Sociale en ecologische gevolgen van ontwikkelingsprojecten veronachtzaamd: 'Milieubeleid Wereldbank deugt niet'

DEN HAAG, 4 sept Het milieubeleid van de Wereldbank deugt niet. Bij projecten en economische hervormingsprogramma's die de Wereldbank in ontwikkelingslanden financiert moet meer aandacht worden gegeven aan de gevolgen hiervan voor sociaal kwetsbare bevolkingsgroepen en voor het milieu.

Dit schrijven de NOVIB en de Stichting Ledencontact IUCN (International union for conservation of nature and natural resources) in een rapport dat vanmiddag is gepresenteerd. Beide instellingen bieden aan via lokale organisaties in Derde wereldlanden een 'vroegtijdig waarschuwingssysteem' op te zetten, waardoor de Wereldbank tijdig kan worden geinformeerd over de veelal funeste gevolgen die projecten en aanpassingsprogramma's hebben voor de lokale bevolking en het milieu.

De aanbeveling is vanmiddag gepresenteerd aan de nieuwe Nederlandse bewindvoerder bij de Wereldbank, Eveline Herfkens. Herfkens was tot deze week Kamerlid voor de PvdA. Ze volgt eind september Paul Arlman op als de Nederlandse vertegenwoordiger in het dagelijkse bestuur van de Wereldbank in Washington.

In het rapport, Milieu door de bank genomen, wordt de Nederlandse regering gevraagd een standpunt uit te werken over versterking en integratie van ecologische en sociale aspecten in het beleid van de Wereldbank. Weliswaar heeft Wereldbankpresident Barber Conable in 1987 aangekondigd dat de bank meer aandacht aan ecologische vraagstukken zou besteden, maar van integratie van het milieubeleid is in de dagelijkse praktijk van de Wereldbank onvoldoende terecht gekomen, aldus het rapport.

De NOVIB en IUCN wijzen op de samenhang tussen armoede- en milieuproblemen in ontwikkelingslanden. 'Ondanks verbale en formele aandacht voor armoede, natuur en milieu toont de Wereldbank weinig actieve interesse in de wensen en noden van de arme bevolking', schrijven ze. Het milieu-actieprogramma en de milieu-evaluatie schieten tekort; de milieu-afdeling is onvoldoende sterk bezet, menen ze.

In het bijzonder verzetten ze zich tegen Wereldbankprojecten waardoor bevolkingsgroepen gedwongen worden verplaatst uit hun oorspronkelijke leefomgeving. Dit geldt onder meer voor Indianenstammen in het Amazone-gebied en voor Indiers die moeten wijken voor ontwikkelingsprojecten. Veelal gaat het om de aanleg van stuwdammen en stuwmeren. In totaal zouden zeventig Wereldbank-projecten die nu in uitvoering zijn zo'n anderhalf miljoen mensen dwingen elders een nieuw onderkomen te zoeken.

Het rapport noemt voorbeelden van Wereldbankprojecten en -programma's in Bolivia, Costa Rica, Ghana, Soedan, Indonesie, India en Brazilie. Van actieve participatie door de bevolking of van medezeggenschap bij de opstelling en uitvoering van de projecten is zelden sprake. Rapporten van de Wereldbank over de voorbereidingen, uitvoering en evaluaties van projecten zijn veelal vertrouwelijk en niet beschikbaar voor de lokale bevolking, ontwikkelings- of milieu-organisaties. NOVIB en IUCN pleiten voor een grotere openbaarheid van deze interne informatie.

Het voorgestelde vroegtijdig waarschuwingssysteem moet zijn gebaseerd op informatieverstrekking van de Wereldbank aan organisaties in Derde wereldlanden. Deze kunnen na raadpleging van de lokale bevolking hun standpunt over de voorgenomen projecten aan de staf en bestuurders van de Wereldbank bekendmaken, waarop nader onderzoek, uitwerking van alternatieven of acties kunnen volgen.