Patricia Highsmith: 'The first lady of crime'

Een oordeel over Patrici Highsmith wordt vaak ingeleid met de opmerking dathaar romans in bibliotheken weliswaar tussen andere misdaadromans staan, maar dat ze bepaald geen gewone whodunits schrijft. En meestal wordt die opmerking gevolgd door een citaat van een auteur wiens status niet ter discussie staat. Ook Jack Bond bedient zich in zijn gefilmde portret van Patricia Highsmith van een autoriteit om aan te geven dat haar thrillers uitstijgen boven het gemiddelde dat in het genre misdaadliteratuur gehaald wordt: volgens Graham Greene is ze 'the poet of apprehension'.

Oostenrijkers vertrouwen op Peter Handke, en hier te lande weet Maarten 't Hart te overtuigen. Alle drie schreven zij prachtige essays over de wereld in haar werk: 'Zij schept een eigen wereld, een irrationele en claustrofobische wereld, waarin we telkens opnieuw binnenstappen met het gevoel persoonlijk gevaar te lopen' (Graham Greene). Getuigen die essays veelal van een persoonlijke visie op het werk van Patricia Highsmith, interviews met haar verlopen volgens een vast stramien. Telkens weer dezelfde vragen, en telkens weer dezelfde antwoorden. Waarom schrijft u zo negatief over vrouwen ('Waarom zou ik ze bewonderen?'); zou u Ripley willen typeren als een psychopaat ('ja en nee'); en, heeft u ooit met de gedachte gespeeld iemand te vermoorden? Jack Bond stelt dezelfde vragen, en krijgt dezelfde antwoorden: nee, ze heeft nog nooit iemand willen vermoorden. Wel speelde ze als 16-jarige met de gedachte een boek te stelen, welk idee niet werd uitgevoerd maar wel leidde tot haar eerste (korte) verhaal. Het aardige van zijn portret van Highsmith zit dan ook niet in de antwoorden, maar in de wijze waarop hij die antwoorden verfilmt. Bond beperkt zich in de film tot het personage Tom Ripley en het tweede boek met Ripley in de hoofdrol, Ripley Under Ground (1971) volgens velen haar beste. Highsmith beantwoordt in de film niet alleen vragen, maar speelt tevens de rol van een schrijfster die geinterviewd wordt (wat gezien haar bekendheid met de vragen een niet al te grote opgave was). Tijdens haar verblijf in het hotel waar het interview wordt afgenomen, wordt zij geconfronteerd met haar eigen personage: Ripley kijkt over haar schouder mee als zij zich inschrijft in het hotel, en stapt met haar in de lift. Het interview van Bond met Highsmith is verweven met gedramatiseerde fragmenten uit Ripley Under Ground, die de vragen rechtvaardigen en de antwoorden bevestigen. Na het antwoord op de vraag of Tom Ripley een psychopaat is, zien we Ripley achter het stuur van een auto met op de achterbank een lijk terwijl hij de noodzaak van een volgende moord beredeneert: wel degelijk ziek, maar tevens rationeel.

Bond weet op deze manier iets van de spanning die de boeken van Highsmith kenmerkt (maar die in haar antwoorden ontbreekt) in de film weer te geven. Bovendien levert de werkwijze een afgerond verhaal op. En het is natuurlijk altijd aangenamer Tom Ripley te horen dan Patricia Highsmith te citeren. Zij heeft nog nooit een lijk begraven, hij wel: 'His body fell in with a thud positively delicious to his ears.'

Alain Delon en Dennis Hopper vertolkten eerder de rol van Ripley, maar volgens Highsmith is Jonathan Kent die de rol van Ripley in de film speelt de beste tot nu toe. En zij kan het weten.

    • Eric Slot
    • Ned. 3
    • Tv-Voorafbuitenlandse Schrijversportretten
    • Patricia Highsmith