Opknapbeurt

Ik denk dat het moderne voetbal best nog van de ondergang als kijkspel gered kan worden, als het gezondmakende mes van de chirurg er maar eens flink zou worden ingezet. Voorwaarde zou in de eerste plaats zijn dat een deel van de training en coaching als vuil vaatwater zou moeten worden doorgespoeld. Neem nou al die vaak totaal overbodige breedtepasses. Onlangs droomde ik dat de KNVB, die zo gek is op details als opgestroopte kousen, scheendekkers en shirtjes in de broek, het hoge bevel had uitgevaardigd dat per wedstrijdhelft niet meer dan tien breedte- en achteruitpasses mochten worden gegeven. Een leuke opknapbeurt voor voetbal als kijkspel. In theorie valt best te verdedigen dat de bal wordt rondgespeeld en de tegenstanders zich telkens op veranderende situaties moeten instellen, maar wat is de praktijk? Dat men alle risico uit de weg gaat en het vervolg van wat al lang een temporijke aanval had moeten zijn, overlaat aan een even-voorzichtige medespeler. Het is op die manier allemaal zo voorspelbaar dat je er akelig van wordt.

Mocht het voetbal meer de diepte kiezen, dan is er sprake van een wezenlijke verbetering, al zijn wij er nog lang niet. Daar is bijvoorbeeld het stelselmatig pogen de smaakmakers voortijdig te teisteren of zelfs op de brancard te krijgen. Een duidelijk voorbeeld van de mentaliteit van sommige verdedigers zijn de blessures van Romario. Vorig seizoen pakte de Hagenaar Gentile hem zo verschrikkelijk, dat PSV de landstitel verspeelde. Dit seizoen was nauwelijks begonnen of Gijs Steinman sloeg toe. De Braziliaan verdween van het veld en de dader had het dan wel degelijk gedaan, maar hij liep vrij rond. En zijn club piekerde er niet over om in te grijpen. 'Zo werkt dat niet', zou ons aller Beenhakker zeggen.

Dan is er de kwestie van het zogenaamde 'stappen'. Vroeger, toen het niet om geld maar om de sport en om de aardigheid ging, bedachten spelers al listen en lagen om onder de spiedende ogen van coaches en bestuurders uit te komen en het geluk (of wat daar even voor doorging) op te zuigen vanuit de kroeg of omhelzing. Dat scheen ontzettend slecht voor de sportprestatie te zijn, maar sinds ik hoorde dat Bep Bakhuys zijn beste interland (1936, Parijs, winst 6-1, drie goals Bakhuys) speelde nadat hij in ladderzatte toestand in Den Haag in de trein naar de lichtstad was gestapt, ben ik al gaan twijfelen aan de gegarandeerde successen volgens het 'sluit ze maar op en laat ze louter karnemelk drinken-systeem'. En zeer onlangs kwam er steun van twee kanten: Rik de Saedeleer en Youp van 't Hek. In zijn recente herinneringenboek 'Goal' beschrijft De Saedeleer hoe de Belgische nationale ploeg het bereiken van de finale om het Europees kampioenschap vierde. 'Middernacht was al een tijdje voorbij eer de bus met de spelers in Ostia toekwam. Iedereen stormde direct de bar van het hotel binnen en op de toog af. Het feest heeft bijna de hele nacht geduurd en iedereen dronk wat hij wilde. Van Moer verkoos whisky, Vandenberg cola. Op geen enkel moment heeft Guy Thys er aan gedacht zijn spelers erop te wijzen dat zij een bijzonder-zware match achter de rug hadden en dat er zondag een nog zwaardere op het programma stond. 'Na momenten van grote spanning is ontspanning aan een toog beter dan rusteloos woelen in een bed', vond de trainer-filosoof.

Op Sicilie bekeek de cabaretier-sportjournalist Van 't Hek het spelershotel op stapmogelijkheden. Hij probeerde uit te vinden hoe gemakkelijk het is om zonder dat iemand je hoort of ziet je uit de voeten te maken na twaalven, naar Palermo te liften, een nacht te sloeren en te slempen en zonder lawaai terug te keren naar je bed. De volgende dag zit je als de onschuld zelve aan het ontbijt en eet vast een kauwgumpje om de alcoholdampen te verdrijven. Ik durf te wedden dat de desbetreffende speler er weer dagen tegen kan. Het stappen is de beste remedie tegen stress. Het is een stoutmoedig betoog, waar niet alleen de geheelonthouders geschokt op zouden kunnen reageren, maar ook menig official hoewel in die kringen de blauwe knoop zelden wordt gedragen, al herinner ik mij Herman Choufoer als nadrukkelijke uitzondering.