Verplichte sanering vissersvloot onmogelijk

ROTTERDAM, 4 sept. In een brief aan de Tweede Kamer over de visserijfraude noemde minister Braks van Landbouw en Visserij vorige week 'effectievere sanering dan de bestaande' de enige oplossing. Op televisie verduidelijkte hij dat 'het vrijwillige karakter van de sanering van de vissersvloot een beetje moet worden verlaten'. In de huidige Nederlandse wetgeving is verplichte sanering van de vissersvloot onmogelijk. Dat grondige sanering van die vloot de enige weg is om terug te keren tot een gezonde situatie in de 'kleine' zeevisserij is eveneens een feit.

Voor het goede begrip: zestien schepen vormen de Nederlandse trawlervloot. Ze vangen haring, makreel en horsmakreel op de Noordzee, maar vooral ook op verder weg gelegen visgronden. Dat is de 'grote' zeevisserij, een gezonde branche die slechts zelden de publiciteit haalt.

De 'kleine' zeevisserij is de omstreden bedrijfstak die regelmatig op weinig positieve wijze de publiciteit haalt. Dat geldt voor de 565 schepen van de kottervloot, die vissen op platvis en waarvan ongeveer de helft is geregistreerd op Urk. Het is eveneens van toepassing op de resterende 87 schepen die beschikken over een kabeljauwquotum, de zogenaamde rondvisvloot.

De quoteringsproblematiek, met alle daaraan verbonden ingewikkelde regels, vormt de bron van de permanente conflicten van deze groep vissers met de rijksoverheid. Alle kostbare pogingen van de Algemene Inspectie Dienst (AID) van het ministerie van landbouw en visserij om het creatieve gesjoemel van de vissers te bestrijden, zijn mislukt.

Dat moest minister Braks vorige week in zijn brief aan de Kamer opnieuw toegeven. In 1988 trok hij ook al het boetekleed aan en beloofde beterschap. Dat hij nu in dezelfde deemoedige situatie verkeert, geeft vooral aan hoeveel vernuft en energie de veelal gelovige vissers hebben gestoken in malversaties. De predikanten in de vissersdorpen kennen de gewetensnood waarin 'het noodzakelijke kwaad' de leden van hun gemeente heeft gebracht. Want de vissers zelf beschouwen hun gedrag als onontkoombaar: het door de EG aan Nederland toegewezen visquotum is in relatie tot de vangstcapaciteit nu eenmaal volstrekt ontoereikend.

De noodzaak van een structurele oplossing via saneringsmaatregelen leidde al in 1988 tot een EG-regeling. De saneringsdoelstelling voor Nederland luidt dat er eind 1991 160.000 pk gesaneerd moet zijn. Die operatie zou 110 miljoen gulden kosten, waarvan 10 miljoen wordt betaald door het Nederlandse bedrijfsleven, 40 miljoen gulden door de EG en de rest door de Staat der Nederlanden. Vijfendertig vissersschepen zijn inmiddels gesaneerd. Twaalf aanvragen zijn nog in behandeling, vijf werden afgewezen.

In een brief aan de Vaste Kamercommissie voor de Visserij van 8 juli 1990 maakte minister Braks aan de hand van deze cijfers duidelijk dat de sanering geheel volgens plan verliep. Berekend werd het aantal pk's dat via de sanering is verdwenen. Daarbij werden enkele technische maatregelen (voor de liefhebbers: de effecten van de zeedagenregeling en het inkorten van de 'boomkor') eveneens uitgedrukt in pk's. Zo werd een tussenstand gescoord van 103.000 gesaneerde pk's. Maar vorige week kwam plotseling de boodschap dat 'effectievere sanering' noodzakelijk is.

Dat de sanering tot dit moment inderdaad nauwelijks effect heeft, komt doordat de laatste jaren nieuwe schepen met een fors motorvermogen in de vaart zijn gebracht. In 1984 kondigde de rijksoverheid ten aanzien van het motorvermogen een beperkend licensiesysteem aan. Maar voorafgaande aan het in werking treden daarvan, kregen de vissers ruim de tijd investeringsverplichtingen aan te gaan voor nieuwe schepen. 'De overheid is nu eenmaal traag in zijn regelgeving', kijkt de eigenaar van een 4000 pk kotter tevreden terug.

Bij de wijze waarop de huidige saneringsregeling wordt gehanteerd, kunnen ook vraagtekens worden geplaatst. Daar is bijvoorbeeld de visser die door ingewijden 'een notoire overtreder van de voorschriften' wordt genoemd. De AID maakte het hem ten slotte zo moeilijk dat hij tot sanering besloot. Hij ontving 1.753.399 gulden voor zijn kotter, die hij doorverkocht aan het horecaconcern Van der Valk. In Zuid Amerika vist het concern in een joint venture met Chileense bedrijven met tien gesaneerde Nederlandse schepen. 'Ik heb een scheepie opgekocht, dat heb ik laten saneren en daarna voor een hoop geld aangepast voor de tropen', luidt het verhaal van een visser uit Den Helder. 'Zonder subsidie. De Nederlandse regering heeft totaal niks op met de visserman. Als je schip is gesaneerd, dan is het afrekenen met de fiscus.' De miserabele situatie voor de rondvisvloot heeft ertoe geleid dat het Ontwikkelings- en Saneringsfonds op 5 juli van dit jaar het saneringsbedrag voor deze groep tijdelijk met 50 procent heeft verhoogd. Tot nog toe hebben slechts drie van de 87 rondvisvaartuigen zich voor sanering aangemeld. Volgens het weekblad Visserij Nieuws rekken de betrokken vissers het proces zo lang mogelijk in de hoop op nog hogere vergoedingen.

De 'effectievere sanering dan de bestaande' van minister Braks bestaat op dit moment slechts als een zinsnede in zijn brief van vorige week aan de Kamer. Dat voor het 'verplichtende' karakter van die nieuwe vorm wetswijzigingen nodig zijn, is duidelijk. 'Als het gaat om verplichte sanering zal er eerst onderhandeld moeten worden met de volksvertegenwoordiging', bevestigt een voorlichter van het ministerie van landbouw en visserij. Ook voorzitter D. J. Langstraat van het Produktschap voor Vis en Visprodukten wijst op de onmogelijkheid van een verplichte sanering. Ook zijn organisatie is een voorstander van een snelle en ingrijpende sanering. Maar volgens Langstraat kan dat alleen door vissers met een klein contingent aan vangstrechten het vissen zo moeilijk te maken dat zij zelf tot sanering besluiten. De voorzitter van het Produktschap bepleit dus afdoende controle door de AID. Terwijl het wanhopige plan van Braks tot 'een beetje onvrijwillig saneren', juist is geboren uit het onvermogen van die dienst.