Wetenschap en media hebben geen gedragscode nodig

De stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij acht het nodig dat biowetenschapsmensen en media gedragscodes opstellen voor het presenteren van onderzoeksresultaten in de media, zo werd in een persbericht op 26 april meegedeeld. Aanleiding was de affaire-Buck over het vermeende geneesmiddel tegen AIDS. Buck heeft daarbij fouten gemaakt, onder meer door te stellen dat zijn vondst op korte termijn toepasbaar zou zijn en dat het AIDS-vraagstuk hiermee aanzienlijk dichter bij een oplossing zou geraken.

Buck is inmiddels door de mand gevallen. Schade en schande zijn zijn deel, en hij zal er ongetwijfeld wijzer door zijn geworden, wellicht 'sadder and wiser'. Is hiermee nu aangetoond dat een 'gedragscode' voor biowetenschappers en media nodig is? Welneen, integendeel. Het systeem heeft gefunctioneerd, in alle opzichten. Buck heeft zich verkeerd gedragen en is ten overstaan van de hele gemeenschap, en zeker de wetenschappelijke, terecht gestraft. Hadden de media dit kunnen voorkomen, hadden ze hem voor zijn fouten moeten behoeden? Nee, dat is niet de taak van de media. Wel had men het nieuws iets relativerender kunnen behandelen. Dat geldt zeker voor het NOS-journaal, dat duidelijk bij gebrek aan wetenschappelijke bagage op een andere toer is gegaan, en van Buck een soort held maakte, zodanig dat de kijker een glimlach niet kon onderdrukken.

Een wetenschapsredacteur bij het NOS-journaal met enige kennis van zaken, zoals men die ook bij de grote dagbladen wel aantreft, zou ervoor hebben gezorgd dat het accent niet op de persoon van de onderzoeker maar op de wetenschappelijke doorbraak was gelegd. Zo iemand had, zoals Karel van der Graaf dat later heel verdienstelijk in het AVRO-actualiteitenprogramma deed, de onderzoeker nu eens precies kunnen laten uitleggen wat die doorbraak inhield. De tijd die nu werd verspild aan beelden waarin Buck zijn hondje uitliet, had men beter daarvoor kunnen gebruiken.

Onderzoekers die van de daken schreeuwen dat ze iets belangrijks hebben ontdekt, verdienen onmiddellijke toegang tot de media, zeker als het onderzoekers van enige naam zijn. Als de beweringen onjuist of frauduleus zijn, zullen ze ongetwijfeld door de mand vallen; openlijker kan het immers niet? En de straf is navenant: de betrokkene wordt niet meer serieus genomen.

Buck, een harde werker en een onopvallend man, heeft zich kennelijk nogal naief laten meeslepen door de grote publicitaire belangstelling die hij zelf bleek te kunnen oproepen, in de mening dat zijn onderzoek en zijn vakgroep daar wel bij zouden varen. Dat valt de media niet te verwijten, daar moet een onderzoeker anno 1990 tegen zijn opgewassen. De meeste onderzoekers zijn dat ook. Sterker: ze weten de media goed te bespelen, ervoor wakend dat ze de journalisten 'een oor aannaaien' waardoor ze zichzelf zouden blameren.

Een gedragscode had aan het gedrag van de media niets veranderd. Zo'n code riekt bovendien naar een inbreuk op de persvrijheid. Als een wetenschappelijk blad van het kaliber van Science de vondst publiceert, wie zijn dan de dagbladen dat ze even de ondeugdelijkheid van de vondst aan het licht zullen brengen? Inderdaad, zelfs Science is er ingetuind: men nam voetstoots aan dat de zuiverheid van de verkregen stof buiten kijf stond. De beoordelaars aan gindse zijde van de oceaan hadden misschien eens hun licht in Eindhoven moeten opsteken, maar dat doe je alleen als je nattigheid voelt.

HIVIn de Verenigde Staten speelt op het ogenblik een andere kwestie: de controverse tussen dr. Luc Montagnier (Institut Pasteur in Parijs) en dr. Robert C. Gallo, een van Amerika's meest prominente AIDS-onderzoekers, verbonden aan het National Cancer Institute te Bethesda, bij Washington. Een onderzoekscommissie van de National Institutes of Health heeft zo'n zestig verslagboeken van het laboratorium van Gallo nagevlooid op de precieze gang van zaken bij de cruciale onderzoeken in 1983 en 1984, en zij heeft alle betrokkenen ondervraagd. Voor het eind van het jaar zal uitspraak worden gedaan over de vraag of Gallo voor zijn identificatie van het HTLV III-virus dat tegenwoordig met HIV wordt aangeduid en de veroorzaker van AIDS is het materiaal heeft gebruikt dat hem door Montagnier in goed vertrouwen was toegezonden. Gallo publiceerde de zaak in Science van 4 mei 1984. Heeft Gallo ten onrechte de wetenschappelijke eer opgeeist? En hebben zijn 37 medewerkers daarin deel gehad? Velen achten het onwaarschijnlijk dat hij op zo grove wijze zou hebben gefraudeerd, hoewel Gallo niet bepaald een subtiele indruk maakt. Het gaat overigens niet alleen om de reputatie van Gallo, maar ook om de vele miljoenen dollars die inmiddels via de verworven patenten op de antistoffen tegen AIDS (waarop onder meer de AIDS-test is gebaseerd) in de Amerikaanse schatkist zijn gevloeid. Het Cancer Institute is een van de National Institutes of Health, een overheidsinstelling.

Hierbij vergeleken is de affaire-Buck slechts een onbelangrijk incident, maar uit beide voorbeelden blijkt dat de wetenschappelijk wereld aardig in staat is zichzelf schoon te houden, ongeveer zoals bacteriofagen het milieu van bepaalde ongerechtigheden ontdoen. Voor de overige onderzoekers geldt: een schip op het strand doet nog altijd dienst als een baken in zee.