Verenigd Duitsland schendt grondrechten als het abortusverbiedt

De eenwording van de beide Duitslanden levert een groot probleem op. In de DDR is abortus in de eerste drie maanden van de zwangerschap niet strafbaar, in de Bondsrepubliek wel behoudens uitzonderingen. In de Bondsrepubliek geldt zelfs voor abortus wat uitsluitend voor de zwaarste misdrijven geldt: het misdrijf kan ook worden vervolgd en bestraft wanneer het is begaan in het buitenland. Dit wordt het domiciliebeginsel ('Wohnsitz' of 'Wohnort') genoemd. In het algemeen zijn misdrijven en overtredingen namelijk alleen strafbaar in het land waar ze zijn begaan ('Tatort'). Wat moet er nu met de strafbaarheid van abortus in een verenigd Duitsland? Blijft abortus dan, ook na de overgangsperiode van twee jaar, toegestaan in Oost-Duitsland en verboden in West-Duitsland? Hoe zit het na 1 oktober 1990 met de strafbaarheid van Westduitse vrouwen die zich in Oost-Duitsland hebben laten aborteren? Na maanden delibereren is nu de kogel door de kerk: Westduitse vrouwen zullen thuis niet strafbaar zijn wegens een abortus in Oost-Duitsland. De coalitie heeft het belang van de eenwording laten zegevieren over de bezwaren tegen abortusvrijheid in het algemeen en het Tatort-beginsel in het bijzonder. Dit geldt voor een overgangsperiode van twee jaar, waarin een nieuwe abortuswet voor geheel Duitsland moet worden ontworpen.

Baardwang

Het opheffen van de strafbaarheid van abortus wordt door tegenstanders van abortusvrijheid steevast afgeschilderd als een schending van het recht op leven van mensen, dat wil zeggen vruchten. Tegenstanders trekken zelf echter niet de consequentie uit hun standpunt: de kinderbijslag over de drie kwartalen van voor de geboorte wordt niet uitbetaald. Een abortusverbod betekent een vergaande ingreep van de wetgever in het recht op het eigen lichaam en op een eigen persoonlijk leven van de vrouw. Dat is strijdig met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens uit 1950. Wanneer er na de overgangsperiode van twee jaar nog geen abortusvrijheid bestaat in West-Duitsland, zouden de Westduitse vrouwen de schending van hun mensenrechten kunnen voorleggen aan de Commissie en het Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Er zit ook een economisch aspect aan de dwang tot uitdragen van een ongewenste zwangerschap: een kind kost geld, zeer veel geld. Ongeveer de helft daarvan komt van de ouders. Verreweg het grootste deel bestaat uit de waarde van de verzorgings- en opvoedingsarbeid en die komt meestal voor het leeuwedeel voor rekening van de moeder. Iedere keer dat baardwang wordt opgelegd betekent dat voor de vrouw een zware 'geldboete', zonder dat ook maar eventjes is stil gestaan bij de draagkracht of het gebrek aan draagkracht van de vrouw.

Is het toeval dat de DDR, waar abortusvrijheid bestaat, op dit punt vele faciliteiten biedt, terwijl de Bondsrepubliek, waar abortus zonder indicatie streng wordt vervolgd en bestraft, zich voornamelijk op de kostwinner met huishoudpartner richt voor tegemoetkomingen en verlichtingen?

Uitschakeling

In West-Duitsland net als in Nederland is een kind eigenlijk alleen te betalen, als de vrouw zich afhankelijk maakt van de man om thuis de verzorging van het kind, en en passant ook die van de man, op zich te nemen. Het verbod van abortus is in dergelijke landen mede gericht op de uitschakeling van de vrouw als serieuze concurrent van mannen op de arbeidsmarkt en op de onderschikking van de vrouw aan de man. Zowel het klassieke grondrecht op een vrije keuze van arbeid als het recht op gelijke behandeling door de overheid worden geschonden bij een cumulatie van abortusverbod en niet op het kind, maar op de kostwinner gerichte gezinstegemoetkomingen.

Westduitse vrouwen demonstreren in Bonn voor een meer liberale abortuswetgeving. (Foto AP)