. Dergelijke looneisen, alsook arbeidstijdverkorting, zijn eerder deze zomer bijvoorbeeld verwerkelijkt in de Oostduitse metaal- en chemische industrie en bij banken en verzekeringen. Zij hadden bij de Westduitse regering in Bonn tot ernstige kritiek geleid omdat zij in geen verhouding zouden staan tot Oostduitse produktiviteitscijfers en daardoor op korte termijn tot meer faillissementen, werkloosheid en hogere sociale uitgaven zouden leiden.

De nieuwe Oostduitse overheids-CAO is ook belangrijk om wat er niet in staat. Zo zijn geen werkgelegenheidsgaranties overeengekomen, wat dadelijk van grote betekenis kan blijken als Westduitse plannen tot sanering van het huidige, veel te grote DDR-overheidsapparaat worden gepresenteerd. Op het ministerie van binnenlandse zaken in Bonn liggen zulke plannen al klaar. Zij voorzien naar verluidt in een eerste vermindering, mede via privatisering van overheidsdiensten, van het Oostduitse overheidspersoneel met 650.000 personen.

    • J. M. Bik